Geen afbeelding beschikbaar
  • /media/adlib/ABM%20bh272_1.jpg

Arnt van Kalkar en Zwolle

Augustinus

-

Augustinus
Arnt van Kalkar en Zwolle, ca. 1475
ABM bh272

Augustinus (354-430), bisschop van het Noordafrikaanse Hippo, is een van de westerse kerkvaders. Samen met Ambrosius, Gregorius de Grote en Hiëronymus behoort hij tot de invloedrijke en gezaghebbende theologen van de vroege kerk.

Patroonheilige van o.a. bibliothecarissen en boekdrukkers.

Attribuut: mijter en staf (waardigheidstekens van de bisschop) en een boek (verwijzing naar zijn betekenis als kerkvader).

Trefwoorden
Arnt van Kalkar en Zwolle

Objectspecificatie

Objectnaam
beeld
Materiaal
eikenhout, verf
Afmetingen
Nu te zien in
Klooster begane grond gang Oost
Verwervingsmethode
oud bezit
Verwervingsdatum
1911
Verwervingsbron
Objectnummer
ABM bh272

Objectbeschrijving

Augustinus is staande voorgesteld, rustend op zijn linkerbeen. In zijn rechterhand, waaraan drie ringen, houdt hij zijn attribuut: het hart. Dit was oorspronkelijk doorboord met pijlen, die nu afgebroken zijn. Uit de bovenkant van het hart kwamen vlammen. De heilige staat op een zeskantig voetstuk met ingezwenkte zijden.

De kerkvader is gekleed in bisschoppelijk ornaat. Hij heeft een met parels en stenen bestikte mijter op het hoofd. Om zijn schouders ligt een met franje afgezette koormantel die hij onder zijn rechterarm heeft opgenomen. Hij draagt een met franje afgezette dalmatiek en een albe en om de hals een amict. Aan zijn rechtervoet een schoen en trip.

Polychromie:
Sporen van witte grond en rode bolus: in het haar links, aan de buitenkant van de mantel en in de plooi van de dalmatiek iets boven de knie. Op het rood van mantel en dalmatiek een witte grond waarop zwart. Helderrood aan de binnenkant van het kazuifel en aan de binnenkant van een plooi van de albe. Op de buitenkant van de koormantel op meerdere plaatsen helderrood. In de uitholling van de mijter blauw en rood; het rood lijkt de onderste laag. Aan de binnenkant van beide infulae rood en blauw. Groen op het voetstuk rechts- en linksachter, heldergroen geheel links (vlak boven de grond).

Ingeponste patronen (die wijzen op oorspronkelijke vergulding): langs de koormantel een brede rand met geponste stippellijnen, waartussen een reeks ingeponste rozetten van zeven stippen, steeds van elkaar gescheiden door twee horizontaal geplaatste stippen. Het voetstuk is aan de boven- en onderzijde begrensd door een rand ponspatronen: langs de bovenrand een lijn van grote punten gescheiden door twee verticaal onderelkaar geplaatste kleine puntjes zodat een reeks aaneengeschakelde rozetten lijkt te ontstaan. Langs de onderkant een rand kleine stipjes.

Techniek:
Het stuk is van achteren uitgehold. De kern lag in het midden van het werkblok. De ogen van Augustinus zijn heel gedetailleerd gesneden met pupillen, kraaienpootjes, de randen van de oogleden en de wallen eronder.
Op de linkerschouder een grote noest. In de uitholling brede gutssporen en wat opstaande houttongen. Aan weerszijden van de uitholling ongeveer in het midden een rond gat. Boven in de uitholling een kram. Langs de uitholling nog vier kleinere gaatjes voor afdichting?
Het stuk is waarschijnlijk snel na het snijden gaan scheuren: Vele oude, kopse invoegingen o.a. door de linkerhelft van het gezicht en de mijter en meerdere invoegingen in de koormantel, een grote invoeging in de rechterknie en onderaan in het voetstuk en in de albe. De linker infula is gescheurd en hersteld met houten pennetjes.

Staat:
De linkerhand, de mantelsluiting en de vlammen ontbreken (waren ingepend, op de borst een gestopt gat van de sluiting aanwezig).
Afgebroken: de pijlen in het hart, de punt van de schoen (gaatje in breukvlak), een stuk van de sokkel aan de achterzijde, rechtsonderaan.
Meerdere kleine, radiale scheuren. De noest op de linkerschouder is gescheurd. Uit sommige scheuren zijn de kopse invoegingen verdwenen.
Verschillende grotere en kleine gaten in het standvlak; een gat opgevuld met moderne schroef. Achter in het hoofd een gaatje.

Aanvullende informatie

De kerkvader Augustinus (354 Tagaste - 430 Hippo) was bisschop van Hippo van 391 tot 430. Zijn attribuut, het hart, gaat terug op een passage uit zijn "Belijdenissen" (IX, 2, 1) en verwijst naar de goddelijk liefde: "Gij zult ons hart met Uw liefde als met pijlen doorschieten en Uw woorden zullen ons innerlijk doordringen." (Timmers 1974, p. 236)

Arnt van Zwolle, ook wel Arnt van Kalkar genoemd, werkte in Kalkar en vanaf 1484 in Zwolle waar hij in 1492 stierf. In de oudere literatuur is hij bekend onder de noodnamen Meester van Varsseveld, Meester van het St. Joris-altaar van Kalkar. Ook een Catharina (ABM bh281) en een Paulusbeeld uit Gendringen zijn van zijn hand (ABM bh493). Tot zijn belangrijkste, gedateerde werken behoren de koorbanken uit de Minoritenkerk te Kleef, delen van het hoogaltaar in de Nicolaikirche te Kalkar, waaronder de Voetwassing in de predella en een Christus van een Heilig Graf (1487). Zie Meurer 1970.

