Geen afbeelding beschikbaar

onbekend

Evangeliarium [Lebuïnuscodex]

-

Lebuïnuscodex
Noord-Frankrijk, ca. 850; boekband: Keulen, 12e eeuw
ABM h1

In 1860 is dit boek ontdekt in de pastorie van de Lebuïnuskerk te Deventer. De kostbaar versierde codex wordt op de zolder gebruikt ter verzwaring van een mangelpers. Volgens een legende heeft de Angelsaksische missionaris Lebuïnus († ca. 773) dit boek geschreven. De stijl van het handschrift en de miniaturen doen echter vermoeden dat het pas na zijn dood tot stand is gekomen. Het boek bevat de teksten van de vier evangelisten, die in ivoren reliëfs op de band staan afgebeeld. Zij worden omringd door gemmen en (half)edelstenen.

Objectspecificatie

Objectnaam
handschrift
Materiaal
perkament, eikenhout, zilver, goud, koper, walrustand, chalcedoon, glas, leer
Afmetingen
Huidige locatie
Niet in het museum te zien
Verwervingsmethode
bruikleen
Objectnummer
ABM h1

Objectbeschrijving

De kern van de boekband van de Lebuïnuscodex wordt gevormd door twee eikenhouten platten. De rug en het achterplat zijn overtrokken met zeemleer. Het voorplat is rijkelijk versierd met verguld zilversmeedwerk, reliëfs van walrustand en verscheidene stenen.
De compositie van de bekleding van het voorplat wordt bepaald door een verguld zilveren filigraankruis. Aan de uiteinden van de kruisarmen bevinden zich vierpassen met overhoeks vierkant, eveneens met filigraan gedecoreerd. Hiervan zijn er slechts twee bewaard gebleven, en wel die aan de verticale kruisarmen. Zij bevatten tevens nog de oorspronkelijke versiering bestaande uit een filigraanmedaillon met een pseudo-camee van respectievelijk een mannen- en een vrouwenhoofd in profiel. Het snijpunt van het kruis wordt ingenomen door een ver vooruitstekend Bacchuskopje in chalcedoon, te herkennen aan de kleine druiventrosjes in zijn haartooi. Het kopje is gevat in een filigraanmedaillon, welke op zijn beurt weer is geplaatst op een vierpas van filigraanwerk. Op elk van de kruisarmen bevindt zich een ovale steen 'en cabochon' op een medaillon met filigraan. Het filigraanwerk van kruis en sierstukken is in de vorm van visblazen.
In de ruimten tussen de kruisarmen zijn rechthoekige reliëfs van walrustand aangebracht met de vier evangelisten en hun symbool. De reliëfs hebben de volgende afmetingen: H. 10.0 x B. 5.5 cm. Van links boven naar rechts onder betreft het Mattheus met de engel, Johannes met de adelaar, Marcus met de gevleugelde leeuw en Lucas met de gevleugelde os. De figuren zijn paarsgewijs als elkaars spiegelbeeld ten opzichte van de middenas geplaatst: Mattheus en Johannes zitten vrijwel geheel frontaal, terwijl Marcus en Lucas meer in profiel zijn afgebeeld. Qua opbouw verschillen de vier reliëfs nauwelijks van elkaar.
Binnen een rand van vierlobbige blaadjes verheffen zich twee zuilen met een basis, een kapiteel en een dekplaat. Hierop rust een rondboog geflankeerd door twee torens en afgedekt met een fronton, dat boven Mattheus en Johannes boogvormig en boven Marcus en Lucas driehoekig is. Onder deze overhuiving zitten de evangelisten, gekleed in een lang gewaad en mantel, met gekruiste benen aan een lessenaar, hun blote voeten rustend op een bankje. Allen zijn baardeloos en voorzien van een nimbus. Voorts houden ze een pen in hun rechterhand, terwijl hun linker op een boek ligt of gebarend is opgeheven. Boven elk van de evangelisten verschijnt in de opening van het fronton zijn symbool met een spreukband.
Dit rijkelijk gedecoreerde middenveld wordt omlijst door sierbanden van verguld koper. De opbouw van de sierlijsten is steeds dezelfde: een opstaande, smalle band, die op regelmatige afstanden is voorzien van holten, met aan weerszijden een brede strook voorzien van een gestanst motief. Aan de lange zijden van de boekband bestaat het motief uit palmetten, aan de korte zijden uit rozetten. Van deze laatstgenoemde stroken ontbreekt steeds de buitenste rand. Bij alle stroken met palmettenmotief wijzen de palmetten naar links met uitzondering van de buitenste strook rechtsboven, die het motief in tegengestelde richting toont.
Verguld zilveren rozetten op de hoeken van het voorplat, omgeven door een smalle rand van filigraanwerk met cirkelmotief en bekroond met een 'en cabochon' gezette steen, completeren het geheel. Van de rozet links onder ontbreekt de steen en is slechts de buitenste rand over.
Aan de voorzijde van de boekband bevinden zich nog de rudimenten van twee sluitingen.

