Geen afbeelding beschikbaar

Adriaen van Wesel

H. Familie in timmermanswerkplaats

-

Heilige Familie
Adriaen van Wesel, ca. 1475-1480
ABM bh471

Deze aandoenlijke en huiselijke voorstelling toont de Heilige Familie: Maria, Jozef en het Christuskind. De kleine Jezus helpt zijn vader bij het opmeten van een balk. Voor hen staat een mandje gereedschap met daarin een boor, een kleine bijl en een blokschaaf. Maria leest een boek. Waarschijnlijk maakte dit fragment ooit deel uit van het grote Maria-altaar in de Sint-Janskerk in Den Bosch.

Trefwoorden
Adriaen van Wesel

Objectspecificatie

Objectnaam
beeld
Materiaal
eikenhout, verf
Afmetingen
Huidige locatie
Niet in het museum te zien
Verwervingsmethode
schenking
Verwervingsdatum
1863
Verwervingsbron
Objectnummer
ABM bh471

Objectbeschrijving

Op de voorgrond nemen Jozef en de kleine Jezus samen de maat van een balk, die op twee houtblokken ligt. Jozef zit geknield aan het rechter uiteinde van de balk en houdt met twee handen het meetlint strak. De kleine Jezus staat aan het linker uiteinde en kijkt naar Jozef, terwijl hij het eind van het lint in beide handjes houdt. Voor de balk staat een mandje met gereedschap, waaronder een boor, een kleine bijl en een blokschaaf. Op de achtergrond zit Maria met gebogen hoofd in een boek te lezen, dat zij met beide handen vasthoudt. De groep is geplaatst op een kleine, met groeven aangeduide grond.

Jozef draagt sokken, of neergerolde hozen, en spits schoeisel. Hij heeft de mouwen van zijn gegorde kiel opgerold en de punt van zijn muts valt naar voren over zijn hoofd. aan zijn gordel hangt een buidel. Jezus is gekleed in een lang loshangend tuniekje. Maria draagt een ruim, in plooien neerhangend gewaad met een schouderkraag. Een doek met teruggeslagen rand ligt over haar loshangende haar.

Sporen polychromie:
Sporen van witte grond. Sporen van helderrood op het kleed van Maria, de boekband, het tuniekje van het kind, de grond, de kleding van Jozef. Dit rood is secundair. Onder dit rood is op het tuniekje van het kind blauw aanwezig. Het onderste deel van Maria's gewaad heeft sporen lichtblauw. Op het kleed van Jozef een rest donkergrijs.

Techniek:
Aan de achterzijde is iets bol, vlak afgewerkt en vertoont sporen van dissel of kleine bijl voor het afvlakken van de zijkanten. De kern lag midden achter het werkblok. In de achterzijde links een grote noest.
Werkbanksporen (?): het standvlak is deels onzichtbaar door drie stickers van voormalige tentoonstellingen. Links en rechts een iets onregelmatig gat van 7,5 tot 8 mm doorsn. Boven op het hoofd van Maria een deukje en een gaatje. Boven op het hoofd van het kind een gaatje.
Voormalige oorspronkelijke bevestiging: in het midden aan de achterzijde onderaan een diep ovaal gat met een restant van een metealen nagel (?), br. ca. 1 x h. ca. 6,8 cm. Een gat door-en-door in de linkerborst van Maria.

Staat:
Het hoofd van Maria lijkt afgebroken en weer gelijmd en is gefixeerd met twee houten pennetjes. Een deel van de hoofddoek rechts is aangevuld. Een scheur in haar hals is opgevuld. Vier delen van de grond zijn aangevuld: voor het Kind, voor de balk (2 x) en voor de knie van Jozef (bij de knie een gat in de grond). De scheuren in de balk zijn (kops?) ingevoegd.
Afgebroken: een stukje van de boekband en enkele haarlokjes van het kind. Zijn rechter elleboog is beschadigd (noestje).
Aan de achterzijde: in het midden een lichte scheur. Twee spijkergaten in het hoofd van Maria, daaronder respectievelijk een rond gat, twee schroef of boorgaten, 2 afgebroken vierkante nagels, 1 schroefgat. Verspreid minstens 15 kleine spijker(- en houtworm?)gaatjes.
Nog steeds sporen van donkere beits en een dikke waslaag.

