RMCC-f00468_01.jpg

Ons verhaal

Ontsnapt aan de Beeldenstorm

Een Amsterdamse monstrans in gevaar

De zestiende eeuw was een bedreigende periode voor religieuze voorwerpen. De ontevredenheid over de kerk nam toe en die uitte men geregeld met gewelddadige acties. In 1566 werden tijdens de Beeldenstorm tientallen kerken bestormd. De hervormers (ook wel calvinisten genoemd) sloegen beelden kapot, ze vertrapten relieken en ze vernielden kostbaar zilverwerk. Heuse reddingsacties zorgden ervoor dat sommige voorwerpen deze aanvallen konden ontvluchten.

In handen van de hervormers

In 1578 gingen veel kerken over in de handen van de hervormers. Dat gebeurde ook in Amsterdam: op 26 mei 1578 werd bepaald dat de hoofdstedelijke Nicolaaskerk (nu de Oude Kerk) moest worden overgedragen aan de calvinisten. Daar bevond zich op dat moment een prachtmonstrans met een rijke geschiedenis.

Beeldenstorm in de Oude Kerk te Amsterdam

ABM_g01717_01.jpg

Velen zijn verontwaardigd over de inhaligheid van geestelijken. Notarisdochter Weyn Ockers en vele anderen gaan op 23 augustus 1566 naar de Oude Kerk in Amsterdam. Volgens de mythe ziet Weyn het Mariabeeld en gooit uit boosheid haar pantoffel ernaartoe. Anderhalf jaar later wordt ze gearresteerd. Tijdens martelingen geeft ze toe. Ze wordt veroordeeld wegens ketterij en op de Dam ter dood gebracht door verdrinking in een met water gevuld wijnvat.

De Amsterdamse monstrans was in gevaar

Negen kilo zilver

In het midden van de zestiende eeuw bezat de Amsterdamse Nicolaaskerk drie monstransen. De grootste hiervan werd in 1547 gestolen en omgesmolten. Cornelis Bam Brouwer (1512-1592), een voorname inwoner en burgemeester van Amsterdam, bestelde een nieuwe monstrans voor de kerk. Hij was namelijk ook kerkmeester van de Nicolaaskerk. Deze nieuwe monstrans bevatte negen kilo zilver en was een meter hoog. Natuurlijk was in de beeldjes op de monstrans een grote rol weggelegd voor de heilige Nicolaas.

Hij redde de monstrans van de ondergang

Verhuizen in plaats van vernietigen

Bam Brouwer, een trouwe aanhanger van het katholieke geloof, ontvluchtte in de zomer van 1578 Amsterdam en ging naar Kalkar. Toen hem ter ore kwam dat in de Nicolaaskerk al het resterende goud en zilver vernietigd zou worden, stak hij daar een stokje voor. Hij zorgde ervoor dat 'zijn' monstrans ook in Kalkar terechtkwam. Zijn zoon schonk de monstrans in 1619 officieel aan de Nicolaikirche aldaar.

Wat is een monstrans?

monstrans-BMH-m10050_01.jpg

Binnen de rooms-katholieke traditie is een monstrans een belangrijk object. Het is altijd een voorwerp gemaakt van edelmetaal, waarin achter een cirkelvormig, glazen venster de gewijde hostie wordt getoond. In het katholicisme is deze gewijde hostie het lichaam van Christus en dus het allerheiligste.

Tot op de dag van vandaag...

En tot op de dag van vandaag staat de monstrans in de kerk te stralen. Het sprankelende voorwerp is een echte eye-catcher tussen alle laat-middeleeuwse altaarstukken waar de Kalkarse Nicolaikirche zo bekend om is. Na het herstel van de rooms-katholieke Kerk in Nederland werd in Amsterdam een nieuwe Nicolaaskerk gebouwd. Natuurlijk hopen de parochianen dat de ‘Amsterdamer Monstranz’ binnenkort weer eens in Amsterdam te zien zal zijn, al is het maar tijdelijk.