Aanvullende informatie

Decoratie: fl. 2, lege canontafel (wellicht toevallig?, niet gepland?), 4 initialen met bandwerk, bladvormen en dierfiguren (Franco-Saksische school),Boekband: 9de-12de eeuw, prachtband met zilver filigrain (ABM m901), edelstenen, Bacchuskopje en 4 reliefs van walrustand (ABM bi750); elementen uit de laat Antieke periode, 11de en 12de eeuw; oude naaing.,10/6/1997, bezoek David Ganz: insulaire aantekeningen ca. 810-840 (laatste gedateerde op het vaste land); interpunctie op versch. folia zorgvuldig veranderd voor liturgisch gebruik (zang, voordracht), bv. f.66v, f.104-118r (laatste avondmaal, passie),De codex ontleent zijn naam aan een in Deventer bestaande traditie dat het handschrift was geschreven door de Angelsaksische missionaris Lebuïnus of Liafwin (gest. ca. 773). Deze traditie staat in verschillende geschiedwerken over de stad Deventer vermeld: 'Een schoon boek van de vier H. Leerlinghen ofte gezanten van onsen Saligh-maeker, 't welk men meynt met de eygene hand van H. Lebuin geschreeven te zijn', aldus Slichtenhorst 1654. Sindsdien is echter aangetoond dat het handschrift, dat gedecoreerd is in de z.g. Franco-Saksische stijl, in de eerste helft van de 9de eeuw in Noord-Frankrijk is ontstaan. Het handschrift kan dus onmogelijk aan de heilige hebben toebehoord. Dubbe 1992 wees in dit verband op een interessante opmerking van Van Rijn 1725 dat hij 'geen enkelden tuttel gezien [heeft]... die het gemelde boek aan St. Lebuïnus toeschrijft: daar die kerk nochtans zoo eene getuigenis niet zoude geweigert hebben aan 't gemelde boek, die zy aan St. Lebuïnuskelk, ... wel heeft willen geven'.

