Geen afbeelding beschikbaar
  • /media/adlib/BMH%20bh226_1.jpg

onbekend

Antonius abt

-

Antonius abt (251-356)
Kleef-Gelre, 1475-1485
Museum Catharijneconvent, Utrecht, BMH bh226

Antonius is een van de eerste christenen die zich in de Egyptische woestijn terugtrekt om zijn leven aan God te wijden. Zijn bezittingen geeft hij aan de armen. Antonius stimuleert kloostergemeenschappen een toevluchtsoord te zijn voor armen die hulp nodig hebben. Antonius wordt een geliefde patroonheilige van gasthuizen en ziekenhuizen en aangeroepen tegen besmettelijke ziekten van mens en dier. Hier verkeert Antonius in het gezelschap van een varkentje met een bel. Antoniusbroederschappen, die zieken verzorgen, houden namelijk varkens in de steden.

Objectspecificatie

Objectnaam
beeld
Materiaal
eikenhout, verf
Afmetingen
Huidige locatie
Niet in het museum te zien
Verwervingsmethode
schenking
Verwervingsdatum
1871-07-31
Verwervingsbron
Objectnummer
BMH bh226

Objectbeschrijving

Antonius is staande afgebeeld met vooruitgeschoven rechterbeen. Hij heeft zijn hoofd naar links gewend. Onder zijn voeten een op de rug liggend hellemonster, waarvan de vlammen langs zijn gewaad lekken. De staf, die hij in zijn nu verdwenen rechterhand hield, stoot hij in de opengesperde, vuurspuwende muil van het beest. Deze omklemt de staf met zijn gevlerkte klauw Met zijn linkerhand houdt de heilige een met twee klampen gesloten boek vast, terwijl hij tegelijkertijd zijn scapulier ophoudt. In de borst van de heilige zit een rond gat met sponning voor het bergen van relikwieën. Naast zijn linkervoet staat een varkentje dat naar hem opkijkt. Het heeft een halsband met een belletje om. Een slip van Antonius' mantel valt over zijn rug. De figuren staan op een grondje.

Antonius is gekleed in een gegord gewaad met scapulier, waaroverheen een mantel met capuchon. Hij heeft de mantel opgenomen onder zijn linkerarm. Aan zijn riem hangt een bidsnoer. Op zijn hoofd draagt hij een hoge muts.

Sporen polychromie:
Sporen van witte grond; rood in de baard (bolus) en in het haar; zwart op de kap; zwart en blauw tussen de hand en het boek; restje blauw in het plooitje van de mantel ter hoogte van zijn linkerarm; zwart op de achterkant; groen op de achterkant van het grondje; rood in de bek van de duivel, op de vlammen, aan de binnenzijde van de rechtermouw en in de klauw van de duivel.

Techniek:
Het beeld is rondom bewerkt. Het gezicht en het haar zijn zeer gedetailleerd gesneden. Noesten: in het midden van de staf, daarachter in de mantelplooi, in de mantel aan de linkerkant, aan de achterzijde in de capuchon en in de linkerachterpoot van het varkentje. Werkbanksporen (?): boven in het hoofd een klein gaatje met een houten pinnetje; direct achter de muts een rond gat, ca. 1 cm doorsn. met afgebroken houten pin (?).
Het stuk is vermoedelijk snel na het snijden gescheurd: meerdere kopse invoegingen: aan de bovenzijde van de kap links, aan de achterzijde onderaan, in de kop van de duivel en in het scapulier op de borst.
Midden in de rug een uitholling waarin een metalen haak.

Staat:
Het onderste deel van de grond later toegevoegd en is vastgezet met vijf gesmede nagels; een deel van het haar en de kap aan de rechterzijde zijn aangevuld met kunsthars en hout, vastgezet met twee ijzeren nagels. Een stuk aan de rechterkant van de oorspronkelijke grond is aangevuld.
Ontbreken: de afdichting van de reliekenholte en de relieken (spijker en uitgebroken spijkergaatje nog zichtbaar in de sponning).
Afgebroken: Antonius' rechterhand en het onderste deel van de linker achterpoot van het varken (beide bijgezaagd); het handvat van de tau-staf.
Het beeld vertoont wat kleinere scheurtjes en delen van oude, kopse invoegingen zijn hier en daar uitgevallen.
Vier gaten in de uitholling en één ernaast.

