Geen afbeelding beschikbaar
  • /media/adlib/OKM%20m38_1.jpg
  • /media/adlib/OKM%20m38_2.jpg
  • /media/adlib/OKM%20m38_3.jpg
  • /media/adlib/OKM%20m38_4.jpg
  • /media/adlib/OKM%20m38_5.jpg

onbekend

Hamer van St. Maarten

-

Hamer van Sint-Maarten
Stenen bijl: ca. 1000 voor chr.; zilveren vatting: ca. 1300
OKM m38

Volgens legendes zou dit de hamer zijn waarmee Martinus van Tours, ofwel Sint-Maarten, de duivel heeft geslagen en afgodsbeelden heeft vernield. Omstreeks 1300 heeft men de serpentijnsteen, die aan de ene kant als hamer en aan de andere kant als bijl is gevormd, in zilver gevat. In de middeleeuwen wordt de hamer als reliek vereerd en bewaard in de schatkamer van de Utrechtse Dom. Het opschrift op de steel luidt: Ydola vana ruunt/ Martini cesa securi/ nemo deos credat/ qui sic fuerant ruicuri (De ijdele afgodsbeelden storten neer, getroffen door de bijl van Martinus. Laat niemand geloven dat het goden zijn die bestemd waren om zo neer te storten).

Objectspecificatie

Objectnaam
devotionalia
Materiaal
zilver, goud, serpentijnsteen, essenhout, email, bergkristal, glas
Afmetingen
Nu te zien in
Luther
Verwervingsmethode
bruikleen
Objectnummer
OKM m38

Objectbeschrijving

De zogenaamde hamer van St. Maarten bestaat uit een groenachtige serpentijnsteen die aan de ene kant als hamer, aan de andere kant als bijl is gevormd. De serpentijnsteen is op de dikste plaats doorboord en gestoken op een essen(?)houten steel. Het hamervormige deel van de steen en de steel zijn met zilver omkleed. Een zilveren kroontje bedekt het boveneinde van de steel.
In de zilveren bekleding van de steen is aan weerszijden een vierpas uitgespaard, terwijl langs de contouren van het omhulsel een geprofileerde rand is aangebracht. Bovenop het kroontje bevindt zich een neergeslagen rand van een (oude?) cabochon zetting met daarin een gebarsten plaatje glas danwel bergkristal in wit mastiek.
Iets boven het midden van de steel is rondom een zilveren tekstband met Latijnse inscriptie aangebracht: +YDOLA / VANA RV / VNT MAR / TINI / CESA / SECURI / NEMO / DEOS CREDAT / QVI SIC / FVERANT / RVICVRI. De vertaling luidt: 'De ijdele afgodsbeelden storten neer, getroffen door de bijl van Martinus. Laat niemand geloven dat het goden zijn die bestemd waren om zo neer te storten'. De tekst is hier en daar afgewisseld met een decoratief element. Zo bevindt zich een draakje na de lettergreep 'TINI' en het woord 'CESA', terwijl het woord 'NEMO' door twee bloempjes wordt geflankeerd en een vogel de regel met het woord 'DEOS' afsluit. Als achtergrond van de inscriptie is een ruitpatroon aangebracht. Onderzoek met een loep leert dat het fond tussen de letters afwisselend met rood en blauw email was bedekt. Restjes blauw email zijn nog te zien aan het einde van de regels 'VANA RV', 'SECURI' en 'RVICVRI'. Overblijfselen van het rode email zijn zichtbaar aan het einde van de regels 'TINI' en 'FVERANT'.
Het zilver van de bekleding vertoont nog resten van verguldsel te weten op de hoger gelegen delen van de tekstband, op het kroontje, alsmede op de geprofileerde randen en de vlakke achterzijde van het omhulsel van de steen. (zie opm.)

De bekleding van de hamerbijl is van gedreven zilver. De tekstband rondom de steel en de geprofileerde randen van de bekleding van de hamerkop zijn erop gesoldeerd. Er zijn geen naden zichtbaar.
De gedreven huls is met zilveren spijkertjes aan de houten steel bevestigd. De bekleding van de steen wordt op zijn plaats gehouden door de steel, welke dwars door het omhulsel is gestoken. Het zilveren kroontje, dat eveneens met zilveren spijkertjes aan de houten steel is bevestigd, is waarschijnlijk in twee delen gegoten: over de bolling lijkt horizontaal een soldeernaad te lopen.
Voor de band met de inscriptie is vermoedelijk een zilveren kokertje gebruikt, waarin de letters en decoratieve elementen zijn gedreven. De ruimte rond de hoger gelegen delen is opgevuld met email. Voor een betere hechting van het email is in de ondergrond een patroon van kruislingse lijnen gekerfd. De letters en decoratieve elementen zijn verguld.

