Geen afbeelding beschikbaar
  • /media/adlib/SMCC%20b5a_1.jpg
  • /media/adlib/SMCC%20b5a_2.jpg
  • /media/adlib/SMCC%20b5a_3.jpg

onbekend

Christus in de Hof van Gethsemane en de stigmatisatie van de H. Franciscus

-

Jezus in de Hof van Olijven en Franciscus ontvangt de stigmata
Zuid-Duitsland, eind 15e eeuw
Museum Catharijneconvent, Utrecht, verworven met steun van de Vereniging Vrienden van het Catharijneconvent

Kunstenaars verbeelden overeenkomsten tussen Christus en Franciscus. De vergelijking op dit reliëf is verder nooit verbeeld. Links bidt Jezus in de Hof van Olijven. Terwijl zijn geliefde apostelen slapen, nemen soldaten hem gevangen. Rechts bidt Franciscus op de berg La Verna. Zijn trouwe broeder Leo is net als de apostelen in diepe slaap. Zowel Christus als Franciscus ervaren hier een goddelijke bevestiging dat zij juist handelen. Dit helpt hen om hun ingeslagen levenspad te vervolgen. Voor beiden begint nu letterlijk een lijdensweg.

Objectspecificatie

Objectnaam
beeld
Materiaal
notenhout, verf, goud
Afmetingen
Nu te zien in
Klooster begane grond gang Oost
Verwervingsmethode
aankoop
Verwervingsdatum
2000-07-11
Verwervingsbron
Objectnummer
SMCC b5a

Objectbeschrijving

Op het linkerdeel van het reliëf is Christus in de Hof van Olijven afgebeeld, op het rechtergedeelte Franciscus die de stigmata ontvangt.

In de omheinde Hof van Olijven is in het midden van de voorstelling de naar links geknielde, in gebed verzonken Christus afgebeeld. Hij heeft zijn handen in gebed gevouwen en kijkt omhoog, waarschijnlijk naar de nu verdwenen (engel met) lijdenskelk. Aan zijn voeten liggen drie apostelen te slapen. De linker, Petrus, leunt tegen de tenen omheining en steunt zijn hoofd op zijn rechterhand, terwijl hij met zijn linkerhand zijn zwaard vasthoudt. Hij zit ineengedoken, met de knieën vaneen. De middelste, Jacobus, ligt op zijn rug vooraan tegen de omheining, die hij vasthoudt met zijn rechterhand. Hij ligt met het hoofd naar links en met opgetrokken knieën te slapen, terwijl zijn linkerhand in zijn schoot rust. De rechter, Johannes, zit ineengedoken, frontaal, achter Jacobus. Zijn hoofd is voorover gezakt en hij heeft zijn gekruiste armen op zijn knieën gelegd.
Links op de achtergrond, buiten de omheining, nadert Judas met de soldaten. Voorop loopt een geharnaste soldaat. Direct achter hem gaat Judas, omgeven door vier andere krijgslieden. De soldaat links achteraan draagt een knots in zijn rechterhand. Onder de rotsblokken aan de linkerzijde is het voorste deel van een geschubd monster zichtbaar.
Achter Christus staan enkele boompjes. Een openstaand poortje, rechts in de omheining, geeft toegang tot een heuvelachtig landschap, waarin dwars op de achtergrond een kapel staat. Franciscus knielt voor de kapel, met zijn rug naar de beschouwer. Hij heft zijn beide handen op en ontvangt de stigmata (de vijf wonden van Christus, in handen, voeten en rechterzijde). Hij kijkt op naar het gevleugelde kruis, dat boven het kapelletje is verschenen. Aan het kruis hangt Christus, nu op de rechterhand na verdwenen. Rechts op de voorgrond zit broeder Leo te slapen in een rotsige holte. Aan de zijkant van het reliëf, in een holte onder de kapel, bevindt zich de duivel, die probeert de kerk te ondermijnen. De duivel heeft de vorm van een gevleugelde draak.
De vlakke achtergrond van het reliëf wordt aan de bovenzijde afgesloten door een gestileerde wolkenband. De grond is aangeduid met zigzaggroeven, de voorzijde van de rotsen met fijne, parallelle groeven.

