Geen afbeelding beschikbaar

Arnt van Kalkar en Zwolle

Catharina

-

CATHARINA VAN ALEXANDRIË
Meester Arnt (werkzaam tussen 1460 en 1492)
ABM bh281

Catharina zou geleefd hebben in de derde eeuw. Zij was een zeer ontwikkelde vrouw van voorname komaf en een overtuigd christen. In een twistgesprek wist zij 50 heidense filosofen te overtroeven. Vanwege haar geloof liet keizer Maxentius haar terechtstellen. Het rad waarmee zij zou worden gemarteld, werd echter door hemels vuur in stukken gebroken. Daarna werd zij onthoofd. Catharina werd de patroonheilige van wijsgeren, wagenmakers, molenaars en alle beroepen die met raderen of wielen te maken hebben. Haar graf in de Sinaï werd een belangrijk bedevaartsoord voor alle pelgrims naar het Heilig Land. De orde der johannieters, die in het Heilig Land was ontstaan, maakte haar vaak tot patrones van hun kloosters, zoals van dat te Utrecht.

Trefwoorden
Arnt van Kalkar en Zwolle

Objectspecificatie

Objectnaam
beeld
Materiaal
eikenhout, verf
Afmetingen
Huidige locatie
Niet in het museum te zien
Verwervingsmethode
schenking
Verwervingsdatum
1910-06-30
Verwervingsbron
Objectnummer
ABM bh281

Objectbeschrijving

Catharina staat een weinig naar rechts gewend. Zij heeft haar linkerbeen iets naar voren geplaatst en houdt in de linkerhand een boek. De heilige staat op een zeskantig voetstuk met ingezwenkte zijden, dat langs de bovenrand voorzien is van een diep holprofiel.

Zij is gekleed in een lang gewaad dat zij onder haar linkerarm opneemt zodat voor het lichaam een reeks onregelmatige driehoeksplooien ontstaat. Onder het bovenkleed draagt ze een onderkleed dat in pijpplooien tot iets boven de voeten neerhangt. De hals van het bovenkleed is afgezet met een bontrand waarvan de oppervlakte met puntjes is aangeduid. In de hals zijn een halsdoek (?) en een onderkleed (?) zichtbaar. Maria's mantel ligt glad over beide schouders en is onder beide armen opgenomen, zodat ook aan Catharina's rechterzijde een reeks diepe driehoeksplooien te zien is en aan haar linkerzijde een reeks onregelmatig gebroken sleufvormige vouwen en pijpplooien. Aan haar voet een spitse schoen in trip. Het leer van de trip is met puntjes versierd. Haar loshangende haren vallen in om elkaar gedraaide strengen over haar rug en schouders en worden op het hoofd samengehouden door een getordeerde band met parelsnoer.

Polychromie: Resten van een witte grond. Rood op de buitenzijde van de mantel waarop blauw, sporen groen op de binnenkant van de mantel. Sporen groen op de sokkel waaronder zwart. Op het bovenkleed puntjes zwart en groen.

Het beeld is aan de achterzijde bewerkt. De kern lag rechts achter het werkblok. De ogen zijn zeer gedetailleerd gesneden; iris en pupillen zijn aangeduid. Boven op het hoofd een gat van ca. 1,5 cm doorsnede en ruim 2,5 cm diep. In het standvlak vier schuin ingegroefde gaten, die in kruisvorm tegenover elkaar liggen en een gat in het midden (werkbanksporen).

De hoek van het boek is aangevuld. Aan de achterzijde rechts in standvlak moderne spie aangespijkerd.

De rechterhand ontbreekt (was ingepend). Van de klamp van het boek is een stukje afgebroken en een puntje van de schoen. Er zijn kleine beschadigingen in de randen van de kleding. Er is een hoekje uit de mantel rechtsachter.

Er loopt een scheur door de linkerkant aan de voorzijde onderaan. Er zit een uitgebroken gaatje in het onderkleed. Modern schroefoog in de achterzijde. In het midden van de rug een spijkergat en boven in de rug een schroefgat. In het standvlak zitten vele diepe spijkergaten. Er loopt een diepe scheur doorheen. Links in het standvlak een moderne spijker.

Verspreid over het hele beeld zijn opregelmatige afstanden ondiepe gaatjes aangebracht, ook op het gelaat van de heilige, zoals bij de ogen, op de neuspunt en de kin. [zie opm.]

De onderzijde is aangetast door houtworm en brokkelt.

Aanvullende informatie

Als het hier inderdaad een Catharina betreft, zal de heilige als attribuut een zwaard in haar rechterhand hebben gedragen. Zekerheid omtrent de identificatie is er niet, aangezien keizer Maxentius onder haar voeten ontbreekt.

Zie voor Meester Arnt ABM bh272.