Aanvullende informatie

Utrecht 1983 (Defoer): Vermoedelijk afkomstig van het Onze-Lieve-Vrouwealtaar in de kapel van de OLV-broederschap te 's-Hertogenbosch.

Inv. Rientjes (later bijgeschreven): in 1863 door Mgr. G.W. van Heukelum van dhr. Broers gekocht voor f. 25,-. NB: In het kasboek (archief MCC) is f. 30,- opgetekend, maar dit bedrag was inclusief een andere beeldje, mogelijk de Maria met kind die Beekman had ingezonden op de tentoonstelling van 1857 onder nr. III A. 15, 15de eeuw (vr.med. E. Peters). Inv. Rientjes: Het stuk zou afkomstig zijn van de Nederrijn.

Inv. Rientjes: midden 15de eeuw; later: Utrecht, 1ste kw. 16de eeuw.
Utrecht 1857: begin 16de eeuw.
Vogelsang 1906: niet in bibl.
Vogelsang 1911: Nederland (Noord-Brabant?), ca. 1450. Op een hoge, niet bijbehorende sokkel en donkerbruin gevernist.
Utrecht 1913: Noord-Nederland, ca. 1450.
De Jonge 1921: Brabant, Meester van de Zingende Engelen [= Adriaen van Wesel]. Tot de groep hoort ook een Maria van een Annunciatie.
Vogelsang 1925: Plaatst het binnen het oeuvre van de Meester van het Sterfbed van Maria [= Adriaen van Wesel], Utrecht, ca. 1470-80, samen met: het Sterfbed van Maria, de Musicerende Engelen, de Visitatie, de knielende Maria, een staande Maria met Kind, alle uit het Rijksmuseum Amsterdam (inv.nrs.: N.M. 11859, N.M. 11647, N.M. 11394, N.M. 11713, N.M. 3888), een apostel met boek uit de verzameling Van Stolk en de houten Sint Maarten uit het Centraal Museum (inv.nr. 1781). Overeenkomstige behandeling van het haar, de handen, de sluiting van de contour en de bouw de groep; het uitvoerig ingaan op requisieten.
Amsterdam 1939: Jacob van der Borch, overl. Utrecht 1475. [Deze Utrechtse Dombouwmeester werd tijdelijk gelijkgesteld aan de meester die later Adriaen van Wesel bleek te zijn.]
Leeuwenberg 1942: Jacob van der Borch, Noord-Nederland, ca. 1460.
Bouvy 1947: niet van de Meester van het Sterfbed van Maria en ook niet van Jacob van der Borch. De kop en de handen van Jozef zijn minder uitgewerkt dan in het Sterfbed en in de groep van de Musicerende Engelen. Wel Utrechts.
Antwerpen 1948: Utrecht, 3de kw. 15de eeuw.
Leeuwenberg 1948: Meester der Musicerende Engelen. Vergelijk Jozef met de mansfiguur de de ladder van de Kruisafneming te Berlijn (Staatliche Museen, Skulpturen-Sammlung, inv.nr. 2396), ook van deze meester, en met de mansfiguren van het Sterfbed.
Utrecht 1948: Utrecht, 3de kw. 15de eeuw.
Swillens 1948: identificeert de Meester van het Sterfbed van Maria als de Utrechtse beeldsnijder Adriaen van Wesel.
Timmers 1949: Twijfelt aan de toeschrijving aan Van Wesel. Voor spreken het realisme en het kopje van het kind. Tegen spreken de onhandige linkerarm van Jozef, de gekonstedheid der onderlinge plaatsing van de figuren, de zwakte van de stofweergave, o.a. te zien in het mandje en de moeizame, deegachtige modellering. Is het een jeugdwerk, of werk van een assistent?
Vogelsang 1949: Adriaen van Wesel, ca. 1470.
Swillens 1950: Wat opvatting en compositie betreft aan Van Wesel verwant, "(...) doch de uitvoering, onder meer de mistekende arm van de H. Joseph, maken ons duidelijk dat hier een navolger aan het werk is geweest."
Delft 1952: Utrecht, 3de kw. 15de eeuw.
Eindhoven 1953/54: Adriaen van Wesel (?), laatste kw. 15de eeuw.
Antwerpen 1954: id.
Amsterdam 1958: Adriaen van Wesel, 3de kw. 15de eeuw. De wat gezwollen oogleden van Maria en kind wijzen duidelijk op de hand van Van Wesel.
Bouvy 1958: omgeving Adriaen van Wesel.
Recklinghausen 1958: Adriaen van Wesel of omgeving, 3de kw. 15de eeuw.
Bouvy 1959: omgeving Adriaen van Wesel.
Van Haaren 1960: Adriaen van Wesel, Utrecht, 3de kw. 15de eeuw.
Utrecht 1962: id. ca. 1470-80.
Snyder 1964: Adriaen van Wesel. Jozef zou bezig zijn een rechte lijn op een balk te zetten m.b.v. een met krijt ingesmeerde band.
Bouvy 1966: Utrecht, 1470-80.
Stockholm 1970: Adriaen van Wesel of atelier.
Lemmens en De Werd 1980/81: Adriaen van Wesel; als voorbeeld van zijn vermogen om met weinig middelen sfeer op te roepen; levendige momentopname.
Utrecht 1974: Utrecht, 1470-80.
Amsterdam 1980/81: Adriaen van Wesel, o.a. vanwege de koptypen en de gedurfde stilering van de plooien. Onderdeel van een cyclus in een predella of hollijst van een groot altaar.
Utrecht 1983 (Defoer): Adriaen van Wesel, ca. 1475. Onderdeel van het Onze-Lieve-Vrouwealtaar in de kapel van de OLV-broederschap te 's-Hertogenbosch. Voor de toeschrijving aan Van Wesel pleiten het thema, de stijl, de gezichten en de plooival.
Utrecht 1988: dat./verv. id.
Erlemann 1993: In het apocriefe Thomas-evangelie (hoofdstuk 13) komt een wonderbare houtverlenging voor. Jezus brengt een te kort gemaakte plank op de gewenste lengte. Latere middeleeuwse legenden schreven het te kort afzagen soms toe aan een hulpje en niet aan Jozef zelf. Jezus en Jozef trekken daarna samen aan de plank tot de goede lengte is bereikt. (Zie afb. 25: Petrus de Natalibus, Catalogus Sanctorum, Venetië 1502.) Door de moderne devotie zou de aandacht minder op uiterlijke wonderen zijn gericht maar op menselijke bescheidenheid. Dit zien we ook in Ludolphus van Saksens Vita Christi. De voorstelling van Christus en Jozef die een balk meten zou een reminiscentie zijn aan het wonder, maar minder expliciet. Deze voorstelling komt ook voor in Lienhart Ysenhuts Itinerarius sive peregrinarius Beatissime Virginis Marie, Basel, ca. 1489, waar Maria echter spinnend is afgebeeld (afb. 26). De lezende Maria van ABM bh471 zou volgens Erlemann de invloed van de Moderne devotie tonen en ook verwijzen naar de annunciatie.
Parijs 1994: Adriaen van Wesel.
Utrecht 1994: atelier Adriaen van Wesel, ca. 1475. Invloed van de Moderne Devotie in de huiselijkheid van het tafereel.
's-Hertogenbosch 1997: Adriaen van Wesel, ca. 1475. Christus als voorbeeld van het ideale, behulpzame kind.
Willemsen 1998: geen nieuwe info.

