Geen afbeelding beschikbaar
  • /media/adlib/ABM%20bh493_1.jpg
  • /media/adlib/ABM%20bh493_2.jpg

Arnt van Kalkar en Zwolle

Paulus

-

Paulus
Arnt van Kalkar en Zwolle, ca. 1475
ABM bh493

Een van de felste vervolgers van de aanhangers van Jezus was Saulus, een jood uit Tarsus. Hij heeft Jezus nooit persoonlijk gekend. Na een visioen sluit Saulus zich bij Jezus’ volgelingen aan. Vanaf nu heet hij Paulus. Met de felheid waarmee hij eerst de christenen vervolgde, zet hij zich nu in voor de verbreiding van het christendom.
Er zijn dertien brieven van Paulus in het Nieuwe Testament opgenomen.

Patroonheilige van o.a. tentenmakers en textielarbeiders en aangeroepen tegen paardenverwondingen.

Attribuut: boek of schriftrol (verwijzing naar de brieven die hij schreef) en zwaard (verwijzing naar zijn vervolging van christenen of zijn eigen onthoofding).

Trefwoorden
Arnt van Kalkar en Zwolle

Objectspecificatie

Objectnaam
beeld
Materiaal
eikenhout, verf
Afmetingen
Nu te zien in
Klooster begane grond gang Oost
Verwervingsmethode
bruikleen
Objectnummer
ABM bh493

Objectbeschrijving

Paulus is staande voorgesteld, rustend op zijn linkerbeen. In zijn linkerhand houdt hij een geopend boek. Hij heeft zijn scherpgetekende, ingevallen gelaat met de lange, krullende baard iets naar rechts gewend. Op zijn kale voorhoofd een klein plukje haar en langs zijn oren lange, gestileerde krullen. Opvallend zijn de fijne, geaderde hand, waarmee hij het boek vasthoudt en de zorgvuldig uitgevoerde riem. De heilige staat op een zeskantige sokkel die is voorzien van een kraal en een kwartholprofiel.

Hij is gekleed in een lang gegord gewaad dat de blote voeten vrijlaat. Zijn wijde mantel is teruggeslagen over zijn rechterschouder, waardoor een grote, gekreukte terugslagplooi is ontstaan. Aan zijn linkerzijde heeft hij de mantel onder zijn arm opgenomen en hangt de stof in grote pijp- en schotelplooien af.

Op de sokkel zijn nog vaag in witte verf de letters "S P O ? V S S" zichtbaar.

Polychromie:
Er zijn restanten van meerdere lagen polychromie aanwezig. In het haar witte grond, rood (bolus) en zwart. Rozerood in de mond. Bolus (?) en zwart op het boek. Op de buitenzijde van de mantel oranjerood (bolus?) waarop helderrood; op de binnenzijde helderblauw, waarop zachtrood. Op het kleed sporen heldergroen. Zwart op de riem. Rood op de sokkel. Restje modern blauw aan de achterzijde.
Op het onderste deel van het kleed van boven naar beneden: drie, twee, drie en twee rijen ingeponste puntjes met op regelmatige afstanden houten stiftjes (voor nu verdwenen applicaties (?)). Langs de mantelranden vier rijen ingeponste puntjes met eveneens op regelmatige afstanden houten pennetjes. Gezien de sporen is de oorspronkelijke polychromie mogelijk geweest: glansvergulding met ponspatronen en applicaties op de buitenzijde van de mantel en de onderste rand van het kleed. De binnenzijde van de mantel was vermoedelijk matblauw, de rest van het kleed mogelijk matgroen.

Techniek:
Het beeld is bijna rondom uitgewerkt. De kern lag rechts van het midden, achter het werkblok. Aan de achterzijde een smalle uitholling van ca. 5 cm br. die naar binnen toe breder wordt en niet doorloopt in hoofd en sokkel. Langs de rand van de uitholling dwarse gutssporen, in de uitholling brede gutssporen en opstaande houttongen. De wand is doorbroken ter hoogte van de rechterarm en ter hoogte van de linkerknie (hier beplakt met linnen (modern?). Onder de linker elleboog een grote, gescheurde noest. In de sokkel enkele kopse spieën. Achter in het hoofd scheur gedicht met kopse spieën. Het afgespleten gedeelte is bovendien vastgezet met een ijzeren nagel. De twee gedeelten van het haar sluiten niet helemaal aan.
Werkbanksporen: boven op het hoofd twee kleine gestopte (?) gaatjes en drie ondiepe deukjes.