De Lebuïnuscodex zal als evangeliarium in de eerste plaats een functie hebben gehad tijdens de kerkelijke hoogtijdagen of feesten, wanneer het in processie werd meegedragen en op het altaar gezet. Het onderzoek van Van 't Hull-Vermaas 1985 heeft interessante gebruikssporen aan het licht gebracht. Zo zijn in de passiegedeelten van de evangeliën in een andere hand tekens gezet ter aanduiding van dialoog of zang in de liturgie.
Naast een liturgische functie heeft de codex ook dienst gedaan als eedboek. Volgens de overlevering, opgetekend door Lindeborn 1670, is de Lebuïnuscodex gebruikt bij het afleggen van de eed door de Utrechtse bisschoppen bij hun inhuldiging als wereldlijk heer van het Oversticht. (in vertaling van Van Rijn 1725: 'Dit Evangelieboek plagt in de inhuldiginge der Utrechtsche Bisschoppen en in den eed dien ze deeden gebruyckt te worden'). Als laatste zou in 1556 de graaf van Aremberg, als vertegenwoordiger van Philips II, de eed op dit boek hebben afgelegd. Enkele oud-Duitse glossen, waaronder vermoedelijk een aantal Duitse namen, lijken het gebruik als eedboek te bevestigen. (N.B. Voor glossen nog te raadplegen Elvira Glaser, Frühe Griffelglossierung aus Freising, Göttingen 1996). Nader onderzoek hiernaar alsmede naar de aantekeningen in insulair schrift kan wellicht nog meer gegevens omtrent de herkomst en gebruik van de codex verschaffen.

De boekband van de Lebuïnuscodex is uitvoerig beschreven door Steenbock 1965. Volgens haar is het verguld zilversmeedwerk van de huidige boekband grotendeels 11de-eeuws. Uit die tijd stammen het filigraankruis, de vierpassen aan de uiteinden van de kruisarmen en de rozetten op de hoeken. De ornamentbanden met gestanst bloem- c.q. palmetmotief moeten als midden 12de-eeuws worden beschouwd. Zowel het filigraanwerk als de ornamentbanden sluiten aan bij dergelijk werk uit het Rijn-Maasgebied. Met name de smalle randen met de holten zijn typisch voor de Maasstreek.
De vier reliëfs van walrustand met de evangelisten zijn als eerste door Vogelsang 1961 ondergebracht in de groep 'gestichelten Elfenbeine'. Inmiddels is het algemeen aanvaard dat deze groep 'ivoren' in de tweede helft van de 12de eeuw in een Keuls atelier moet zijn vervaardigd (zie Niehoff 1985). De reliëfjes geven dus een terminus post quem voor de restauratie van de band. Wat de aanleiding was om de oude boekband te vervangen en hoe de boekband er oorspronkelijk uitzag, blijft een open vraag.
Voor wat betreft de herkomst en datering van de stenen is Snijder 1932 de belangrijkste bron. Het Bacchuskopje op het snijpunt van de kruisarmen dateert hij tussen de 1ste en 3de eeuw. Het is mogelijk in Klein-Azië vervaardigd. De pseudo-cameeën op de uiteinden van de verticale kruisarmen zijn ontstaan in de tweede helft van de 6de eeuw of het begin van de 7de eeuw. Als mogelijke plaats van herkomst noemt Snijder zowel Gallië als het Rijngebied. Door het ontbreken van gedocumenteerd vergelijkingsmateriaal is een preciezere localisering niet mogelijk.
Het Bacchuskopje is op vrij grove wijze op het filigraanmedaillon bevestigd. Het is dan ook de vraag of het kopje geen latere toevoeging is, al dan niet ter vervanging van een ander sierstuk.

Het antieke Bacchuskopje is geplaatst op het snijpunt van de kruisarmen als ware het een afbeelding van Christus. Interessant in dit verband is het zogenaamde 'Heinrichzkreuz' in de Staatliche Museen Preussischer Kulturbesitz te Berlijn (inv. nr. 17,79). Op dit reliekkruis is eveneens op het snijpunt van de kruisarmen een antieke kop van de jeugdige Bacchus aangebracht.