Van de rand van het bijlvormige gedeelte van de serpentijnsteen zijn enkele kleine splinters afgesprongen. De vlakbedoelde achterzijde van de zilveren bekleding van de steen is enigermate gedeukt en vervormd. Aan de onderzijde, ter hoogte van de steel, ontbreekt een stukje van de geprofileerde omlijsting en is het zilver iets ingescheurd.
De bekleding van de steel toont talloze kleine deukjes en is enigszins vervormd. Aan de onderzijde van de steel ontbreekt de afsluiting en is een stukje van het zilver afgebroken. Van de zilveren spijkertjes, waarmee de bekleding van de steel was vastgezet, zijn er twee (afgebroken?) nog in de steel aanwezig. Van de derde is alleen het spijkergat zichtbaar. De bekleding van de steel zit dan ook los.
Het kroontje is enigszins gedeukt en vervormd. De steen van bergkristal of glas is gebarsten. De vergulding is grotendeels afgesleten. Het email is vrijwel geheel verdwenen.

Aanvullende informatie

De 'hamer van St. Maarten' is een van de weinig bewaard gebleven relieken uit de Utrechtse Dom. Op de sacristie-inventarislijst uit 1504 (RAU Dom, inv. nr. 2505) staat de hamer beschreven als 'Malleus Sancti Martini, cum quo percussit diabolum' (vert.: De hamer van St. Maarten, waarmee hij ooit de duivel had geslagen).
Over de oorspronkelijke functie van de serpentijnstenen hamerbijl, welke in de regel in de late bronstijd (1000-700 v. Chr.) wordt gedateerd, is niets met zekerheid bekend. Vanwege de convexe bovenzijde en concave onderzijde wordt hij door Achterop en Brongers 1979 tot de zogenaamde 'nackengebogene' hamerbijlen gerekend. Dit type bijl had volgens hen in de eerste plaats een praktische functie, al sluiten zij een rituele functie voor sommige van de overgeleverde hamerbijlen niet uit. Het ontbreken van sporen van slijtage op het Utrechtse exemplaar duidt erop dat het nooit als werktuig is gebruikt. Er wordt dan ook vanuit gegaan dat het hier een heidense cultische bijl betreft, die later gekerstend is.

Op grond van de inscriptie wordt algemeen aangenomen dat de 'hamer van St. Maarten' in de 13de danwel in de 14de eeuw in zilver is gevat. Dergelijke metrische inscripties zijn echter zo traditioneel dat zij weinig houvast bieden voor een precieze datering. Een vroegere datering is dan ook niet ondenkbaar. (zie hangmap: brief prof. dr. Chr.A.E.M. Mohrmann aan Defoer, 30 november 1977) [Wüstefeld, mondeling overleg 14/07/1999, stelt voor om datering van de inscriptie voor te leggen aan prof. J.P. Gumbert; Defoer/Van Vlierden, mondeling overleg 22/09/1999, wijzen erop dat de draakjes op de tekstband een andere, misschien zelfs betrouwbaarder aanknopingspunt bieden voor de datering van de zilveren bekleding; nader onderzoek is gewenst].
Het kroontje lijkt qua techniek grover dan de rest van de zilveren bekleding. Het is dan ook de vraag of het kroontje niet van later datum is, al dan niet ter vervanging van een oudere bekroning.

Volgens een anonieme beschrijving van 10 januari 1919 (zie hangmap) is de 'hamer van St. Maarten' in dat jaar gedemonteerd. Hierbij werd in het kroontje een rood zijden zakje, bijna geheel vergaan, aangetroffen. In dit zakje bevonden zich enkele stukjes en splinters lichtbruin, enigszins vermolmd hout van een niet nader gedefinieerde houtsoort, wellicht van de oorspronkelijke steel. Het rode zakje met de houtresten is, eerst nadat het van een nieuw witzijden omhulsel was voorzien, weer in het kroontje teruggeplaatst.

