Geen afbeelding beschikbaar
  • /media/adlib/ABM%20bs603b_1.jpg

onbekend

Gewelfschotel met Maria en kind met wereldbol ten halve lijve op maansikkel

-

Gewelfschotel met Maria met kind en wereldbol
Utrecht, ca. 1470-1480
ABM bs603b

De voorstelling en stijl van deze Maria met kind is typisch Utrechts. Maria is ten halven lijve in een stralenkrans voorgesteld met op schoot het bijna liggende, naar de beschouwer gewende Christuskind. Zij heeft wijduitstaande golvende haren.
Aan de achterzijde van de schotel, ter hoogte van Maria’s borst, bevindt zich een gesmede ring. Hiermee werd het beeldhouwwerk oorspronkelijk in het midden van de kruisende ribben van een gewelf bevestigd.

Objectspecificatie

Objectnaam
beeld
Materiaal
zandsteen, verf
Afmetingen
Nu te zien in
Klooster begane grond Grote Utrechtzaal
Verwervingsmethode
schenking
Verwervingsdatum
1874
Verwervingsbron
Objectnummer
ABM bs603b

Objectbeschrijving

In een tondo, aan de onderzijde door een maansikkel, aan de bovenzijde door een rand gestyleerde wolken afgesloten, is Maria ten halve lijve in een stralenkrans voorgesteld. Zij draagt het naakte Christuskind op haar handen. Met haar linkerhand omvat zij zijn middel. Met haar rechterhand steunt zij zijn linkervoetje, terwijl zij tevens een slip van haar mantel opneemt. Het kind draagt in zijn linkerhand de wereldbol.

Maria is gekleed in een tuniek met nauwsluitende mouwen en een ronde halsuitsnijding waarin een rechte rand van haar ondergewaad zichtbaar is. Eroverheen is een wijde mantel geslagen. Op het hoofd met het in lange golvende lokken neerhangende haar, draagt zij een kroon met fleurons van drievoudig vertakt acanthusblad.

Polychromie:
Resten van oorspronkelijke polychromie. Sporen van helderrood op het kleed van Maria, blauw op de mantel, rood op de irissen en rode bolus op het haar en op de kroon.

Techniek:
De oppervlakte van het reliëf vertoont een fijne frijnslag.
Voorm. oorspr. bevestiging: In het midden van de achterzijde bevindt zich een gesmede ring, bevestigd in een gat midden in Maria's borst.

Staat:
Het reliëf is moderne epoxy achtergrond bevestigd in een roestvrijstalen ophanging. Het topje van de rechterfleuron is gebroken en gelijmd.
Ontbreekt: Het hoofdje van het Christuskind (het was misschien los aangezet, want boven in de romp van het kind bevindt zich een diep rond gat. Dit kan echter ook van een latere herstelling zijn); het kruisje op de wereldbol (was ingestoken: gaatje aan de voorzijde, in de band).
Afgebroken: een deel van het rechtervoetje en het gehele linkervoetje van het kind; stukken van de achtergond links en rechts; een stukje van de middenfleuron van de kroon.