Volgens de nota betreffende de 'Verklaring van Mgr. van Heukelum' van Rientjes (zie hangmap ABM m902/903) werd in 1860 de Lebuïnuscodex door dr. A.I. Schaepman, coadjutor van de aartsbisschop van Utrecht, op de zolder van de pastorie van de R.K. St. Lebuïnuskerk (de voormalige Broerenkerk) te Deventer ontdekt. Op het moment van de vondst werd dit boek samen met de Ansfriduscodex (zie ABM h2 en ABM m902) en de Bernulphuscodex (zie ABM h3 en ABM m903) gebruikt ter verzwaring van de mangelpers. Op advies van G.W. van Heukelum werden de drie boeken in hetzelfde jaar naar het Groot-Seminarie Rijssenburg te Driebergen overgebracht (volgens inv. Rientjes in 1859?). Enkele jaren later - wanneer is niet precies bekend, maar in ieder geval na 1862 en vóór 1 juni 1872, kwamen de boeken naar het Aartsbisschoppelijk Museum Utrecht, welke collectie thans is ondergebracht in Museum Catharijneconvent. Volgens voornoemde nota Rientjes komen de drie codices namelijk nog niet voor in de eerste catalogus van het Aartsbisschoppelijk Museum van 1862, maar maken zij sinds de opening van het Aartbisschoppelijk Museum op 1 juni 1872 deel uit van de collectie.
Hoe en wanneer de Lebuïnuscodex in Deventer terecht gekomen is, is niet bekend. In het algemeen wordt aangenomen dat de drie boeken uit de R.K. St. Lebuïnuskerk identiek zijn aan de 'drie olde boeken met sylver beslagen ende gesteente up eyne zydt' in de inventaris van 1566 van de schatten van de Lebuïnus- of Grote kerk te Deventer (GAD, Stadsarchief, MA 328, p. 9-15). De Lebuïnuscodex zou zich dan tenminste sinds de tweede helft van de 16de eeuw in Deventer hebben bevonden.
Gegeven de opmerking van Lindeborn 1670 dat de codex als eedboek werd gebruikt bij de inhuldiging van de Utrechtse bisschoppen, is het niet ondenkbeeldig dat de codex reeds lang voor het midden van de 16de eeuw in Deventer aanwezig was. Hoewel dit nader onderzoek behoeft, kan hier worden opgemerkt dat in de middeleeuwen de Deventer kapittelkerk na de Dom de belangrijkste kerk van het bisdom Utrecht was. Deventer diende tussen ca. 880 en 925 zelfs als residentie voor de bisschoppen van Utrecht, toen die door de invallen van de Noormannen uit hun stad waren verdreven. Ook in de 10de en 11de eeuw bleef Deventer de belangrijkste residentie van de Utrechtse bisschoppen over de IJssel.
Wat er na de invoering van de hervorming in Deventer in 1580 met de Lebuïnuscodex en de twee andere codices gebeurd is, onttrekt zich aan onze waarneming. In 1835 weet Molhuijsen te melden dat de drie boeken in de R.K. St. Lebuïnuskerk te Deventer aanwezig zijn. Naar alle waarschijnlijkheid bevonden zij zich daar sinds de ingebruikname van de kerk in 1803. Wanneer in 1854 de R.K. St. Lebuïnuskerk tot parochiekerk wordt verheven, wordt tevens de beslissing genomen de pastorie, welke tot dan toe in de Nieuwstraat is gevestigd, te verplaatsen en te bouwen bij de voormalige Broederenkerk. In augustus 1856 wordt de nieuwe pastorie betrokken. De drie codices kunnen dan ook niet eerder naar de zolder van de pastorie verhuisd zijn, waar zij vier jaar later door Schaepman worden aangetroffen.

De Lebuïnuscodex is in 1985 op de lijst van de 'Wet tot behoud van cultuurbezit' geplaatst.