Christus is gehuld in een tunica. Petrus draagt een lang gegord gewaad, op de borst met knoopjes gesloten. Hij heeft een mantel met omgeslagen kraag en een terugslagplooi op de linkerarm. Jacobus draagt een tweepandige jas met versierde boord, een onderkleed en een mantel die over zijn hoofd en onder zijn linkerarm door om zijn lichaam is geslagen. Johannes is gekleed in een tunica.
De voorste soldaat draagt een helm, een harnas met schouderschildjes en op de borst een franse lelie en is gelaarsd. Judas draagt een lang kleed. De soldaat links van hem een gegord overkleed met korte mouwen, v-hals met boord en met splitten. Onder het kleed is beenpantser zichtbaar. Op zijn helm een dierenkop met grote oren. Boven op de helm is een soort spiraal zichtbaar. Dit is vermoedelijk een soort vaandel, gedragen door de soldaat achter hem. Deze heeft een helm met oorschijven op het hoofd, terwijl het hoofd van de soldaat direct achter Judas gedekt is met een ijzeren hoed. Hij draagt tevens een borstpantser (?). De soldaat links achteraan tenslotte, draagt een helm met gesloten vizier.
Franciscus is gekleed in een pij met capuchon. Broeder Leo heeft een kap op het hoofd. Zijn mantel hangt over zijn schouders en bedekt de grond achter hem. Onder de mantel draagt hij een tunica.

Het poortje heeft een leien schilddak met geprofileerde nok. In de voorzijde van het dak een dakkapelletje. Tussen de twee stevige stijlen een uit verticale planken samengestelde deur. De kapel heeft een met pannen gedekt zadeldak met geprofileerde noklijst. In het midden hiervan een zevenkantig koepeltje gedekt door een ui en voorzien van driepasvensters. Op het koepeltje rust de onderzijde van het kruis. De rechthoekige kapel, opgebouwd uit kleine stenen, staat op een geprofileerde plint. Aan de lange zijde vier spitsboogvensters met driepasbogen. In de rechter topgevel een muuranker in de vorm van een X en in het muurvlak daaronder een boog met eronder twee horizontale rijen amandelvormige inkepingen (deur?).

Polychromie:
Resten van meerdere lagen polychromie, telkens op een witte grond. In oorspronkelijke staat zal het stuk waarschijnlijk grotendeels verguld zijn geweest, met waarschijnlijk groenluster op de rotsen. Oudste vergulding op een oranje bolus. Latere op een donkerbruine en gele bolus.
Restanten lichtroze incarnaat, tweede witte grond en felroze incarnaat waarop donkerder roze. Christus' ogen tonen nog zwarte details. Zijn tunica is verguld op oranjerode bolus, daarop achtereenvolgens: roze, grijs, blauw, een restant dikke witte grondering waarop een gelige bolus en vergulding en enkele spatten helderrood. Petrus: kleed verguld, rood, roze en blauw. Rood is mogelijk luster. Jacobus: rood op het kleed en op de mantel blauw en rood. Voorste soldaat: helm zwart; harnas groen en blauw, details verguld op rode bolus, onderste deel groen met resten blauw en rood (NB ook op het breukvlak van de arm, dus later). Kleed van de soldaat achter hem rood, zwart en blauw. Restjes rood waarop groen en zwart op de helm. Op de knots van de soldaat links achteraan wat rood. Het monster links: sporen vergulding, blauw of donkergroen, waarover rood en zwart. Leo: mantel: bruin, waarop blauw, met spatjes helderrood. Stijlen van de poort: vergulding op donkerbruine bolus, rood; deur blauwgrijs, bruin (bolus?) waarover groen. Leidak: wit met blauwe accenten. Steen van de kapel bruin, helderrood; vensters blauw met zwarte schaduwing (?). Franciscus: pij bruin, zwart. Wolken: minstens drie lagen afwerking, waarvan de bovenste blauw. Bomen: vergulding, groen. Op het kruis helderrood, waarop zwart. De achterwand is blauw. De grond toont sporen vergulding waarop groen (luster?), witte grond waarmee de detaillering is dichtgesmeerd, groen, met rode accenten op takjes rechts vooraan en links aan de zijkant. Het monster rechts heeft een zwarte kop en rode muil en is verder groen met rode overschildering. Omheining: vergulding, groen, witte grond, groen. Achterkant reliëf en standvlak groen afgewerkt.