Inv. Rientjes: 2de helft 15de eeuw; later: Gelders-Overkwartier, eind 15de eeuw.
Vogelsang 1911: Nederrijns, 3de kw. 15de eeuw. Als Catharina (?). De rechterhand met het zwaard is in Vogelsangs tijd nog aanwezig, maar een latere toevoeging, zodat het attribuut van de heilige niet zeker is. Vogelsang zag op de boekband nog sporen van beschildering.
Delft 1951-52: Nederlands, eind 15de eeuw.
Amsterdam 1958: Nederrijns, eind 15de eeuw.
Utrecht 1962 (Bouvy): Kleef-Gelre, ca. 1500. Vergelijkt voor het ingezwenkte, veelhoekige voetstuk met andere beelden uit deze regio, o.a. met de Paulus (ABM bh493), zie aldaar.
Bouvy 1969: laat 15de eeuw. Bouvy brengt het stilistisch in verband met het koorgestoelte in de Minorietenkerk te Kleef en oppert dat het beeld mogelijk daarvan afkomstig is. Het beeld zou als voorbeeld hebben gediend voor een neo-gotische versie op de sedilia in de St.-Wilibrorduskerk te Utrecht en voor een Barbarabeeld in de gevel van de door Tepe gebouwde panden voor Mengelberg en zichzelf aan de Maliebaan nr. 84 te Utrecht.
Meurer 1970: schrijft het stuk toe aan een groep werken uit het atelier van Meester Arnt. Het zou niet van diens eigen hand zijn. Het beste stuk van deze groep noemt hij het Marianum van Varsseveld. Kenmerken van deze werken zijn: het variëren op composities van Meester Arnt en het vereenvoudigen ervan.
Delft 1977: Nederrijn, waarschijnlijk Kleef, ca. 1475. Rechterhand en zwaard beschreven als nog aanwezig. [NB in 1958 al beschreven als: onbreekt.]
Utrecht 1994: Arnt van Zwolle, eind 15de eeuw.

Vr. med. Henri Defoer: stilistisch sluit deze Catharina het dichtst aan bij het vroege werk van Arnt van Zwolle. Het gelaatstype en de plooival zijn sterk verwant met die van de figuren van het koorgestoelte te Kleef (zie bijvoorbeeld de Agnes, Catharina, Maria met Kind en Franciscus). Het stuk zal derhalve ontstaan zijn rond 1475.

Van Vlierden: er is ook verwantschap met Lucia I, privébezit Düsseldorf, eveneens een vroeg werk van Meester Arnt (Meurer 1970, afb. 138-139) en een Christina, voorheen in Wenen, Galerie Liechtenstein (idem, afb. 236) die Meurer evenwel aan het atelier toeschrijft.

Waarschijnlijk zijn de ondiepe gaatjes, die op alle belangrijke punten van het stuk regelmatig over het beeld verspreid te zien zijn, ontstaan door het opmeten in de tijd van Tepe. Toen werd het beeld immers als model gebruikt (zie Bouvy 1969).

Eigendomsgeschiedenis

Inv. Rientjes: afkomstig uit Keulen.

Literatuurverwijzingen

  • 2004, Hout- en steensculptuur van Museum Catharijneconvent, ca. 1200-1600, Vlierden, M. van, p. 13, 229, 297, 299, 300, 309, 311, 312, 319, 323
  • 2002, Verzamelen van middeleeuwse kunst in Nederland 1830-1903, Kruijsen, Barbara, p. 176
  • 2000, Werken aan een beeldencatalogus, Höppener-Bouvy, H.M.E., p. 22-24, afb.
  • 1994, Route langs dertig middeleeuwse beelden [N-E] = A tour featuring thirty medieval sculptures, Vlierden, M. van, afb. nr. 28
  • 1977, Bijbels en burgers : vijf eeuwen leven met de Bijbel, 1477-1977 : Delftse Bijbel, Bruin, C.C. de, cat. nr. 17
  • 1970, klever Chorgestühl und Arnt Beeldesnider, Meurer, Heribert, p. 69, afb. 233
  • 1969, Enige bewijzen van de "dictatuur" van Van Heukelum, Bouvy, D.P.R.A., p. 223, afb. 2a
  • 1962, Beeldhouwkunst : Aartsbisschoppelijk Museum Utrecht, Bouvy, D.P.R.A., cat. nr. 204
  • 1958, Middeleeuwse kunst der Noordelijke Nederlanden, Roëll, David Cornelis, nr. 347
  • 1952, Van intimiteit tot theater, cat. nr. 61
  • 1952, Prisma der bijbelse kunst, cat. nr. 61
  • 1911, Holzskulptur in den Niederlanden, 1: das Erzbischöfliche Museum zu Utrecht, Vogelsang, W., nr. 26, pl. VII