Literatuurverwijzingen

  • 2017, Canon van Nederland in het Nederlands Openluchtmuseum : het dagelijks leven door de eeuwen heen, Kieskamp, Andrea
  • 2016, Uit liefde voor de stad : Deventer, Leiden en Dordrecht, Hecht, Peter, p. 9, afb.
  • 2016, Uit liefde voor de stad : schatten uit Deventer, Leiden en Dordrecht, Hecht, Peter, p. 35, afb.
  • 2016, Heilig Schrift : Tanach, Bijbel, Koran, Leeflang, Micha, p. 5, afb., p. 117, afb.
  • 2014, Gezien met eigen ogen! : topstukken uit de Middeleeuwen in Museum Catharijneconvent, Welie, Wendelien van, p. 146-149, afb.
  • 2013, Deventer : 100 jaar Vereniging De Waag, Hecht, Peter, p. 15, afb.
  • 2013, Textbook highlights Museum Catharijneconvent (2013), nr. 303
  • 2013, Merkwaardig en zeldzaam : 160 jaar Deventer museumgeschiedenis, Nalis, H.J., p. 13-14, 35, 36, afb.
  • 2012, Communiceren met een heiligenleven : Lebuïnus en de lezer, Toorians, Lauran, p. 248, afb. 4
  • 2011, Museum Catharijneconvent is het nationale museum en kenniscentrum van christelijke kunst en cultuur : belangrijkste collectie middeleeuwse kunst van Nederland, p. 76, afb.
  • 2011, Homage to the emperor: the cameos on the cover of the Lebuinuscodex, part I: Internship report, Gersen, Valerie
  • 2011, Beelden met een ziel : Deventer cultuurhistorie, Thijs, Bart, p. 10, afb.
  • 2011, Homage to the emperor: the cameos on the cover of the Lebuinuscodex, part II: Its origin, the sequence of the evangelist and the representation of the cameos, Gersen, Valerie
  • 2011, IIMM : illustrated inventory of medieval manuscripts in Latin script in the Netherlands 1 Utrecht, Museum Catharijneconvent = IIMM : inventaire illustré de manuscrits médiévaux = IIMM : illustriertes Inventar mittelalterlicher Manuskripte, Gumbert, J.P., cat. nr. 1
  • 2011, Glanz und Grösse des Mittelalters : Kölner Meisterwerke aus den grossen Sammlungen der Welt, Täube, Dagmar, p. 259-260, afb. 16
  • 2011, Lebuinus-Codex, Leeflang, Micha
  • 2010, Geschiedenis van Deventer, deel I: Oorsprong en Middeleeuwen, Slechte, C.H., p. 17, afb.
  • 2010, Geschiedenis van Gelderland : de canon van het Gelders verleden, Verhoeven, T.H.G., p. 18, afb.
  • 2010, Medieval ivory carvings : early Christian to romanesque, Williamson, Paul, vgl. p. 268-269, cat. nr. 70
  • 2010, Geschiedenis van Deventer, deel II: Nieuwe en nieuwste tijd, Slechte, C.H., p. 372, afb.
  • 2010, Werenfried en Ludger : de kerstening van Gelderland : ca. 750-850, Wientjes, Ronald, p. 18, afb.
  • 2009, Textbook highlights Museum Catharijneconvent (2009)
  • 2009, Beeldschone boeken : de Middeleeuwen in goud en inkt, Leeflang, Micha, p. 20-23, afb.
  • 2009, Schitterend : de schatkamer van Museum Catharijneconvent, Klaver, Sanne, p. 46-47, afb. 33
  • 2007, Romanik, Fingernagel, A., dl. 1, p. 381, 404, Taf. 23
  • 2007, 'Dat zij U kennen en Hem die Gij hebt gezonden ...', Simonis, A.J., afb.
  • 2006, Bewaar de schoonheid : topstukken van religieuze kunst in het aartsbisdom Utrecht, Steeg, Maria ter, p. 12-13, afb.