Onderzoek door Achterop en Brongers 1979 naar de spreiding van de vondstplaatsen van de zogenaamde 'nackengebogene' hamerbijl in Nederland toont een duidelijke concentratie in de provincie Drenthe. Op basis daarvan nemen zij aan dat de 'hamer van St. Maarten' zijn weg vanuit Drenthe naar Utrecht heeft gevonden, en wel in de middeleeuwen.
Door de inventarislijst van 1504 uit de Dom van Utrecht weten we dat de hamer tenminste vanaf dat jaar in de sacristie van deze kerk werd bewaard. Wat er na de reformatie in 1580 precies met de hamer gebeurd is, onttrekt zich grotendeels aan onze waarneming. Volgens Van der Ven 1968 wordt de 'hamer van St. Maarten' in 1876 in de oude pastorie van de St. Gertrudis in de Mariahoek te Utrecht bewaard. Hoe en wanneer het voorwerp in de oude pastorie terecht gekomen is, is niet bekend. Volgens een brief Van de Ven aan Achterop (1 november 1962) moet iemand het reliek uit de Utrechtse Dom hebben meegenomen, maar bijzonderheden dienaangaande ontbreken. Na de inwijding van de nieuwe kathedrale kerk van St. Gertrudis in 1914 worden zowel de oude schuilkerk als de oude pastorie in de Mariahoek verlaten. Pastoor C. Deelder, die zich al in 1894/95 sterk had gemaakt voor een eigen museum, gebruikt de oude schuilkerk als locatie voor een min of meer permanente expositie. Ofschoon gegevens hieromtrent ontbreken, is het niet ondenkbaar dat de 'hamer van St. Maarten' tot de tentoongestelde voorwerpen behoorde. In 1928 is het Oud-Katholiek Museum een feit. Vanaf het begin maakt het domreliek deel uit van de collectie van dit museum.
(Opm: De gegevens vanaf 1914 zijn afkomstig uit Verhey ca. 1986, die zich o.m. baseert op De Oud-Katholiek; dit tijdschrift nog raadplegen)

In 1985 is de 'hamer van St. Maarten' op de lijst van 'Wet tot behoud van cultuurmonumenten' geplaatst.

Tijdens de reiniging in juni 2000, door Joosje van Bennekom (Amsterdam) werd een laklaag verwijderd, die op het zilver werd aangebracht. Op de band met inscriptie werd toen geen verguldsel meer aangetroffen.

Micha Leeflang 2014 (op basis van externe mededeling): De band met inscripties bestaat uit versregels, twee zogenoemde dactylische hexámeters. Het woord: ‘ruicuri’ is onjuist gespeld. Dit behoort ‘ruituri’ te zijn.