Aanvullende informatie

Zie ook ABM bh573.

Stamboek: Antonius.
Haarlem 1878: ca. 1450-1500.
Haarlem 1881: id.
Haarlem 1888: id.
Clemen 1892: schrijft het beeld toe aan de school van Kalkar-Emmerik en vergelijkt met een Antoniusbeeld uit de St.-Aldegundiskerk te Emmerik.
Haarlem 1900: onder verwijzing naar Clemen: Kalkars-Emmerikse school, ca. 1450.
Haarlem 1913: id. Datering later veranderd in 1480.
Lüthgen 1917: verwant aan de Anthonius uit de Aldegundiskerk te Emmerik. [met onjuiste verwijzing naar Vogelsang].
Haarlem 1923: Nederduits-Kalkarse school, ca. 1450.
Rotterdam 1936: Noord-Nederlands, ca. 1480.
Leeuwenberg 1942: Noord-Nederlands, ca. 1480. Een vergelijkbaar beeld van mindere kwaliteit in 1928 geveild uit de verz. Van Stolk (= ABM bh573) en één in de R.K. kerk te Eibergen.
Bouvy 1947: behoort tot een groep nagenoeg identieke Antoniusbeelden te Eibergen, Cuyk en in de vm. coll. Van Stolk (= ABM bh573). Vermoedelijk alle uit één atelier afkomstig, wellicht binnen de huidige provincie Gelderland gelegen, waarbij de Haarlemse Antonius mogelijk het vroegste exemplaar is, de overige beelden zijn dan replieken. Laatste kwart 15de eeuw.
Timmers 1949-1: Gelders, ca. 1480.
Timmers 1949-2: Gelderse school, sterk verwant aan Eibergen en Cuyk.
Amsterdam 1958: Nederrijn, ca. 1490. Leeuwenberg, die deze cat.nrs. schreef, veronderstelt dat deze Antonius het prototype is voor dat uit de vm. coll. Van Stolk (ABM bh573), in Cuijk en in Eibergen. Volgens hem tevens verwant met het Antoniusbeeld te Xanten.
Van Haaren 1960: Gelre, ca. 1480.
Utrecht 1962 (Bouvy): als boven. Mooiste in verhouding en uitvoering en wellicht ook het oudste van de groep.
Den Haag 1963: Noord-Nederland (Gelders), ca. 1480. Herkomst: waarschijnlijk St.-Canisiuskerk te Nijmegen.
Gorissen 1965: alle vier Antoniusbeelden zijn van de hand van Douvermann, 1510-15, onder vergelijking met de Kleefse apostelbeelden. Vergelijkt voor het haar en de baard van BMH bh226 met de Andreas te Kleef. Leeuwenberg dateerde het beeld rond 1490, volgens Gorissen veel te vroeg.
Bouvy 1966: Als Bouvy 1947 en Utrecht 1962. Herkomst als Den Haag 1963. Utrecht 1967: Kleef-Gelre, eind 15de eeuw. Als Bouvy 1947 en Utrecht 1962. Herkomst: waarschijnlijk de St.-Franciscuskerk te Nijmegen.
Delft 1977: Kleef-Gelre, eind 15de eeuw.
Utrecht 1982: Kleef-Gelre, eind 15de eeuw.
Utrecht 1983: Noord-Nederland, ca. 1480.