  • 2006, Hohe Messe : Mass in B-minor BWV 232, Bach, Johann Sebastian, p. 149, afb.
  • 2006, Christianity in the Netherlands : highlights from Museum Catharijneconvent, Hellemans, B.S.
  • 2006, Textbook highlights Museum Catharijneconvent (2006), p. 6, afb.
  • 2006, Christendom in Nederland : topstukken uit Museum Catharijneconvent, Hellemans, B.S., p. 15, afb. 6, 7
  • 2005, Geschiedenis van Zwolle, Hove, J. ten, p. 34, afb.
  • 2003, Gratia Dei : les chemins du Moyen Âge, Méhu, Didier, p. 169, 170, 171, afb.
  • 2003, Sint Radboud, bisschop van Utrecht (Deventer) van 899/900 tot 917 : pastor, geleerde, historicus, dichter en componist, Weiler, A.G.
  • 2002, Gemme : dalla corte imperiale alla corte celeste, Sena Chiesa, Gemma, p. 54, afb. 6
  • 2002, Verzamelen van middeleeuwse kunst in Nederland 1830-1903, Kruijsen, Barbara, p. 172, 173, afb.
  • 2001, weg naar de hemel, reliekverering in de middeleeuwen : in gesprek met prof.dr. Henk van Os, Fafié, Th.A., p. 180, 183; afb. 209
  • 2000, Advies actualisering WBC-lijst : Wet tot Behoud van Cultuurbezit, p. 47
  • 2000, Drie olde boeken met sylver beslagen..., Wit, A.I.C. de, p. 18-22, afb.
  • 2000, weg naar de hemel : reliekverering in de Middeleeuwen, Os, H.W. van, p. 180, 183, afb. 209
  • 2000, Museum Catharijneconvent : een keuze uit de mooiste werken, Koers, Niels H., p. 10, afb.
  • 1999, Pleidooi voor een Nationaal Historisch Museum : achttien gastconservatoren kiezen objecten uit negen musea, Smits, Frans, p. 18, afb. 1
  • 1998, Überlegungen zu Theorie und Methodologie des interdisziplinären Studiums illuminierter Handschriften des Frühmittelalters: zum Problem der Corpusbildung, Neyman, J.P., p. 233-254
  • 1998, Museum Catharijneconvent : agenda / diary 1999, Koers, Niels H., afb. week 3
  • 1998, Welfenschatz und sein Umkreis, Ehlers, Joachim, p. 107-108
  • 1998, Middeleeuwse handschriften, Koers, Niels H., afb.
  • 1997, Geschiedenis van de provincie Utrecht : tot 1528, Dekker, C., p. 111, afb.
  • 1997, Museum Catharijneconvent in Utrecht: its history and its books, Wüstefeld, W.C.M., m.n. afb. p. 30
  • 1996, Museum Catharijneconvent : agenda / diary 1997, Koers, Niels H., afb. week 11
  • 1996, kerstening in Nederland [2de herz. dr., 1996], Haverkamp, J.W.G., afb. 9
  • 1996, Missionaries, masters and manuscripts; a survey of the oldest books and their patrons in the diocese of Utrecht (until c. 1200), Wüstefeld, W.C.M., p. 145-162, m.n. p. 147, afb.
  • 1995, Willibrord en het begin van Nederland, Vlierden, M. van, p. 108-109, cat. nr. 99, kleurenafb. 15
  • 1994, Pays-Bas Romans, Deijk, Ada van, p. 342
  • 1993, Middeleeuwse boeken van Het Catharijneconvent, Wüstefeld, W.C.M., p. 14, 19, 23, 24, 25, cat. nr. 4
  • 1993, Tresors des bibliotheques des Pays-Bas, Fontainais, Adrienne, p. 166-169, afb.
  • 1993, Over ziel en zaligheid : geloofsbeleving in Overijssel, Bannink, B.J.