Staat:
Op het standvlak twee stukjes kurk aangelijmd en 1 metalen plug erin aangebracht. De middelvinger van de hand is deels vernieuwd. Stukje ingevoegd in de neus. Een gescheurde mantelplooi links geborgd met een houten pennetje.
Ontbreekt: de rechterhand (pen in breuk(?)vlak).
Afgebroken: twee tenen van de rechtervoet, een puntje van de mantel op de sokkel rechts, stukjes van het haar, een stukje van de terugslagplooi en van de mantelrand rechts.
Licht gescheurd langs de mergstralen. Zeer veel spijkergaatjes in het standvlak. Achterzijde: drie kleine gaatjes boven in de rug, een schroefgat in de sokkel. Twee spijkergaatjes aan de voorzijde in het kraalprofiel. Drie kleine gaatjes op de linkerknie.
Enkele houtwormgaatjes in het standvlak.

Aanvullende informatie

Inv. Rientjes: Nederrijn, eind 15de eeuw; later: Gelders, ca. 1500.
Jaarverslag ABM 1930: Duits, tweede helft 15de eeuw.
Boerhave Beekman 1939: Nederrijn, eind 15de eeuw.
Bouvy 1947: "(...) glanspunt in de Geldersche school (...)". De omslagplooien wijzen in Duitse richting.
Timmers 1949-1: Gelders, eind 15de eeuw. Voorbeeld van Opper-Gelders maniërisme. Timmers [Van Vlierden: zoals vaker niet erg complimenteus] ziet in de kop een zekere leegheid en weekheid. Alleen de realistische hand kan zijn waardering wekken.
Amsterdam 1949: Gelders, ca. 1500.
Timmers 1949-2: noemt het stuk nu een hoogtepunt der Gelderse school. In aard en wijze der drapering verwant aan de Genadestoel (ABM bh266). De stand is vrijwel gelijk aan die van Anthonius Abt te Venray. De teruggeslagen mantelplooi is aanwezig bij twee Rochusbeelden uit Utrecht en Amsterdam (ABM bh269 en Rijksmuseum, inv.nr. N.M. 24). [Van Vlierden: Noemt de maker nu ineens verbluffend virtuoos en het stuk een gaaf en boeiend kunstwerk!]
Arnhem 1952/53: Gelre, ca. 1500.
Roermond 1953: Gelre, eind 15de eeuw.
Eindhoven 1953/54: Id.
Bouvy 1953: rekent het tot de "soepele richting" in de Gelderse beeldsnijkunst.
Recklinghausen 1958/59: als Eindhoven.
Bouvy 1959: als Bouvy 1953.
Van Haaren 1960: eind 15de eeuw.
Utrecht 1962 (Bouvy): noemt het een prototype van de Kleefs-Gelderse en vooral Kleefse School waarvoor de ascetische gelaatsuitdrukking met een ruige, maar gestyleerde haar- en baardbehandeling, de geaderde handen, de terugslagplooi, de riem en het ingezwenkte voetstuk kenmerkend zijn. Voor het ingezwenkte of veelhoekig voetstuk vergelijk: ABM bh266 (Genadestoel), ABM