Geen afbeelding beschikbaar

onbekend

Piëta

-

Piëta
Zuid-Duitsland, Bohemen, ca. 1420-1430
RMCC b1

Maria ondersteunt het hoofd van Christus. Uit de kruiswonden stroomt bloed. Met een slip van haar mantel droogt Maria haar tranen. De oorspronkelijke beschildering van het beeld versterkt het intense meebeleven van Maria’s leed.

Objectspecificatie

Objectnaam
beeld
Materiaal
lindehout, verf, goud
Afmetingen
Huidige locatie
Niet in het museum te zien
Verwervingsmethode
aankoop
Verwervingsdatum
2011-11-29
Verwervingsbron
Objectnummer
RMCC b1

Objectbeschrijving

Maria zit op een bank en draagt de dode Christus, met het hoofd naar links, op haar schoot. Zijn handen rusten gevouwen op zijn bovenbenen. Hij heeft een gapende wond in zijn rechterzijde. Over zijn lichaam lopen dikke stralen bloed. Maria lijkt haar met haar sluier bedekte linkerhand naar haar gezicht te brengen. Met haar rechterhand ondersteunt zij het lichaam van Christus in de nek.

Maria draagt een lang, gegord kleed waaroverheen een mantel, die van haar knieën in talrijke plooien neervalt. Haar hoofd is bedekt door een sluier met geplisseerde rand. Ze draagt schoenen met spitse neuzen. Christus heeft lange haren en een puntige baard. Op zijn hoofd draagt hij een doornenkroon met ijzeren (?) doornen. Hij is bekleed met een lendendoek.

Polychromie:
Grotendeels oorspronkelijke polychromie. Deze is aangebracht op een dikke, witte grondering, waaronder op vele plaatsen linnen waarneembaar is. De stralen bloed en ook andere details zoals in de haarpartijen zijn in de grond gemodelleerd. Incarnaat: roze in meerdere lagen. De zwarte detaillering van de ogen is van later datum. Wenkbrauwen bruin. Het rode bloed is deels overschilderd. De sluier is wit met sporen lichtgroen, donkergroen en resten van een vergulde rand op rode bolus, waarover helderrode overschildering. De vergulding van mantelrand, gordel en lendendoek ligt op een oranjerode bolus. Over de vergulding van het kleed lijkt een dunne, rode glacislaag aangebracht. (NB volgens Mares gaat het hier om bladzilver, goudkleurig geglaceerd.) Binnenzijde lendendoek en mantel blauw (azuriet) op een zwarte grond. Op het deel tussen de voeten van Maria rozerood onder het blauw en het wit van de mantel. Op het wit van de mantel sporen blauw (overschildering?). Haar Maria bruin overschilderd. Haar Christus minstens twee lagen bruin, zeer geretoucheerd. Doornenkroon: lichtgroen waarover donkergroen. Grondje: okerbruin, groen. Bankje verguld op lichtbruine bolus (niet oorspronkelijk); oranjebruine overschildering; restjes blauw op het profiel.

Techniek:
Zie ook: opmerkingen.
Aan de achterzijde uitgehold. Zeer brede gutssporen en opstaande houttongen in de uitholling. Standvlak niet bekeken. Kern niet bepaald.
De zijden van het bankje waren vermoedelijk beide oorspronkelijk aangezet. Het rechterdeel is verdwenen. Het linker is aangezet met een houten pen of een nagel gedekt door een houten stop bovenaan, en een nagel onderaan. Tussen het bankje en de figuur van Maria aan de achterzijde twee delen toegevoegd (herstelling (?) restant groot vierkant pengant (?) en pen (?)). In de uitholling een houten pen die uitkomt in de gewaadplooi links: een deel van de gewaadplooien is apart aangezet. De benen van Christus zijn apart aangezet en vastgezet in de rechterzijde van Maria met twee houten pennen. Aan de achterzijde een onregelmatig verlopende sponning langs de uitholling (voor afdichting?).
Spoor van de werkbank: Boven in het hoofd van Maria een groot, onregelmatig gat met afgezaagde pen of stop, doorsn. ca. 2,5 cm.
De doorns van de doornenkroon zijn van metaal (?).