Utrecht 1988: Kleef-Gelre, eind 15de eeuw.
Koers 1989: genoemd i.v.m. de aankoop van ABM bh573 voor het ABM in 1960. Toen het BMH en ABM bijeengevoegd werden, koos men voor BMH bh226 in de opstelling. ABM bh573 werd toen uitgeleend aan het Rijksmuseum te Amsterdam.
Zwart-Kramer/Zwart 1993: als patroon tegen middeleeuwse huidziekten. Foutief vermeld dat duivel en rozenkrans ontbreken.
Utrecht 1994: Kleef-Gelre, eind 15de eeuw.
Utrecht 1994 (educatief blad): ca. 1480-1500.
Defoer 1994: op stilistische gronden in verband gebracht met een Jozefbeeldje (BMH bh1680) en beide beelden toegeschreven aan dezelfde meester: de meester van de H. Antonius. Vormgeving van het gelaat met de diepe, ronde oogkassen, benadrukte jukbeenderen, rimpels boven de neuswortel, van de lokken van haren en baard, en van de draperie komt overeen met die van het Jozefbeeldje. Deze Antonius heeft waarschijnlijk model gestaan voor de vrijwel identieke beelden in Cuijk, Eibergen en ABM bh573.
Aken 1996: Rommé: navolging van meester Arnt van Zwolle (?), ca. 1490. Rommé stelt ten onrechte dat Leeuwenberg het beeld in Utrecht lokaliseert. Vroeg vanwege de slanke gestalte; wellicht het voorbeeld voor de andere Antoniusbeelden: vanwege de relikwie heeft het grote verering genoten en is daarom gekopieerd. Rommé ziet verwantschap met het werk van Arnt van Zwolle en vergelijkt baard en gezicht met die van de prefect Dacian uit het Jorisretabel in de St.-Nicolai te Kalkar. Rommé schrijft de Antonius te Xanten toe aan Dries Holthuis, de leraar van Henrick Douvermann. Dit is volgens haar een ander Antoniustype.
Beeren & Thole 1996: zien opvallende overeenkomsten tussen de Anthoniusbeelden te Eibergen, Xanten en Venray enerzijds, die verschillen van de exemplaren te Utrecht en Cuyk anderzijds. [welke overeenkomsten en verschillen wordt niet vermeld] Het is volgens hen goed mogelijk dat het Anthoniusbeeld uit Eibergen in het atelier van meester Arnt is vervaardigd. De eerste beeldengroep zou van een vroeger type zijn dan de tweede. [wat dit type dan zou moeten zijn, wordt niet duidelijk] Zij stemmen niet in met de suggestie in Defoer 1994, dat het vroegste Anthoniusbeeld (BMH bh226) toe te schrijven is aan een nieuwe meester en dat ABM bh573 hiervan een getrouwe kopie is.
Rommé 1997: ABM bh573 en de Antonius te Cuijk zijn wellicht verkleinde kopieën van dit oude, vereerde Antoniusbeeld.