Aanvullende informatie

Utrecht 1962 (Bouvy): Fragment van een schouwdorpel, Utrecht 1470-1480.
Den Haag 1963: id.
Meurer 1971: Noemt het stuk in verband met de diagonale, halfliggende houding van het Christuskind, die bij meester Arnt ook voorkomt. Dit type komt al vroeg voor bij Adriaen van Wesel en zou afgeleid zijn van Robert Campins Maria bij de haard in de Hermitage in Leningrad. Dit om de Utrechtse invloed op Arnt van Zwolle te illustreren. [Van Vlierden: NB hiervoor en voor de andere sculpturen die Meurer noemt, is specifiek dat het kind met zijn buikje naar onderen ligt; dit is niet zo bij ABM bs603b]
Williamson 1991: Gewelfschotel, Utrecht, rond 1480. Als voorbeeld voor hoe de missende gewelfschotel van Maria met kind in het ensemble van kerkvaders en evangelistensymbolen van de librije van de Utrechtse Dom eruit gezien kan hebben. Het stuk was toen in bruikleen aan het Rijksmuseum Amsterdam.
Hilger 1990: Het stuk bevond zich als bruikleen in het Rijksmuseum te Amsterdam. Hilger noemt het reliëf in vergelijking met een Helenabeeld, Utrecht, ca. 1460-1470, dat onlangs werd verworven door het Bayerisches Nationalmuseum in München. Hij vergelijkt de weergave van het haar met een miniatuur van een Maria in engelenkrans in het getijdenboek van Gijsbrecht van Brederode, ca. 1460. De modellering van het gezicht vergelijkt hij met het Helenabeeld. De wat harde, gebroken plooival duidt volgens hem op een wat latere datering dan het Helenabeeld.
Defoer 1994: Gewelfschotel.
Böttcher 1995: Utrecht 1470-1480. Elementen van de compositie en ook de stijl komen sterk overeen met de Maria met kind van het epitaaf van Konrad Kuyn in de Keulse dom. Overeenkomsten betreffen onder andere de haarbehandeling, de koptypen, het liggende, naar de beschouwer gewende kindje. De plooival van de Maria van het epitaaf is eenvoudiger. Böttcher houdt het voor mogelijk dat beide sculpturen uit één werkplaats komen. De Maria met kind van het epitaaf zou dan iets vroeger zijn ontstaan. Dombouwmeester Konrad Kuyn overleed in 1469. Utrechtse invloed in de Keulse sculptuur is vanaf de jaren zestig aanwijsbaar, onder meer in sculptuur aan het gewelf van het woonhuis van Johannes Hardenrath (nu Stadtmuseum) ca. 1460-1470 en in een sluitsteen van de schatkamer van de Keulse dom, met Maria met kind ten halven lijve op de maansikkel, ca. 1500.
Defoer 1996: id.
Utrecht 1997 (Klinckaert): Deze gewelfschotel is sterk verwant met een pijpaarden Maria met Kind in het Centraal Museum (inv.nr. 11790d, Utrecht 1470-88; Utrecht 1997, cat.nr. 242). Tot hetzelfde type behoort ook het hoofd van een pijpaarden Mariafiguurtje, gevonden in de toren van de Hervormde Kerk te Soest, in het Rijksmuseum te Amsterdam (inv.nr. NM 12006-19; Amsterdam 1973, cat.nr. 14). Deze drie stukken vertonen alle drie hetzelfde popperige gezichtje met hoog voorhoofd, grote amandelvormige ogen, een smalle neus, kleine mond en korte kin. Opvallend gelijkend is ook de behandeling van het haar dat in dikke, spiralende strengen langs het gezicht neervalt.

Klinckaert mondelinge mededeling: wellicht een gewelfschotel; het gat in ABM bs603b lijkt oorspronkelijk, dat van ABM bs603a is secundair. Zie verder opmerkingen ABM bs603a.

Door Archeoplan (Delft) in 2001 op een moderne epoxy honingraatplaat met roestvrijstalen ophanging bevestigd. Zie restauratieverslag hangmap.

Steensoort geanalyseerd door Bertil van Os en Hendrik Tolboom: dd 26-03-2012: Baumberger zandsteen

Literatuurverwijzingen

  • 2013, Mittelalterliche Bildwerke aus Utrecht 1430-1530, Preising, Dagmar, p. 251, cat. nr. 38, afb.
  • 2013, beiden Emmericher Heiligen : Agnes und Katharina, Karrenbrock, Reinhard, p. 137, afb. 15
  • 2012, Middeleeuwse beelden uit Utrecht 1430-1530, Leeflang, Micha, p. 251, cat. nr. 38, afb.
  • 2004, Hout- en steensculptuur van Museum Catharijneconvent, ca. 1200-1600, Vlierden, M. van, p. 142, 169, 215, 217, 220
  • 1997, Beeldhouwkunst tot 1850, Klinckaert, J.W., p. 78-79, nt. 7
  • 1997, Chimney friezes in Late-Medieval Utrecht, Defoer, Henri L.M., p. 236-241,nt. 14
  • 1994, laat-middeleeuwse schoorsteenfries uit Utrecht met de bekoring van Antonius, Defoer, Henri L.M., p. 321, nt.17
  • 1991, Roof bosses from Utrecht and Jan van Schayck, beeldensnijder, Williamson, Paul, p. 140-151, afb. 19
  • 1970, klever Chorgestühl und Arnt Beeldesnider, Meurer, Heribert, p. 81, afb. 276
  • 1963, Kunst uit kerkelijke musea in Nederland, Haaren, H.J.A.M. van, cat. nr. 85
  • 1962, Beeldhouwkunst : Aartsbisschoppelijk Museum Utrecht, Bouvy, D.P.R.A., cat. nr. 245