Staat:
Het bankje is aan de rechterzijde geheel en aan de linkerzijde onderaan gereconstrueerd in zwartgeverfd hout; aan het grondje rechts en in de uitholling onderaan een aanvulling in hetzelfde materiaal. Het stuk staat op een nieuwe grondplaat van eveneens hetzelfde materiaal. De benen van Christus zijn ter hoogte van de rand van de lendendoek losgescheurd en gelijmd. De pennen in Christus' benen zijn vernieuwd. Een deel van het bankje links is aan de achterzijde afgezaagd (spijkergaten in zaagvlak).
Afgebroken: de voorvoeten van Christus (afgezaagd?); meerdere doorns uit de doornenkroon; stukjes van de randen van de kleding.
Boven in de uitholling meerdere spijker- en schroefgaten. Aan de achterzijde rechts naast de uitholling een onregelmatig, rechthoekig gat.
Zeer wormstekig. Vrijwel overal wormschade. Vooral aan de achter- en onderzijde. Vele delen zijn hier afgebrokkeld. Deels bedekt met een glimmende lijmlaag en/of impregneringsmiddel. Tijdens de laatste restauratie (zie opm.) zijn vele delen aangevuld en aangesmeerd, o.a. de rand van de hoofddoek.
De polychromie is zwaar gesleten, beschadigd en geretoucheerd.

Aanvullende informatie

Aanwinstenboek:

Jaarverslag 1953: Bohemen, begin 15de eeuw.
Utrecht 1962 (Bouvy): Zuid-Duitland, 1420-30. Er wordt verwezen naar een verwant exemplaar in de basiliek van Aquileia,
Salzburg 1970: (Bouvy:) id. Vertoont in de lichte verkleining van de Christusfiguur en in het plooienpatroon enige overeenkomst met een piëta in Weens privébezit.
Clasen 1974: Nederrijn/Nederland, begin 15de eeuw.
Utrecht 1994: Zuid-Duitsland, ca. 1420-30.
's-Gravenhage 1995: id.
Den Hertog 1997: id. Als illustratie bij het feit dat Swanenburch van Steenvoorde, de abdis van de Cisterciënzerinnenabdij van Loosduinen, in haar testament uit 1401 jaarlijks 1 pond vermaakt om 'onser soeter vrouwen den noodtgoodts mede te verlichten'. Het Nood-Godsbeeld uit de Nieuwe Kerk van Delft dateerde van kort na 1381. De parochiekerk van Schiedam had een miraculeus Piëtabeeld dat in dezelfde tijd wordt genoemd. In Leeuwenhorst had men een Nood-Godsaltaar dat in 1374 in een testament wordt genoemd.

Van Vlierden: Het type piëta met de vrijwel horizontaal liggende Christus, waarvan Maria het hoofd in de nek steunt, komt veel voor in de periode van de Schöne Stil. Het schijnt o.i.v. van voorbeelden in de schilderkunst te zijn ontstaan aan het einde van de 14de eeuw. (zie D. Grossmann, Imago pietatis, in: Salzburg 1970, p. 34-48.) Het motief van Maria die met haar linkerhand een doek of een slip van haar sluier naar haar gezicht brengt, komt o.a. ook voor bij de volgende piëta's: Sandkirche te Breslau, ca. 1410 (Muzeum Slaskie), Bruneck, ca. 1400 (Stadtpfarrkirche St. Mariä Himmelfahrt), Leningrad, ca. 1400 (Hermitage) en Boppard, ca. 1400 (Karmelitenkirche) (zie Salzburg 1970, cat.nrs. 27, V, X; Schiller 1968, afb. 635). Stilistisch zeer nauw verwante stukken zijn niet bekend.

Bij aflevering van het beeld in 1953 zaten de tenen van Christus los in een enveloppe. Bouvy stelt voor ze er door Clavaux aan te laten zetten, het beeld te vergassen en de polychromiebladders vast te laten zetten (brief aan RBK, Lunsingh Scheurleer 12-12-1953 (hangmap)).