bh251 (Christoffel), ABM bh269 (Rochus), ABM bh293 (Rochus), ABM bh347 (Catharina), ABM bh272 (Augustinus), ABM bh273 (Antonius); voor de terugslagplooi op de schouders vergelijke men ABM bh618 (Maria en Johannes), ABM bh360 (Anna-te-drieën), ABM bh269 (Rochus), ABM bh293 (Rochus), ABM bh380 (Petrus?), ABM bh383 (Apostel), ABM bh388 (Rochus); voor de riem: ABM bh573 (Antonius), ABM bh269 (Rochus), ABM bh293 (Rochus), ABM bh381 (Petrus), ABM bh383 (Apostel) en ABM bh285 (Rochus).
's-Gravenhage 1963: Noord-Nederland (Gelders-Kleefs), ca. 1500.
Kleef 1963 (Gorissen): Gorissen schrijft het stuk toe aan Mr. Arnt van Zwolle, op grond van vergelijking met het koorgestoelte in de Minoritenkerk te Kleef (1474). Gorissen ziet sporen van polychromie en ponspatronen en "Stiftchenverzierung" op mantel en kleed.
Grubbenvorst 1965 (Gorissen): Gorissen schrijft op grond van vergelijking met de stenen Paulus te Venray (cat.nr. W5) het stuk nu toe aan Kerstken Woyers. Beide Paulusbeelden zouden naar hetzelfde model zijn gemaakt en uit hetzelfde atelier stammen. De stenen Paulus dateert hij rond 1515, de houten rond 1500.
Meurer 1970: Vergelijkt Paulus met de Bernard en de Franciscus uit het Kleefse koorgestoelte: de groeven in het voorhoofd, de bij de neuswortel bijeenkomende wenkbrauwen en de kraaienpootjes bij de ooghoeken komen bij al deze stukken gelijk voor. Vergelijkt de houding van het boek met de wijd uitgespreide vingers met die van de Clara te Eibergen en de vrouwelijke heiligen van het koorgestoelte. Vergelijkt de kop met die van Thomas te Warbeyen en Lodewijk van Toulouse en Franciscus van het koorgestoelte te Kleef. De diep uitgesneden partij tussen mantel en kleed komt eveneens bij de Thomas voor. Een beeld van Jacobus de Meerdere in Venray uit het atelier van Meester Arnt zou teruggaan op de Paulus.
Stockholm 1970: Kleef, eind 15de eeuw.
's-Hertogenbosch 1971 (Lemmens en De Werd): Paulus toont zeer veel overeenkomst met de Johannes de Doper uit de St.-Petruskerk te Bergeyk, eveneens toegeschreven aan Arnt van Zwolle.
Utrecht 1983: Arnt van Zwolle.
Utrecht 1984: Arnt van Zwolle, eind 15de eeuw.
Beerkens 1994: geeft korte status quaestionis.
Utrecht 1994: als Utrecht 1984.
Van Vlierden 1994: vb. van gedetailleerd snijwerk.
Tummers 1997: vb. van beeld uit Gelderse kerk.
Heise 1998: als voorbeeld van een laat-gotische Paulus i.t.t. de latere Paulus van het doxaal te Hildesheim.