Techniek:
Achterzijde ruw afgevlakt en afgespleten. Bijlslagen. De kern ligt naar achteren in het werkblok. Beitelsporen op het standvlak. Hoogreliëf. Gedetailleerd bewerkt.

Staat:
Waarschijnlijk ontbreekt links boven tegen de achterwand de engel met de lijdenskelk. De kop van de draak is vervangen. Zijkanten en standvlak op meerdere plaatsen aangevuld met gips en/of vloeibaar hout in verband met wormstekigheid. Aan de achterzijde links bovenaan is een strook in de achtergrond aangevuld in eikenhout. Mogelijk heeft men gepoogd een nieuw corpus op het kruis te bevestigen. In de dwarsbalk ervan drie grote, gesmede nagels, waardoor de balk is gespleten. De langsbalk is duidelijk bijgesneden en heeft in het onderste deel nog twee resten van nagels.
Afgebroken: twee armen van twee soldaten links; wapen voorste soldaat; boompje voor Christus afgebroken en bijgesneden (stond hier de kelk?); gevest zwaard Petrus (gaatje met spijker in vlak); deel kraag Jacobus; deel van het hek bij zijn hand; stukje uit de grond links; handen van Franciscus beschadigd; vleugels (bijgesneden); meerdere delen van de wolken.
In het midden over de gehele lengte van de achterzijde gescheurd. Deels gevuld met gips-achtig materiaal dat ook deels is uitgevallen. Lichte radiale scheuren in het standvlak.
Vooral het standvlak is wormstekig. Een deel van de achtergrond rechts is afgebrokkeld, daaronder is een deel van de grond afgebrokkeld en aangesmeerd. Links van de soldaten is een deel afgebrokkeld en een stukje uit de grond links vooraan en kleine stukjes rondom Leo en Franciscus.
De polychromie is zwaar gesleten en beschadigd. De achtergrond en de kapel zijn vrijwel kaal, evenals de omheining, twee van de apostelen en Franciscus.

Aanvullende informatie

Aangezien het stuk ook aan de zijkanten is uitgewerkt, is het waarschijnlijk geen onderdeel van een retabel geweest, maar een devotiestuk. In ieder geval zal het niet in een diepe kast hebben gestaan.

De exacte tekst op het perkament luidt: 'Aan de R.C. kerk te Bemmel, om te plaatsen in de kerk op Wittendonderdag; daarna in de pastorie. W.L.U.A. v.d. Monde Br. 30 Sept. 1885'. Het perkament was oorspronkelijk met twee klodders rode zegellak links onderaan op het object vastgezet.

Haarlem 1926: niet in bibl. tent. Frans Halsmuseum.
Witte 1932 (brief aan Schretlen, 19-71932, hangmap) : Nederland, omg. Arnt van Zwolle en zijn assistent Jan van Halderen. Waarschijnlijk afkomstig uit een franciscaans klooster.
Londen 1933: niet in bibl. Tent. Dutch Galleries Londen.
Schretlen 1935: Kalkar, ca. 1480.
Vecht 1936 (taxatierapport, hangmap): Duitsland/Nederrijn, 2de h. 15de eeuw, notenhout, originele polychromie.
Rotterdam 1951: School van Calcar, ca. 1510.
Delft 1952: Zuid-Duitsland, ca. 1500, eikenhout. NB de maten kloppen niet!
Leeuwenberg 1955 (ansicht hangmap): Zendt Bouvy een foto van een Gethsemanegroep uit Rottweil en is ervan overtuigd dat de Gethsemane/Franciscusgroep ook uit Schwaben komt.
Almelo 1957: Zwaben, ca. 1520.
Laren 1958: Zwaben, ca. 1520, notenhout, afkomstig van een retabel uit een franciscaner klooster.
Van Os, brief 11-4-1975 (hangmap): Rond 1600. Het gebed in Gethsemane is sinds Bartholomeus van Pisa inderdaad het gegeven geweest om uit te beelden in relatie met de stigmatisatie. Er zijn nog andere voorbeelden van, waar Van Os door collegae uit Rome op attent gemaakt werd.
Defoer 2000: Zuid-Duitsland, eind 15de eeuw. Gelijkschakeling van de smartelijke ervaring van Franciscus met de doodsangst van Christus. Zelfstandig devotiestuk, dat in franciscaner context heeft gefunctioneerd. Eenzelfde verbinding van stigmatisatie en Hof van Olijven komt voor als een van de scènes op een zijluik van het Theodosia-altaar, Huissen 1545 (ABM s146).

