engel-uit-kerststal.jpg

Ons verhaal

Hoe heurt het eigenlijk...

Tradities rond Kerstmis

Hoewel Kerstmis bij uitstek een traditioneel feest is, lijken oude gewoontes in de huidige tijd ondergesneeuwd te raken. Conservatoren Anite Haverkamp en Tanja Kootte gingen daarom op bezoek bij twee Vrienden van het museum, dominee Idelette Otten en pastoor Henk van Doorn, om het te hebben over onze kersttradities, vroeger en nu.

 

Waar is het kindje?

Vorig jaar, op de dag voor kerst, ging ik met mijn dochters naar Den Bosch, op zoek naar mooie jurkjes voor de komende feestdagen,’ herinnert Tanja Kootte zich ‘Onze missie was binnen een uur geslaagd zodat we zowaar tijd overhielden voor een bezoek aan de Sint-Jan. Met de oproep “even de kerststal bekijken” lokte ik hen het imposante kerkgebouw in. De kerststal maakte indruk, maar bij het nog lege kribje aangekomen vroegen zij zich af: “Waar is het kindje?” Ik had wel wat uit te leggen op dit terrein!’

Vier weken lang staan we stil bij het donker en we verheugen ons alvast op het licht

Advent

Bij Idelette Otten hangt in de adventstijd een prachtige Hernhutterster. De gewoonte om een dergelijke ster op te hangen dateert uit het einde van de negentiende eeuw. Idelette: ‘De adventstijd is mij uit het hart gegrepen. Vanaf advent wordt er naar het kerstfeest toe geleefd. Vier weken lang staan we stil bij het donker en we verheugen ons alvast op het licht. Die adventsster geeft aan dat we in dat donker al kleine lichtpuntjes kunnen zien.’

Een zee van kaarsen


Vanaf advent wordt er naar het kerstfeest toe geleefd’, zegt Henk ‘Een bijzondere mis was de zogenaamde gulden mis, gevierd op de woensdag na de derde zondag van de advent. Tijdens de mis was de kerk een zee van brandende kaarsen en werd er stil gestaan bij de blijde verwachting van Maria. De kerk zat dan vol, juist ook met zwangere vrouwen, denk ik. Sinds een paar jaar keert dat gebruik weer terug in een aantal kerken, waaronder de Kathedrale kerk in Utrecht.’

Adventliedjes

Henk van Doorn vertelt dat vroeger bij hem thuis in de huiskamer een adventskrans hing. ‘Die was gemaakt door mijn vader. In de vier kaarsenhouders werden witte kaarsen gedaan, met een paarse strik. Iedere zondagmiddag als het ging schemeren werd een nieuwe kaars aangestoken en we zongen daar een passend adventsliedje bij.’

Als je het donker niet toelaat, kun je eigenlijk niet meer van het licht genieten

Paars en wit

‘Paars is de kleur die bij advent hoort’, aldus Idelette, ‘dat is vanouds de kleur van de inkeer. Halverwege, de derde zondag van advent, mag die kleur iets lichter worden: roze’. Voor Idelette is advent ook een periode van inkeer en vasten. ‘Waar het om gaat is dat het herfsttijd is, dat je eigenlijk moet durven toelaten dat het donker wordt; dat zijn we in deze tijd een beetje verleerd. Overal zie je de huizen in de adventstijd al in lichterlaaie staan.‘En ook de kerstboom komt steeds vroeger de kamer in’, beaamt Idelette. ‘Jammer! Als je het donker niet toelaat, kun je eigenlijk niet meer van het licht genieten.'

Pas na de nachtmis mocht het kribje met het kindje in de stal

Na de nachtmis

‘Vlak voor Kerstmis kreeg de adventskrans in onze huiskamer groene takken’, vervolgt Henk van Doorn, ‘dan kwamen er ook witte strikken op. Want wit is de kleur van de verwachting en de vreugde. De groene kerstboom werd ook op een later moment dan tegenwoordig het geval is, opgezet. Ook de kerststal werd pas op kerstavond opgezet in de huiskamer. De kinderen mochten dan de beelden uitpakken. De oudste kinderen pakten het zwaarste beeld uit: de kameel. Pas na de nachtmis mocht het kribje met het kindje in de stal.’

Aanbidding der herders

ABM20s355_1_jpg_999999x1600_q95.jpg

Ter wereld gekomen in een eenvoudige stal ligt het naakte kindje Jezus in het stro, in een voederbak voor de dieren. Zijn ouders, Jozef en Maria, en twee engelen zitten geknield rond de kribbe. De herders zijn de eersten die het kind komen bezoeken. Zij zijn zojuist de stal binnengekomen en nemen eerbiedig hun hoofdbedekking af. Deze geboortescène bevat een directe verwijzing naar het verdere verloop van Jezus’ leven. De rechthoekige stenen bak verwijst namelijk naar de tombe waarin zijn dode lichaam wordt gelegd na zijn kruisiging.

Het inzetten van Stille nacht, heilige nacht was geweldig.

Kerkklokken en kerstliedjes

Anite Haverkamp herinnert zich haar eerste nachtmis nog goed: ‘In 1966 mocht ik voor het eerst mee. Ik had in mei van dat jaar de eerste communie gedaan. Vanaf dat moment telde je mee en mocht je ‘grotemensendingen’ doen. Slaapdronken stond ik midden in de nacht naast mijn bed, werd aangekleed en ging mee naar de kerk. Het was heel donker op straat. De kerkklokken luidden en er waren meer mensen op weg. Binnen in de kerk was het donker. Het inzetten van Stille nacht, heilige nacht was geweldig. Nog altijd brengt het horen van dit kerstlied mij terug naar dit moment.’

De kerkgangers haastten zich naar huis voor het kerstontbijt

Kerstontbijt

‘In mijn tijd’, vertelt Henk van Doorn, ‘bestond die nachtmis eigenlijk uit drie missen achter elkaar. De eerste mis, de echte nachtmis, begon op eerste kerstdag om vier uur in de nacht. Het was een feestelijke mis met prachtige muziek en zang van bijvoorbeeld Mozart. Er werden kerstliederen gezongen. Direct daarna kwam de zogenaamde dageraadsmis, in de volksmond de herdertjesmis genoemd. Na deze wat kortere mis volgde nog de dagmis. Al met al duurde dit twee tot twee-en-eenhalf uur. De kerkgangers wensten dan elkaar buiten de kerk een zalig Kerstmis en haastten zich naar huis voor het kerstontbijt. Daar was je dan ook wel aan toe, want daarvoor had je niet gegeten.

Typisch Utrechts


Henk van Doorn: 'Wij aten kerstbrood, later ook saucijzenbroodjes. Toen ik veel later als docent op het Bonifatius College in Utrecht met leerlingen sprak over wat zij dan aten, antwoordden sommigen balkenbrij, dat bleek een specifiek Utrechtse gewoonte te zijn. Na zo’n lange tijd in de kerk gaat er wel wat warms en hartigs in. Als mensen nu op kerstochtend een brunch organiseren met vrienden en familie, zouden zij zich dan realiseren dat dit gebruik afkomstig is van dat welverdiende kerstontbijt?’