Op 15-2-1981 is door P. Klein dendrochronologisch onderzoek verricht: vroegste kapdatum 1464/1474. De curve van de jaarringen van de Kruisafname en de Agnes te Berlijn (vm. wordt met dit laatste het stuk in het Rijksmuseum Amsterdam bedoeld, inv.nr. K.O.G. 1732) en ABM bh471 is zeer overeenstemmend. Ze zijn echter niet uit dezelfde boom gesneden. Zie verslag in hangmap.

Door Dresmé, Utrecht, zijn in april-mei 1956 gipsafgietsels gemaakt.

Van Vlierden: De wat bolle achterzijde, die uitzonderlijk is, zou te maken kunnen hebben met plaatsing in een hollijst rond een altaarstuk, zoals in Amsterdam 1980/81 wordt gesuggereerd. NB: het stuk is wel vrij fors voor een dergelijke functie en de achterzijde niet zo erg bol!

Eigendomsgeschiedenis

Voor 1857 coll. Lindsen; in 1857 bezit van H.J. Broers te Utrecht; waarschijnlijk 2 juli 1863 door Mgr. G.W. van Heukelum gekocht voor het ABM (zie opm.) Volgens de inv. van Rientjes zou het stuk afkomstig zijn van de Nederrijn. Zie: Utrecht 1857; kasboek ABM; inv. Rientjes; inv.vel.