Van Vlierden: De verbinding tussen beide scenes is wellicht de angst van Christus die zijn kruisiging tegemoet zag in vergelijking met de angst van Franciscus voor hij de stigmata ontving. Zie Stefenelli 1982, p. 82 in: Krems 1982: "Vorher [voor de stigmatisering] sollen ihn [Franciscus] Angstzustände, Anfechtungen und Zweifel geplagt haben die an die Belastungen von Christus auf Golgotha erinnern." In de oudste biografie van Franciscus is hierover niets terug te vinden. Het verdient aanbeveling t.z.t. naar verwijzingen te zoeken in Franciscaanse meditatie-teksten.

Van Vlierden: Uit brieven van Schretlen in 1936 blijkt, dat de jonge Bouvy onder invloed van twee antiquairs (een zekere R en een handelaar uit Laren, scharrelaartjes volgens Schretlen) ging twijfelen aan de waarde van het stuk. Schretlen zendt hem daarop de brief van Witte uit 1932 (directeur van het Schnütgen-Museum te Keulen) en raadt hem aan het stuk te laten taxeren door Vecht in Amsterdam. Deze verklaart het voor echt, waarmee de zaak wordt gesloten en Bouvy nog vele jaren van zijn bijzondere sculptuur heeft mogen genieten, zoals Schretlen hem toewenste.

Eigendomsgeschiedenis

In 1885 is het beeld ter beschikking gesteld aan de R.K. kerk te Bemmel om het te plaatsen in de kerk op Witte Donderdag en daarna in de pastorie. Dit is vermeld op een stukje perkament, oospronkelijk bevestigd aan de achterkant van de groep, ondertekend door broeder Van der Monde, 30 september 1885 (zie opm.). Rond 1923 kunsthandel Nijmegen; rond 1923 gekocht door de Kunsthandel M.J. Schretlen, Amsterdam; aangekocht door D.P.R.A. Bouvy, Bussum, in november 1936.

Literatuurverwijzingen

  • 2017, Singel 6 en Bouvy : een band van 113 jaar, Höppener-Bouvy, H.M.E.
  • 2016, gestalten van Franciscus, Os, H.W. van, p. 21, afb. 8
  • 2015, François, un «autre Christ»? : histoire d’une expression, Moracchini, Pierre
  • 2014, Gezien met eigen ogen! : topstukken uit de Middeleeuwen in Museum Catharijneconvent, Welie, Wendelien van, p. 39-41, afb.
  • 2014, Gezien met eigen ogen : afscheid van prof. dr. Claudine Chavannes-Mazel, Leeflang, Micha, p. 35, afb.
  • 2004, Hout- en steensculptuur van Museum Catharijneconvent, ca. 1200-1600, Vlierden, M. van, p. 19, 55 kleurafb., 452
  • 2003, Goddelijk geschilderd : honderd meesterwerken van museum Catharijneconvent, Defoer, Henri L.M., p. 61, afb.
  • 2000, Middeleeuwse aanwinsten : bijdrage van gulle vrienden verrijkt collectie schilderijen en beelden, Defoer, Henri L.M., p. 2-21, nr. 17, afb. 17
  • 1952, Tentoonstelling van middeleeuwsche beeldhouwkunst van de 13e tot het begin der 16e eeuw, afkomstig of uit het bezit van den Kunsthandel van Mr. M.J. Schretlen te Amsterdam, Schretlen, M.J., nr. 11
  • 1935, Middeleeuwsche beeldhouwkunst, Schretlen, M.J., p. 109, afb.