Med. Defoer: de meester van de H. Antonius was een zelfstandig meester, en geen navolger van Arnt van Zwolle.

Voor de Antoniusbeelden in de R.K. Kerk te Eibergen en het St. Agathaklooster te Cuyck, zie Bouvy, 1947, afb.141 en 142 en Aken 1996, cat.nr. 56 (Cuijk, Douvermann, na 1521) en nr. 57 (Eibergen, Nederrijns, ca. 1510).
Inventarisvel: waarschijnlijk afkomstig uit de St.-Franciscuskerk te Nijmegen. Deze kerk werd in 1881 herbouwd. Het beeld zou dan uit de middeleeuwse kerk stammen; het is niet vanzelfsprekend dat in deze franciscanerkerk een Antonius Abt stond; er zijn nog geen banden met de jezuïet Heijnen aangetoond. Zie M.C. Nieuwbarn, Officieele kerkgids van Nijmegen II, Nijmegen 1908, p. 202-222.

In de tent.cat. Den Haag 1963 en in Van Haaren 1960 wordt geopperd dat de Antonius (en dus mogelijk de andere stukken van Heynen) waarschijnlijk uit de St.-Canisiuskerk te Nijmegen stamt. Hier is bedoeld de Ignatiuskerk van de jezuïeten (later Canisiuskerk), aan de Molenstraat. Dit was de voormalige regulierenkerk. De schenker was een jezuïet. Antonius was de patroonheilige van de reguliere kanunniken. Men gaat er blijkbaar vanuit dat het Antoniusbeeld ofwel in de kerk de periode (vanaf de hervorming tot 1818) overleefd heeft, waarin deze werd gebruikt als paardenstal, kazerne en pakhuis, ofwel dat het stuk eerder is "ondergedoken". Zie voor de geschiedenis van de kerk: Nijmegen 1991, pp. 35-38. NB er zijn nog directe geen banden aangetoond tussen schenker Heijnen en deze kerk. Heijnen heeft ook in Rotterdam verbleven. Zie Bijdr. Ges. Bisdom Haarlem, 42, p. 7. Gezien de hoeveelheid objecten die Heynen schenkt, en de aanwezigheid van twee Maria Magdalena-beelden, waarvan één te Leiden zou zijn ontstaan (BMH bh229) lijkt het onwaarschijnlijk dat het hier oude inventaris uit één Nijmeegse kerk betreft.

Tijdens de restauratie door mw. Becker in 1996 werd de donkere beits verwijderd en werden enkele verticale scheuren, met name door het gelaat en op de borst, gedicht met eiken spieën en vloeibaar hout.

Op het standvlak een hoekige C in zwart.

Eigendomsgeschiedenis

Hangmap: Brief d.d. 20 juli 1871, van F.J. Heynen, Nijmegen, aan ? [J.J. Graaf?]: de Antonius wordt met andere beelden aan de onbekende toegezonden voor diens museum. De andere beelden die in deze brief worden genoemd zijn: een mater dolorosa (BMH bh225), een apostel Thomas (niet opgenomen in de collectie?) en een "paar Heiligen in Costumen uit de M.E." (verm. Bernardus (?) (BMH bh227), en twee Maria Magdalena's (BMH bh228 en 00229). De door Heynen eveneens in 1871 geschonken textielfragmenten (BMH t206) worden in de brief niet genoemd. Tevens heeft de schenker er vier kleine beeldjes van evangelisten bij gedaan (niet opgenomen in de collectie?). Zijn oogst was niet zo rijk als hij had verwacht, "daar nl. reeds vroeger eene opruiming had plaats gevonden." Waar men reeds vroeger had opgeruimd is niet met zekerheid bekend. Zie opm.

