header-hoog-kloostergebouw-buiten.jpg

Ons verhaal

Achter eeuwenoude muren

Catharijneconvent, van klooster tot museum

Kijkt u wel eens omhoog als u door de stad loopt? Of neemt u een kijkje in smalle steegjes en achter eeuwenoude muren? De sporen van onze geschiedenis vinden we niet alleen in tradities en gebruiken, maar ook fysiek om ons heen in de architectuur. Zo kunt u overal verborgen pareltjes ontdekken en meer te weten komen over onze geschiedenis. In dit verhaal vertellen we u meer over de rijke geschiedenis van het klooster waarin ons museum is gehuisvest.

De eerste sporen

Deze drie aardewerken potten zijn de eerste sporen van menselijke activiteit op het terrein van het huidige Museum Catharijneconvent. Tijdens opgravingen in de kloostertuin zijn de potten in een waterput gevonden. Dit vaatwerk stamt uit de twaalfde eeuw.

Het opvanghuis voor daklozen bestond ruim 100 jaar

Opvanghuis voor daklozen

Op vrijdag 17 april 1366 schenkt Pieter Uten Leen, burger van de stad Utrecht, 22 gulden rente per jaar aan de broederschap van de kapel van Sint-Agatha. Deze kapel ligt iets ten zuiden van de tegenwoordige Catharijnesteeg, naast de St.- Catharinakathedraal. De broeders gebruiken het bedrag om een opvanghuis voor daklozen op te richten, dat ruim honderd jaar heeft bestaan.

De karmelieten

In 1468 vestigt de bedelorde van de karmelieten zich in Utrecht. Zij krijgen het terrein achter de huizen van de Catharijnesteeg, de Lange Nieuwstraat en de Zuilenstraat tot aan de Nieuwegracht tot hun beschikking. De poort aan de Nieuwstraat vormt de toegang tot het klooster en is nog altijd in gebruik. De karmelieten beginnen met de bouw van het klooster.

Bouwgeschiedenis

verhalen-geschiedenis-gebouw-Plattegrond-MCC-p_ULRkjqa.jpg

Tussen 1468 en 1529 bouwen de karmelieten een gedeelte van het hoofdgebouw met de refter (eetzaal), de dormiter (slaapzaal) en de inpandige oostelijke kloostergang op de begane grond. Dit is het paarse gedeelte op het kaartje hierboven.

De oprichting van het klooster

De karmelieten starten onder andere met de bouw van de zuidelijke kloostergang. Deze kloostergang heeft twee bouwlagen met op beide verdiepingen een uitgebouwd kapelletje. De bouw komt echter niet verder dan twee traveeën. Waarschijnlijk is geldgebrek hiervan de oorzaak.

De johannieters

Op 21 oktober 1528 zweert de Utrechtse bevolking trouw aan keizer Karel V. De nieuwe landsheer laat op de plek van het gasthuis van de johannieterorde bij de Catharijnepoort Vredenburg bouwen. De johannieters betrekken daarom het onvoltooide karmelietenklooster. De karmelieten bouwen een nieuw klooster bij de Nicolaikerk.

Museum Catharijneconvent is vernoemd naar de patroonheilige van de johannieters

Van slaapzaal naar ziekenzaal

De johannieters voltooien de kloostergangen en veranderen de slaapzaal in een ziekenzaal. Op de begane grond van de zuidelijke kloostergang is nog precies te zien waar de johannieters met hun werk zijn begonnen. De vorm van de kraagstenen van de gewelven verandert na het kapelletje.

De heilige Catharina van Alexandrië is de patroonheilige van de johannieters. Naar haar is het klooster en later ook het museum vernoemd.

De ingang van de ziekenzaal

verhalen-geschiedenis-van-gebouw-deur-ziekenhuis.jpg

Gedurende de zeventiende en achttiende eeuw doet het complex dienst als ziekenhuis. In 1626 krijgt het zelfs de titel van Stads-en Academisch ziekenhuis Utrecht. Deze titel is nog altijd boven de deur van het voormalige hospitaal te lezen. Door schulden moet het ziekenhuis in 1811 sluiten.

Kijk en luister hoe het museum functioneerde als ziekenhuis

Vele bestemmingen

Na de sluiting van het ziekenhuis in 1811 krijgt het complex vele bestemmingen. Zo functioneert het kloostergebouw tot 1900 als passantenhuis, een kazerne voor doortrekkende soldaten. Tijdens de Eerste Wereldoorlog bieden de grote kloosterzalen onderdak aan voor oorlogsgeweld gevluchte Belgen. Na de Eerste Wereldoorlog wordt de refter gebruikt als gymnastiekzaal. Deze functie behoudt de zaal tot 1974, met een onderbreking tijdens de Tweede Wereldoorlog, als de Duitse Wehrmacht er auto-onderdelen opslaat.

Verwoestende brand

verhaal-geschiedenis-gebouw-Brand-CC-1868-L.Nwstr.jpg

In 1868 verwoest een felle brand een groot gedeelte van het hoofdgebouw.

Museum Catharijneconvent

In 1972 geeft het kloostergebouw onderdak aan het nationale museum voor de geschiedenis van het christendom in Nederland. Een ingrijpende renovatie gaat van start. Het grachtenpand Nieuwegracht 63 wordt aan het complex toegevoegd. Om de laatmiddeleeuwse sfeer te herscheppen is een belangrijk deel van het conventgebouw tijdens een grote restauratie hersteld. In 1979 opent koningin Juliana het Rijksmuseum Het Catharijneconvent. De naam van het museum verandert in 1995 in Museum Catharijneconvent.