Op 15 februari 1956 heeft Clavaux ('s-Gravenhage) bladders vastgezet. Het stuk werd van 21 februari 1968 tot september 1969 gerestaureerd door W.J. Mares (Maastricht) (geen verslag; diareeks). Mares heeft de blijkbaar niet oorspronkelijke tenen van Christus weer verwijderd. Op de dia's zien de tenen er aangevreten, maar wel oud uit. Ook zijn delen van de polychromie verwijderd, vooral in de incarnaatpartijen (gezicht van Maria) vermoedelijk met het doel om de oorspronkelijke (?) polychromie vrij te leggen. Op de in de grond gemodelleerde stralen bloed lijkt na Mares' restauratie meer rood aanwezig. Hij heeft ofwel de oorspronkelijke polychromie meer bloot kunnen leggen, ofwel deze aangevuld. Uit de diareeks blijkt dat de benen van Christus met twee doken is bevestigd. Dit lijkt een oorspronkelijke bevestiging te zijn geweest. Dit geldt ook voor het deel van de plooien van Maria's mantel aan de linkerzijde. Verder blijkt dat de rand van de sluier totaal was weggevreten (nadat Mares waarschijnlijk de aanvullingen door Clavaux had verwijderd) en door Mares is aangevuld.

Op 4 november 1998 werd door een scholiere een doorn uit de doornenkroon getrokken. Teruggeplaatst door P. Dijkman december 1998.

Eigendomsgeschiedenis

Bruikleen Dienst van Rijksverspreide Kunstvoorwerpen (Rijksdienst Beeldende Kunst) te Den Haag (Rijksnummer NK 688) sinds 1953; Op 1 feb 2010 in beheer overgedragen door Instituut Collectie Nederland aan Museum Catharijneconvent; 2011 restitutie aan erven Fritz Gutmann via Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed; 2011 aangekocht door Museum Catharijneconvent van erven Fritz Gutmann met steun van Vereniging Rembrandt.

Literatuurverwijzingen

  • 2017, Geen dag zonder Maria, Krikhaar, Désirée M.D., 15 april
  • 2017, Roomse poppenkast, Drayer, E.
  • 2017, Maria [bezoekersboekje], nr. 84
  • 2013, Jaarverslag Museum Catharijneconvent 2012
  • 2012, Middeleeuwse Piëta - terug van weggeweest : een bewogen geschiedenis, Leeflang, Micha, p. 16, afb.
  • 2012, Jaarverslag Museum Catharijneconvent 2011, Jong-van den Berg, Nelleke de, p.9, afb.
  • 2012, Liefdevolle moeder : drie verbeeldingen van Maria, Schriemer, Inge, p. 13, afb.
  • 2012, Piëta : Bohemen of Zuid-Duitsland, Leeflang, Micha, p. 19, afb.
  • 2011, Symboliek van de Passietijd (11) : de Piëta of Nood Gods, Gerits, Jan, p. 324, afb.
  • 2009, Recycling in vroeger tijden: Utrechtse Piëta hergebruikt, Leeflang, Micha
  • 2004, Hout- en steensculptuur van Museum Catharijneconvent, ca. 1200-1600, Vlierden, M. van, p. 53 kleurafb., 148, 155, 156, 343, 365, 366, 379, 404, 424, 447, 471
  • 1997, abdij van Loosduinen : cisterciënserinnenklooster van 1229-1572, Hertog, W.E. den, p. 122, afb.
  • 1995, Bestandscatalogus oude beeldhouwkunst 1300-1900, cat. nr. 187
  • 1994, Middeleeuwse houten beelden: gebruik en waardering, Vlierden, M. van, afb.
  • 1978, Christelijke symboliek en iconografie [3de dr. 1978], Timmers, J.J.M., p. 143, afb. 82
  • 1962, Beeldhouwkunst : Aartsbisschoppelijk Museum Utrecht, Bouvy, D.P.R.A., cat. nr. 22, afb. 12, pl. I
  • 1956, Christus und Maria : westdeutsche Kunstwerke der Gotik : Ausstellung veranstaltet zum Katholikentag von der Stadt Köln, cat. nr. 78, afb.
  • 1954, Jaarverslag Aartsbisschoppelijk Museum Utrecht 1952 en 1953, p. 9, afb. 2
  • 1924-1929, deutsche Plastik : vom ausgehenden Mittelalter bis zum Ende der Renaissance, Pinder, Wilhelm
  • Stabat mater : Maria unter dem Kreuz in der Kunst um 1400, nr. 54, afb. 32
  • Jaarverslag Aartsbisschoppelijk Museum Utrecht, 1953-1954, afb.