  • 1992, Interieur en inventaris tot 1800 [Grote of Lebuinuskerk Deventer], Dubbe, B., p. 203, kleurafb. 16, p. 246-250, afb.
  • 1992, Route langs 36 topstukken : Museum Het Catharijneconvent Utrecht, nr. 5, afb.
  • 1992, Deventer kerkschatten 750-1900 : uit de periode ca. 750-1900, Rademaker-Helfferich, B., p. 26, cat. nr. 4
  • 1991, Fraaie historie, Croes, Jan, p. 30, afb.
  • 1989, Route langs dertig topstukken : Museum het Catharijneconvent Holland [3e dr. 1989] = Walk along thirty highlights [3de dr. 1989], nr. 5
  • 1989, Karolingische verluchte evangelieboeken, Euw, Anton von, p. 69, 70, cat. nr. 11
  • 1988, Utrecht een hemel op aarde, Vlierden, M. van, p. 6, 10, afb., cat. nr. 21
  • 1988, liturgische koordispositie van de Romaanse Dom te Utrecht, Cauteren, J.M.A. van, m.n. p. 74-75, afb. 18
  • 1985, Bernulphuscodex in Utrecht und eine Gruppe verwandter spätreichenauer Handschriften, Korteweg, A.S., p. 35-76, m.n. p. 35 en 69
  • 1985, Lebuinuscodex en de Franco-Saksische school, Hull-Vermaas, E.P. van 't, p. 1-30, afb.
  • 1984, Ivoorsnijkunst één der oudste vormen van creativiteit, Linden-Nijdam, Bep van der, p. 12
  • 1983, Rijksmuseum Het Catharijneconvent = State Museum Het Catharijneconvent, p. 45, afb.
  • 1982, Tekst en uitleg [1982], Defoer, Henri L.M., p. 33, afb.
  • 1981, Broederenkerk : in de geschiedenis van Deventer, Hogenstijn, C.M., p. 167-168
  • 1979, Bernulphuscodex in het Rijksmuseum Het Catharijneconvent te Utrecht en verwante handschriften, Korteweg, A.S., p. 11-13, 23
  • 1977-1979, Zeit der Staufer : Geschichte, Kunst, Kultur, Hausherr, R., p. 483, 487, 493, cat. nr. 622.
  • 1972, Van Willibrord tot Wereldraad : enige aspecten van het geestelijk leven in Utrecht door de eeuwen heen = From Willibrord to World Council : some aspects of the spiritual life in Utrecht through the ages, p. 45, cat. nr. 4
  • 1972, Rhein und Maas : Kunst und Kultur 800-1400 : eine Ausstellung des Schnütgen-Museums der Stadt Köln und der belgischen Ministerien für französische und niederländische Kultur, Legner, Anton, p. 305, cat. nr. J 39
  • 1966, Beeldhouwkunst [1966], Bouvy, D.P.R.A., p. 29-30, afb. 4
  • 1965, kirchliche Prachteinband im frühen Mittelalter von den Anfängen bis zum Beginn der Gotik, Steenbock, F., p. 179-181, cat. nr. 86, afb. 118
  • 1964, Kreuzförmige Typen frühmittelalterlicher Prachteinbände, Steenbock, F., m.n. p. 497-498
  • 1964, Boekband van het evangeliarium van Sint Lebuinus (12e eeuw), Haks, F.
  • 1962, Beeldhouwkunst : Aartsbisschoppelijk Museum Utrecht, Bouvy, D.P.R.A., cat. nr. 4, afb. 3
  • 1962, Buchdeckel im Erzbischöflichen Museum zu Utrecht, Steenbock, F., deel 1, afb. 1
  • 1961, L'art roman : catalogue, Gallo, G.N., cat. nr. 1170, pl. LXXVIII
  • 1959, Van Friezen, Franken en Saksen, cat. nr. 156d, pl. XXXII
  • 1958, 100 Hauptwerke aus dem Erzbischöfliches Museum zu Utrecht, cat. nr. 59, afb.
  • 1954, Carvings in walrus ivory
  • 1954, Marteldood van bisschop Bonifatius en gezellen, cat. nr. 26