Literatuurverwijzingen

  • 2014, Preserved miraculously : relics in the Old Catholic St Gertrude's Cathedral in Utrecht, Netherlands, Kruijf, Anique C. de, p. 181, afb. 6
  • 2014, Gezocht : de hamer van Sint-Maarten, Gispen, Charlotte, p. 49
  • 2013, Textbook highlights Museum Catharijneconvent (2013), nr. 301
  • 2011, Dom van Utrecht in de zestiende eeuw : inrichting, decoratie en gebruik van de katholieke kathedraal, Groot, Arie de
  • 2011, Museum Catharijneconvent is het nationale museum en kenniscentrum van christelijke kunst en cultuur : belangrijkste collectie middeleeuwse kunst van Nederland, p. 76, afb.
  • 2011, Miraculeus bewaard : middeleeuwse Utrechtse relieken op reis : de schat van de oud-katholieke Gertrudiskathedraal, Kruijf, Anique C. de, p. 50, afb. 15, p. 97-98, p. 209-210, cat nr. 14
  • 2009, 2000 jaar Nederlanders en hun kerstening, Bange, P., p. 379, afb.
  • 2009, Textbook highlights Museum Catharijneconvent (2009)
  • 2009, Terug van weggeweest : de thuiskomst van Utrechtse relieken na de Reformatie, Kruijf, Anique C. de, p. 58, afb.
  • 2009, 2000 jaar Nederlanders en hun godshuizen, Schmidt, Freek
  • 2009, 2000 jaar Nederlanders op pelgrimstocht, Margry, Peter Jan
  • 2008, Stof zijt gij... : een deelinventarisatie van de reliekschat van de Oud-Katholieke Gertrudiskathedraal te Utrecht, Kruijf, Anique C. de, p. 39, afb. 21
  • 2006, Textbook highlights Museum Catharijneconvent (2006), p. 5
  • 2006, Christianity in the Netherlands : highlights from Museum Catharijneconvent, Hellemans, B.S.
  • 2006, Christendom in Nederland : topstukken uit Museum Catharijneconvent, Hellemans, B.S., p. 10, afb.1
  • 2006, Dom van Utrecht in de zestiende eeuw : inrichting, decoratie en gebruik van de katholieke kathedraal, Groot, Arie de, p. 251
  • 2004, gotische Dom van Utrecht, Schaik, Ton H.M. van, p. 12, afb.
  • 2002, Verzamelen van middeleeuwse kunst in Nederland 1830-1903, Kruijsen, Barbara, p. 227, 228, afb.
  • 2002, oudste kerken van Holland : van kerstening tot 1300, Hartog, E. den, p. 27
  • 2000, bisdom Utrecht: relieken, relikwieën en reliekhouders, Staal, Casper, p. 169-170
  • 2000, Museum Catharijneconvent : een keuze uit de mooiste werken, Koers, Niels H., p. 8, afb.
  • 2000, weg naar de hemel : reliekverering in de Middeleeuwen, Os, H.W. van, p. 169-170, p. 199 afb.
  • 1999, 754: Bonifatius bij Dokkum vermoord, Mostert, M., p. 69, afb.
  • 1998, Beeldenstorm 2 : close-ups van kunst uit Nederlandse musea, Os, H.W. van, p. 177, 180, afb. 2
  • 1997, Sint-Maarten, Stam, Tuuk, afb. 4
  • 1997, Bedevaartplaatsen in Nederland, 1: Noord- en Midden-Nederland, Margry, Peter Jan, p. 740, 746, afb. p. 739
  • 1995, Willibrord en het begin van Nederland, Vlierden, M. van, p. 93, cat. nr. 71, p. 102, afb.
  • 1995, Heidens Nederland : zichtbare overblijfselen van een niet-christelijk verleden, Schuyf, Judith, afb. p. 68
  • 1994, Kerken en karossen : Fransen in Utrecht, 800-1900, Berents, D.A., p. 14
  • 1994, Martin de Tours : du légionnaire au saint évêque, Delville, Jean-Pierre
  • 1994, Schuilkerk en schuilmuseum, Jong, O.J. de, p. 20
  • 1988, Utrecht een hemel op aarde, Vlierden, M. van, cat. nr. 70, afb.
  • 1987, Oud-Katholiek Museum, 1926-1986, Verhey, B.W., p. 62, 74, 75, 80-81, 155, 202
  • 1984, Liudger 742-809 : de confrontatie tussen heidendom en christendom in de Lage Landen, Berkum, A. van, p. 32-33
  • 1983, Rijksmuseum Het Catharijneconvent = State Museum Het Catharijneconvent, p. 41, afb.
  • 1979, Tekst en uitleg [1979], p. 11, afb.
  • 1979, Stone cold chisels with handle (Schlägel) in the Netherlands, Achterop, S.H., m.n. p. 258, 263-264, 274
  • 1972, Van Willibrord tot Wereldraad : enige aspecten van het geestelijk leven in Utrecht door de eeuwen heen = From Willibrord to World Council : some aspects of the spiritual life in Utrecht through the ages, cat. nr. 36
  • 1971, Utrecht en zijn bisschoppen : het geestelijk en wereldlijk gezag van de bisschoppen van Utrecht tot 1528 en hun verhouding tot de stad Utrecht, cat. nr. 72
  • 1968, Nieuwe vooruitzichten voor het Oud-katholiek Museum, Ven, A.J. van de
  • 1963, Kunst uit kerkelijke musea in Nederland, Haaren, H.J.A.M. van, cat. nr. 291
  • 1962-1963, zogenaamde afgodsbeeldjes van St. Marie te Utrecht, Halbertsma, H. (1920-), p. 272
  • 1961, stenen strijdhamer uit Muntendam (Gr.), Achterop, S.H., p. 131-134
  • 1961, stenen strijdhamer uit Muntendam (Gr.), Achterop, S.H.
  • 1961, Gidsje voor bezoekers van het Oud-Katholiek Museum te Utrecht 1961, p. 2
  • 1955, Gidsje voor bezoekers van het Oud-Katholiek Museum te Utrecht 1955, p. 2
  • 1952, Utrechts zilver : catalogus, Houtzager, M.E., cat. nr. 1
  • 1948, Utrecht's kunst in opkomst en bloei 650-1650, cat. nr. 152
  • 1934, hamer van Sint Maarten, Lagerwey, Engelbertus, p. 89, afb. bijlage
  • 1900, Middeleeuwsche kerksieraden, Brom, Gisbert, p. 270
  • Stichting Oud Katholiek Museum gevestigd te Utrecht : verslag over de periode 1960 t/m 1964, p. 6-7
  • leven van onze voorouders, Roever, N. de, p. 199, afb.