Literatuurverwijzingen

  • z.j., Koninklijk Museum voor Schone Kunsten Antwerpen : [publikaties van de educatieve dienst], 1954; cat. nr. 186, afb. 55
  • 2016, Anna-te-drieën en de Nederlandse gezinscultuur, Pleij, Herman, p. 16, afb.
  • 2016, Musea zijn de nieuwe kerken, Pleij, Herman, p. 29, afb.
  • 2014, Gezien met eigen ogen! : topstukken uit de Middeleeuwen in Museum Catharijneconvent, Welie, Wendelien van, p. 61-62, afb.
  • 2014, Allemaal mannen : 21 bijbelse portretten : met afbeeldingen uit de collecties van Museum Catharijneconvent, Linden, Nico ter, p. 54, afb.
  • 2013, Mittelalterliche Bildwerke aus Utrecht 1430-1530, Preising, Dagmar, p. 234-237, cat. nr. 29, afb.
  • 2013, Textbook highlights Museum Catharijneconvent (2013), nr. 401
  • 2012, Middeleeuwse beelden uit Utrecht 1430-1530, Leeflang, Micha, p. 234-237, cat. nr. 29, afb.
  • 2012, Naar de Middeleeuwen : het Aartsbisschoppelijk Museum in Utrecht vanaf het begin tot 1882, Peters, Elmer, p. 83, afb.
  • 2012, 'Gewrochte beelden vergult off onvergult' : middeleeuwse Utrechtse beelhouwkunst 1430-1530, Vlierden, M. van, p. 119, afb. 4
  • 2012, Kleurrijk verleden ; restauratie van beelden, Leeflang, Micha, p. 30, afb.
  • 2011, Museum Catharijneconvent is het nationale museum en kenniscentrum van christelijke kunst en cultuur : belangrijkste collectie middeleeuwse kunst van Nederland, p.76, afb.
  • 2009, Hours of Catherine of Cleves : devotion, demons and daily life in the fifteenth century, Dückers, Rob
  • 2009, Golden Age ande the Book of Hours of Catherine of Cleves, Defoer, Henri L.M., p. 33-34, afb. 4
  • 2008, nieuw zicht op Utrecht, Haaren, S.E. van, p. 11, afb.
  • 2007, brace : the why and how of making holes, volume one : a 25 year study of early boring tools and the origin of the brace, Peterson, E.M.
  • 2006, Christendom in Nederland : topstukken uit Museum Catharijneconvent, Hellemans, B.S., p. 37, afb. 30
  • 2006, Christianity in the Netherlands : highlights from Museum Catharijneconvent, Hellemans, B.S.
  • 2004, Hout- en steensculptuur van Museum Catharijneconvent, ca. 1200-1600, Vlierden, M. van, p. 13, 35 kleurafb., 112, 125, 126, 194, 200, 213, 214, 215, 219
  • 2004, Uit het goede hout gesneden : religieuze houtsculptuur uit het Museum Catharijneconvent Utrecht in dialoog met de Gruuthusecollectie, Parez, M., p. 22
  • 2002, Verzamelen van middeleeuwse kunst in Nederland 1830-1903, Kruijsen, Barbara, p. 167, 168, 176, afb.
  • 2000, Museum Catharijneconvent : een keuze uit de mooiste werken, Koers, Niels H., p. 30, afb.
  • 1998, Kinder delijt : middeleeuws speelgoed in de Nederlanden, Willemsen, A., p. 260, afb. 209
  • 1997, Kinderen van alle tijden : kindercultuur in de Nederlanden vanaf de middeleeuwen tot heden, Rudolf Dekker, cat. nr. 101
  • 1996, Museum Catharijneconvent : agenda / diary 1997, Koers, Niels H., afb. week 42
  • 1994, Route langs dertig middeleeuwse beelden [N-E] = A tour featuring thirty medieval sculptures, Vlierden, M. van, afb., nr. 22