Literatuurverwijzingen

  • 2004, Hout- en steensculptuur van Museum Catharijneconvent, ca. 1200-1600, Vlierden, M. van, p. 17, 18, 47 kleurafb., 145, 285, 297, 302, 305, 310, 312, 366
  • 2003, art flamand et hollandais : le siècle des primitifs 1380-1520, Heck, Christian, afb. 659
  • 2000, Museum Catharijneconvent : een keuze uit de mooiste werken, Koers, Niels H., p. 28, afb.
  • 1999, Enige sculpturen in het Museum Catharijneconvent nader bekeken, Defoer, Henri L.M., m.n. p. 140-145, afb. 4, nt. 15
  • 1997, Henrick Douwerman und die niederrheinische Bildschnitzkunst an der Wende zur Neuzeit, Rommé, Barbara, p. 209
  • 1996, Duivels [2de dr.], Staal, Casper
  • 1994, Catharijneconvent in Utrecht : enige beelden nader bekeken, Defoer, Henri L.M.
  • 1994, Route langs dertig middeleeuwse beelden [N-E] = A tour featuring thirty medieval sculptures, Vlierden, M. van, afb., nr. 26
  • 1993, Van pest tot pokken : 5 eeuwen gezondheidszorg in Enkhuizen, Zwart-Kramer, A.G., p. 10, afb.
  • 1989, Dr. D.P.R.A. Bouvy en zijn Catharijneconvent, 2, Koers, Niels H., m.n. p. 8-9
  • 1988, Helse en hemelse vrouwen : schrikbeelden en voorbeelden van de vrouw in de christelijke cultuur, Caron, M.L., p. 86, cat. nr. 26
  • 1983, Rijksmuseum Het Catharijneconvent = State Museum Het Catharijneconvent, p. 63, afb.
  • 1982, Tekst en uitleg [1982], Defoer, Henri L.M., p. 48, afb.
  • 1979, Tekst en uitleg [1979], p. 50, afb.
  • 1977, Bijbels en burgers : vijf eeuwen leven met de Bijbel, 1477-1977 : Delftse Bijbel, Bruin, C.C. de, cat. nr. 19
  • 1967, Kunstschatten uit het bisschoppelijk museum van Haarlem in het aartsbisschoppelijk museum Utrecht, Verspaandonk, J.A.J.M., cat. nr. 42
  • 1966, Beeldhouwkunst [1966], Bouvy, D.P.R.A., p. 56-57, afb. 38
  • 1965, Meister von Varsseveld : das Werk, der Meister und seine kalkarer Werkstatt : Kerstken Woyers, gen. van Ringenberg, ein Meister der 2. Generation : zwei niederrheinländische beeldensnijder, Gorissen, F., p. 6
  • 1963, Kunst uit kerkelijke musea in Nederland, Haaren, H.J.A.M. van, cat. nr. 89, afb. 32, 34, p. 13
  • 1962, Beeldhouwkunst : Aartsbisschoppelijk Museum Utrecht, Bouvy, D.P.R.A., p. 113
  • 1960, Nederlandse Bisschoppelijke Musea in: Kunst en religie 42 (1960) 3/4, Haaren, H.J.A.M. van, 3/4, p. 49-96, afb. 26
  • 1958, Middeleeuwse kunst der Noordelijke Nederlanden, Roëll, David Cornelis, cat. nr. 348
  • 1949, Achtenveertig eeuwen beeldhouwkunst in hout, Timmers, J.J.M., p. 598-772, p. 690-691, afb. 12.77
  • 1949, Hout in alle tijden, p. 598-772
  • 1949, Houten beelden : de houtsculptuur in de Noordelijke Nederlanden tijdens de late middeleeuwen, Timmers, J.J.M., p. 31, afb. 40-41
  • 1947, middeleeuwsche beeldhouwkunst in de Noordelijke Nederlanden, Bouvy, D.P.R.A., p. 128, afb. 142
  • 1941, Middeleeuwen spreken tot u [kalender 1942], Leeuwenberg, Jaap, afb. 13, 14
  • 1923, Verkorte gids in het Bisschoppelijk Museum voor kerkelijke oudheid, kunst en geschiedenis vooral van Nederland en meer byzonder van het Haarlemsche Bisdom te Haarlem, St. Jansstraat 79 [1923], p. 10, cat. nr. 342
  • 1913, Gids in het Bisschoppelijk Museum voor kerkelijke oudheid, kunst en geschiedenis, vooral van Nederland en meer bijzonder van het Haarlemsche bisdom te Haarlem, St. Jansstraat No. 79 [1913], Graaf, Jacobus Joannes, p. 22, cat. nr. 342
  • 1900, Gids in het Bisschoppelijk Museum voor kerkelijke oudheid, kunst en geschiedenis, vooral van Nederland en meer bijzonder van het Haarlemsche bisdom te Haarlem, St. Jansstraat No. 79 [1900], Graaf, Jacobus Joannes, p. 19, cat. nr. 77
  • 1892, Kunstdenkmäler der Rheinprovinz, 1. Bd. III: Die Kunstdenkmäler des Kreises Moers, Clemen, P., p. 30
  • 1888, Gids in het Bisschoppelijk Museum voor kerkelijke oudheid, kunst en geschiedenis, vooral van Nederland en meer bijzonder van het Haarlemsche bisdom te Haarlem, Kruisweg No. 59 [1888], Graaf, Jacobus Joannes, p. 19, cat. nr. 77
  • 1881, Gids in het Bisschoppelijk Museum voor kerkelijke oudheid, kunst en geschiedenis, vooral van Nederland en meer bijzonder van het Haarlemsche bisdom te Haarlem Kruisweg No. 59 [1881], p. 17, cat. nr. 77
  • 1878, Gids in het Bisschoppelijk Museum voor kerkelijke oudheid, kunst en geschiedenis, vooral van Nederland en meer bijzonder van het Haarlemsche bisdom te Haarlem Kruisweg No. 59 [1878], p. 14, cat. nr. 77
  • 1960, Anoniem - Noord Nederlands : staande heilige: Sint Antonius Abt, Thienen, F.W.S. van