Inv. Rientjes: 2de helft 15de eeuw; later: Gelders, eind 15de eeuw.
Vogelsang 1911: Nederrijns-Duits, eind 15de eeuw. Ziet in het hart een buikige fles en identificeert derhalve als Willibrord of Januarius. Ziet nog sporen van polychromie. Wijst op de ponspatronen op de koormantel, die duiden op een voormalige vergulding.
Timmers 1947: als icon. vb.
Delft 1952: Gelders, eind 15de eeuw.
Roermond 1953: id.
Utrecht 1962 (Bouvy): Kleefs-Gelders, begin 16de eeuw.
Grubbenvorst/Nijmegen 1965: Gorissen vergelijkt deze Augustinus i.v.m. de plooi bij de rechtermouw met een ander Augustinusbeeld in de katholieke kerk te Kalkar (nr. 20) en een bisschop tevens aldaar (nr. 23); noemt het haar typisch voor de meester van Varsseveld en vergelijkt dit met een Christuskop op een zweetdoek gedragen door twee engelen uit de R.K. kerk te Oostrum (cat.nr. 15). Vergelijkt voor andere details van de kleding met een engelenpaar te Grubbenvorst (nr. 42 en 43). Hij schrijft de engelen en de Augustinusbeelden toe aan één meester, die in het atelier van de Meester van Varsseveld werkte. Aan deze meester schrijft hij ook toe de Anna-te-Drieën te Goch (nr. 1, Frauenhaus). De stukken zijn vergelijkbaar met het koorgestoelte in de Minoritenkerk te Kleef, dat op grond van archivalische bronnen toe te schrijven is aan meester Arnt van Zwolle.
Utrecht 1988: Arnt van Zwolle, eind 15de eeuw.
Lissabon 1992: id.
Parijs 1994: id.
Rotterdam 1994: vergeleken met de vier kerkvaders uit de coll. van het Museum Boymans-Van Beuningen, die eveneens aan Arnt van Zwolle zijn toegeschreven (inv.nr. N9 A t/m D).

NB: Meurer noemt in zijn biografie over Arnt van Zwolle (Das klever Chorgestühl und Arnt Beeldesnider, Düsseldorf 1970) dit stuk niet!

Opmerkelijk is de over het zeskantige voetstuk heenhangende slip van het gewaad. Zie ook ABM bh493 (Paulus) en ABM bh281 (Catharina). Het beeld toont gelijkenis met beelden die met zekerheid aan Arnt van Zwolle zijn toegeschreven, zoals Thomas van Aquino uit het Kunstmuseum in Düsseldorf (zie Meurer, 1970, afb.137) en twee Dominicanenheiligen uit het Cinquantenaire in Brussel (zie Meurer, 1970, afb.218,219). Zie eveneens F. Gorissen "Meester Arnt beeldesnijder, de geschiedenis van zijn identificatie" in Antiek IV, 1969-70, p.301 e.v.

Boven het witgeverfde inventarisnummer het nummer 111 in zwarte inkt op zijn kant of drie horizontale strepen.

Literatuurverwijzingen

  • 2004, Hout- en steensculptuur van Museum Catharijneconvent, ca. 1200-1600, Vlierden, M. van, p. 14, 297, 299, 337
  • 2003, Gratia Dei : les chemins du Moyen Âge, Méhu, Didier, p. 10 afb.
  • 1994, Hout- en steensculptuur : beeldhouwkunst 1200-1800 in de collectie van het Museum Boymans-van Beuningen = Bronze sculpture : sculpture from 1500-1800 in the collection of the Boymans-van Beuningen Museum, Dael, P.C.J. van, p. 76, afb. a
  • 1993, art en Hollande au temps de David et Philippe de Bourgogne : trésors du musée national Het Catharijneconvent à Utrecht, Defoer, Henri L.M., cat. nr. 54
  • 1992, Fasciculus temporum : arte tardo-medieval do Museu Nacional Het Catharijneconvent de Utreque, Wüstefeld, W.C.M., cat. nr. 73, afb. 124
  • 1988, Utrecht een hemel op aarde, Vlierden, M. van, cat. nr. 1, afb.
  • 1984, Geert Grote en de moderne devotie, Caron, M.L., voorw. lijst p. 4, cat. nr. 39
  • 1969/1970, Meester Arnt beeldensnijder, de geschiedenis van zijn identificatie, Gorissen, F., vgl.
  • 1965, Meister von Varsseveld : das Werk, der Meister und seine kalkarer Werkstatt : Kerstken Woyers, gen. van Ringenberg, ein Meister der 2. Generation : zwei niederrheinländische beeldensnijder, Gorissen, F., p. 12, cat. nr. 19, afb. 19
  • 1962, Beeldhouwkunst : Aartsbisschoppelijk Museum Utrecht, Bouvy, D.P.R.A., cat. nr. 223, afb. 80
  • 1952, Prisma der bijbelse kunst, cat. nr. 303a
  • 1947, Symboliek en iconografie der christelijke kunst, Timmers, J.J.M., nr. 47, pl. XII
  • 1911, Holzskulptur in den Niederlanden, 1: das Erzbischöfliche Museum zu Utrecht, Vogelsang, W.
  • Laat-middeleeuwse kunst uit Opper-Gelre, cat. nr. 11