  • 1993, art en Hollande au temps de David et Philippe de Bourgogne : trésors du musée national Het Catharijneconvent à Utrecht, Defoer, Henri L.M., p. 29, afb. 21
  • 1993, Heilige Familie : ein Tugendvorbild der Gegenreformation im Wandel der Zeit : Kult und Ideologie, p. 75, afb. 27
  • 1988, Helse en hemelse vrouwen : schrikbeelden en voorbeelden van de vrouw in de christelijke cultuur, Caron, M.L., p. 88, cat. nr. 58
  • 1983, Rijksmuseum Het Catharijneconvent = State Museum Het Catharijneconvent, p. 54, afb.
  • 1980, Adriaen van Wesel : een Utrechtse beeldhouwer uit de late Middeleeuwen, Halsema-Kubes, W., p. 16, 102, cat. nr. 13
  • 1974, leven in de late Middeleeuwen, cat. nr. 190
  • 1970, Konstskatter fran Utrecht, Aartsbisschoppelijk Museum, Andersson, A., nr. 36, afb.
  • 1966, Beeldhouwkunst [1966], Bouvy, D.P.R.A., p. 45-46, 49, afb. 23
  • 1964, Nordniederländische Eigenart in der Kunst des Mittelalaters, Snyder, Geerto, p. 4-9, m.n. p. 6-7
  • 1963, Kunst uit kerkelijke musea in Nederland, Haaren, H.J.A.M. van, cat. nr. 86
  • 1962, Beeldhouwkunst : Aartsbisschoppelijk Museum Utrecht, Bouvy, D.P.R.A., cat. nr. 246, afb. 83
  • 1960, Nederlandse Bisschoppelijke Musea in: Kunst en religie 42 (1960) 3/4, Haaren, H.J.A.M. van, p. 49-96, afb. 24
  • 1959, Nederlandse beeldhouwkunst, Bouvy, D.P.R.A., p. 55
  • 1958, Mariendarstellungen in der Diözese Utrecht, Bouvy, D.P.R.A., p. 46
  • 1958, Middeleeuwse kunst der Noordelijke Nederlanden, Roëll, David Cornelis, cat. nr. 298
  • 1958, Unsere Liebe Frau, Braunfels, Wolfgang, p. 46
  • 1958, 100 Hauptwerke aus dem Erzbischöfliches Museum zu Utrecht, cat. nr. 28
  • 1954, madonna in de kunst : catalogus met 80 afbeeldingen, cat. nr. 186, afb. 55
  • 1953, Onze beeldhouwkunst der late middeleeuwen, Bouvy, D.P.R.A., cat. nr. 50
  • 1952, Prisma der bijbelse kunst, p. 116, cat. nr. 159, afb. 18
  • 1949, Houten beelden : de houtsculptuur in de Noordelijke Nederlanden tijdens de late middeleeuwen, Timmers, J.J.M., p. 51-52, afb. 93
  • 1948, Utrecht's kunst in opkomst en bloei 650-1650, cat. nr. 119
  • 1948, werk van den Meester der Musicerende Engelen en het vraagstuk van Jacob van der Borch opnieuw beschouwd, Leeuwenberg, Jaap, p. 164-179, afb. 6
  • 1948, Kerkelijke kunst : catalogus tentoonstelling Stad Antwerpen, cat. nr. 253
  • 1947, middeleeuwsche beeldhouwkunst in de Noordelijke Nederlanden, Bouvy, D.P.R.A., p. 73, 80, 81, afb. 73
  • 1941, Middeleeuwen spreken tot u [kalender 1942], Leeuwenberg, Jaap, afb. 15
  • 1939, Tentoonstelling bijbelsche kunst, Schmidt Degener, F. (inl.), p. 111, cat. nr. 131a
  • 1925, Noord-Nederlandsche beeldhouwwerken : de Meester van het Sterfbed van Maria, Vogelsang, W., p. 191-192, afb. 16
  • 1921-1922, Beeldhouwwerk in het Aartsbisschoppelijk Museum [De Jonge], Jonge, C.H. de, p. 175
  • 1911, Holzskulptur in den Niederlanden, 1: das Erzbischöfliche Museum zu Utrecht, Vogelsang, W., nr. 13, pl. XXII
  • Beeldhouwers en beeldhouwkunst, Swillens, P.T.A., p. 209-237, m.n. p. 220