  • 1951, Atlas van de westerse beschaving, Meer, F. van der, afb. 338
  • 1951, Art mosan et arts ancien du Pays de Liège, cat. nr. 417, pl. XXIV
  • 1951, Trésors d'art de la Vallée de la Meuse : art mosan et arts anciens du Pays de Liège, cat. nr. 100
  • 1949, Uit de schatkamers der middeleeuwen : kunst uit Noord-West Duitsland van Karel de Grote tot Karel de Vijfde, Wolff Metternich, F., cat. nr. 59a
  • 1948, Bisschop Bernold (1027-1054) en zijn geschenken aan de Utrechtse kerken : openingscollege gegeven bij de aanvaarding van het ambt van lector in de middeleeuwse handschriftenkunde aan de Rijksuniversiteit te Leiden op vrijdag 19 maart 1948, Lieftinck, G.I., p. 8
  • 1947, Symboliek en iconografie der christelijke kunst, Timmers, J.J.M., afb. 113
  • 1939, tentoonstelling van vroeg-middeleeuwsche kunst te Utrecht, Jonge, C.H. de, p. 102-113, m.n. afb. 13, cat. nr. 72, 129
  • 1939, Catalogus van de tentoonstelling van vroeg-middeleeuwsche kunst : 739 Willibrord-herdenking 1939, Jonge, C.H. de, p. 28, 43, cat. nr. 72, 129
  • 1939, Catalogus van de St. Willibrord-tentoonstelling, cat. nr. 129
  • 1937, tocht door eeuwen : uit de geschiedenis van katholiek Deventer, Heijden, L.J. van der, p. 12
  • 1934, Catalogus der tentoonstelling "De Abdij van Egmond", p. 59, cat. nr. 72, afb. VI
  • 1933, Frühmittelalterliche Imitationen antiker Kameen, Snijder, G.A.S., m.n. p. 118
  • 1932, Antique and medieval gems on bookcovers at Utrecht, Snijder, G.A.S., m.n. p. 7-8 en 34-52
  • 1921, metaalwerk in het Aartsbisschoppelijk Museum, Rientjes, Antonius Egbertus, m.n. p. 179, afb. p. 181
  • 1919, Ivoren in het Aartsbisschoppelijk Museum te Utrecht, Ligtenberg, R., m.n. p. 102-105, afb. 10
  • 1918, romanische Steinplastik in den nördlichen Niederlanden. Bd. 1: Die Reliefplastik und der Bauornamentik, Ligtenberg, Raphael, p. 112-115
  • 1914, oude kerkelijke kunst in Nederland : gedenkboek van de nationale tentoonstelling te 's-Hertogenbosch in 1913 : afbeeldingen der belangrijkste voorwerpen, Frederiks, J.A., cat. nr. 308, p. 68, pl. XL afb. 66
  • 1913, Catalogus der Nationale Tentoonstelling van oude kerkelijke kunst te 's-Hertogenbosch juni - september 1913, Kalf, Jan, cat. nr. 308
  • 1911, Mededelingen over de monumenten van Deventer, Hoefer, F.A., p. 147-148, 153, afb.
  • 1906, Geschichte der Evangelienbücher in der ersten Hälfte des Mittelalters, Beissel, S., p. 320 (Ergänzungsheft zu den Stimmen aus Maria-Laach, 92-93)
  • 1882, geschiedkundige Overijsselsche tentoonstelling te Zwolle, p. 94, afb. p. 104
  • (ca. 1958), vier evangelisten als menselijke typen : een psychologische kijk op de evangeliën, Chorus, A.
  • herkomst van bisschop Bernold van Utrecht (1027-1054), Lieftinck, G.I., m.n. p. 29
  • St. Lebuinuskerk te Deventer, Hoefer, F.A., plaat nr 24
  • Kunst der Maasvallei : ivoren, edelsmeedwerken. beeldhouwwerken, miniaturen, schilderijen van de VIe tot de XVIe eeuw, cat. nr. 98, afb. 19