Header-engel-met-schild.jpg

Ons verhaal

Van tatoeages naar kruiswonden

Over de oorsprong van Franciscus’ stigmata

Het bekendste verhaal over Franciscus van Assisi is het verhaal waarin hij de stigmata, de wondtekenen, van Christus ontvangt. Nadat hij zich in 1224 had teruggetrokken op de berg La Verna in Italië bezocht een engel hem in een visioen en gaf hem de stigmata. Franciscus is de eerste die dergelijke kruiswonden ontving en na hem volgden nog velen. Stigmata zijn niet uit het niets ontstaan, dus waar komen ze vandaan en wat betekent dat voor het verhaal van Franciscus? 

Men noemt stigmata dingen die op het gezicht, of een ander deel van het lichaam gegraveerd zijn.

De oorsprong van stigmata

Stigmata betekent tegenwoordig ‘lijdenstekens’, ten tijde van de Grieken en Romeinen betekende het echter ‘merktekens’. De eerste documentatie van tatoeëren bij de Grieken komt uit de zesde eeuw voor Chr. en beschrijft het tatoeëren van gevangengenomen slaven op het voorhoofd om ze te merken als eigendom. Tatoeages werden bovendien als straf aangebracht; criminelen kregen hun misdaden of de naam van de keizer op hun lichaam getatoeëerd. Later werden tatoeages ook gebruikt om aan te geven tot welk legioen of welke bevelhebber of keizer een Romeinse soldaat behoorde.

Merktekens in de Bijbel

In de eerste eeuw, ten tijde van de Romeinse bezetting van het huidige Israël, werden de verschillende boeken en brieven geschreven van het Nieuwe Testament. In dit gedeelte van de Bijbel zijn diverse verwijzingen te vinden naar slavernij en merktekens. Zo zegt apostel Paulus, een geboren Romein, in de brief aan de Galaten dat de spreekwoordelijke ‘stigmata van Jezus’ die hij draagt ervoor zullen zorgen dat niemand hem kan deren. In andere brieven zegt hij meerdere malen dat hij een 'slaaf van God' is. Ook het bijbelboek Openbaringen stelt dat de zegels op het voorhoofd van de knechten van God een garantie zijn voor verlossing. Slavernij en de daarbij horende stigmata worden in de Bijbel zo in verband gebracht met de devotie. 

Van slaven naar martelaren

In de derde tot vierde eeuw vinden onder verschillende Romeinse keizers christenvervolgingen plaats waarbij christenen worden gestraft, gemarteld en gedood. Aannemelijk is dat veel volgelingen hierbij als straf werden getatoeëerd. Hierdoor werd langzamerhand het woord stigmata niet alleen geassocieerd met slaven en criminelen. 

Met het bevel dat hun gezichten werden gegraveerd…heeft u vrijwillig en onbedoeld hen tot martelaren van Christus gemaakt.

Straf en onderdrukking

Bij de christenen ontsteeg de connotatie met straf en onderdrukking, het werd zelfs een onderscheidend teken van devotie en volhardendheid. Zelfs nog in de negende eeuw werden twee broers, Theophanes en Theodorus, in Costantinopel bestraft met tatoeages op hun gezichten omdat zij iconen vereerden.

Stigmata bij Franciscus

De stigmatisatie van Franciscus is niet een op zichzelf staand wonder, maar kan verklaard worden uit de oorspronkelijke betekenis en het gebruik van merktekens. De stigmata van Jezus die Franciscus ontving, zijn een verwijzing naar de ‘stigmata van Jezus’ die Paulus benoemde als teken van toewijding, onderwerping en vroomheid. Met dit wonder wordt duiding gegeven aan de toewijding van Franciscus aan God. Maar door de verschuiving van betekenis door de eeuwen heen ontving Franciscus hierdoor, dankzij de martelaren, niet de merktekens of tatoeages, maar de lijdenstekens van Christus.