Van Vlierden: In de stijl van Arnt van Zwolle is ook een monnik met boek in het Westfälisches Landesmuseum te Münster (inv.nr. E 365; zie: B. Meier, Das Landesmusuem der Provinz Westfalen in Münster. Bd. 1. Die Skulpturen. Max Geisberg (ed.), bearb. B. Meier, Berlijn 1914, cat. nr. 177, Tafel XXXIX.)

Diverse foto's gebruikt door de PTT voor de zomerzegel van 1971.

Literatuurverwijzingen

  • 2013, bislang unerkannte nordniederländische Figurengruppe : die "Notgottes" im Suermond-Ludwig-Museum Aachen, Villwock, Ulrike, p. 191, tekst en noten
  • 2008, Hans Sibbelee : geëngageerd fotograaf, 1915-2003, Coppens, Niels, p. 142, afb.
  • 2006, Christendom in Nederland : topstukken uit Museum Catharijneconvent, Hellemans, B.S., p. 40, afb. 33
  • 2006, Christianity in the Netherlands : highlights from Museum Catharijneconvent, Hellemans, B.S.
  • 2004, Hout- en steensculptuur van Museum Catharijneconvent, ca. 1200-1600, Vlierden, M. van, p. 47 kleurafb., 297, 298, 300, 317, 318, 319
  • 2001, Kleur op middeleeuwse sculptuur : enkele voorbeelden uit de collectie van Museum Catharijneconvent te Utrecht, Vlierden, M. van, p. 257, afb. 1-2
  • 2000, Museum Catharijneconvent : een keuze uit de mooiste werken, Koers, Niels H., p. 29, afb.
  • 1998, Lettner des Hildesheimer Domes : Text, Heise, Karin, p. 77
  • 1998, Lettner des Hildesheimer Domes : Tafeln, Heise, Karin, p. 77, afb. 83
  • 1997, Laatmiddeleeuwse houtsculptuur in Gelderland : de beeldenschat in de St.-Mattheuskerk te Eibergen, Tummers, H.A., p. 4, nt.3, afb. 2
  • 1996, Museum Catharijneconvent : agenda / diary 1997, Koers, Niels H., afb. week 27
  • 1994, Route langs dertig middeleeuwse beelden [N-E] = A tour featuring thirty medieval sculptures, Vlierden, M. van, afb. nr. 13
  • 1994, Middeleeuwse beelden in Venray en hun onderlinge samenhang, Beerkens, Lydia, p. 106, nt. 27
  • 1994, Middeleeuwse houten beelden: ambacht en techniek, Vlierden, M. van, afb.
  • 1984, Route langs dertig topstukken : Museum het Catharijneconvent Holland [1984] = Walk along thirty highlights [1984], cat. nr. 9
  • 1984, Route langs dertig topstukken : Museum het Catharijneconvent Holland [1984] = Walk along thirty highlights [1984], nr. 9
  • 1983, Rijksmuseum Het Catharijneconvent = State Museum Het Catharijneconvent, p. 62-63, afb.
  • 1971, Beelden uit Brabant : laatgotische kunst uit het oude hertogdom 1400-1520, cat. nr. 97
  • 1970, klever Chorgestühl und Arnt Beeldesnider, Meurer, Heribert, p. 49, 53, 55, 68, 71, afb. 133, 135
  • 1970, Konstskatter fran Utrecht, Aartsbisschoppelijk Museum, Andersson, A., nr. 44, afb.
  • 1965, Gorissen en onze middeleeuwse plastiek, Bouvy, D.P.R.A., afb.
  • 1963, klevischen beeldensnijder : niederländische Holzbildnerei, 1474-1508, Gorissen, Friedrich (inl.), cat. nr. 72, p. 83
  • 1963, Kunst uit kerkelijke musea in Nederland, Haaren, H.J.A.M. van, cat. nr. 108, afb. 33
  • 1962, Beeldhouwkunst : Aartsbisschoppelijk Museum Utrecht, Bouvy, D.P.R.A., cat. nr. 199, afb. 69
  • 1960, Nederlandse Bisschoppelijke Musea in: Kunst en religie 42 (1960) 3/4, Haaren, H.J.A.M. van, p. 49-96, afb. 27
  • 1959, Sprekend verleden, p. 45-70, m.n. p. 60-61
  • 1958, 100 Hauptwerke aus dem Erzbischöfliches Museum zu Utrecht, cat. nr. 41, afb.
  • 1953, Beeldhouwwerken uit de Liemers in het Aartsbisschoppelijk Museum te Utrecht, Bouvy, D.P.R.A., p. 98, afb. 36, 37
  • 1953, Onze beeldhouwkunst der late middeleeuwen, Bouvy, D.P.R.A., cat. nr. 22
  • 1952, Nederrijnse kunst der late middeleeuwen, cat. nr. 16
  • 1949, Uit de schatkamers der middeleeuwen : kunst uit Noord-West Duitsland van Karel de Grote tot Karel de Vijfde, Wolff Metternich, F., cat. nr. 38a
  • 1949, Houten beelden : de houtsculptuur in de Noordelijke Nederlanden tijdens de late middeleeuwen, Timmers, J.J.M., p. 30, 36-37
  • 1949, Achtenveertig eeuwen beeldhouwkunst in hout, Timmers, J.J.M., p. 694, 696, afb. 12.80 en 12.81
  • 1947, Symboliek en iconografie der christelijke kunst, Timmers, J.J.M., p. 30, 36-37
  • 1947, middeleeuwsche beeldhouwkunst in de Noordelijke Nederlanden, Bouvy, D.P.R.A., p. 132, nt. 423
  • 1939, Hout van oerwoud tot interieur, Boerhave Beekman, W., p. 431, afb., p. 432, afb.
  • 1931, Jaarverslag Aartsbisschoppelijk Museum Utrecht 1930, Brom, Jan Eloy, p. 5-6, afb. 6-7
  • Laat-middeleeuwse kunst uit Opper-Gelre, cat. nr. 10
  • Laat-middeleeuwse kunst uit Opper-Gelre, cat. nr. 10