Geen afbeelding beschikbaar
  • /media/adlib/ABM%20bh358_1.jpg
  • /media/adlib/ABM%20bh358_2.jpg
  • /media/adlib/ABM%20bh358_3.jpg
  • /media/adlib/ABM%20bh358_4.jpg
  • /media/adlib/ABM%20bh358_5.jpg

onbekend

Cunera

-

[Uitgelichte vrouw]
Cunera van Rhenen
ABM bh358
OKM t65

De vrome Cunera gaat mee op bedevaartstocht als gezellin van Ursula. Na een overval bij Keulen smokkelt een vorst haar mee naar zijn burcht in Rhenen. Cunera wordt hoofd van het huishouden, tot jaloezie van zijn vrouw. Wanneer hij op jacht is, wurgt zij Cunera met een halsdoek. Bij haar graf gebeuren wonderen. Deze maken veel indruk en Cunera wordt heilig verklaard.

Objectspecificatie

Objectnaam
beeld
Materiaal
eikenhout, verf
Afmetingen
Nu te zien in
Klooster begane grond gang Zuid
Verwervingsmethode
oud bezit
Verwervingsdatum
1911
Verwervingsbron
Objectnummer
ABM bh358

Objectbeschrijving

Cunera is staande voorgesteld met gevouwen handen. Zij heeft haar rechtervoet naar voren geplaatst. Zij staat op een met fijne groefjes aangeduide grond en met haar rechtervoet op een slip van haar mantel.

De heilige is gekleed in een ruim gewaad, dat zij aan de voorzijde onder haar linkerarm heeft opgenomen zodat het over de voet vallende onderkleed zichtbaar wordt. De wijde mouwen van het bovenkleed zijn teruggeslagen, zodat de nauwe mouwen van een onderkleed zichtbaar zijn. Het onderkleed heeft een ronde hals, het bovenkleed een rechthoekige. Over haar schouders ligt een mantel die zij onder beide armen heeft opgenomen zodat deze in ruime plooien aan weerszijden van haar lichaam neerhangt. Om haar hals, kruislings over de borst, ligt haar attribuut: de doek waarmee zij werd gewurgd. Op het hoofd, met de lange over haar schouders vallende lokken, draagt zij een diadeem. Aan haar rechtervoet een schoen met ronde neus.

Polychromie: Op haar mantel links een dubbele rij ingeponste puntjes (duidt op voormalige vergulding). In de diepste plooien resten van witte grond. Blauw en rood aan de binnenkant van haar linkermouw. Op de mantel aan de achterzijde links blauw, waaronder rode bolus? Rood in de binnenkant van de mantel bij de rechterarm, groen op de grond. Groene verf (modern) op het standvlak.

Techniek: Aan de achterzijde is het onderste gedeelte schematisch uitgewerkt. Het hoofd is van achteren uitgehold om scheuren te voorkomen. In die holte smalle gutssporen. In het bovenste gedeelte van de achterzijde een zeer grote, gescheurde noest. Eveneens een noest in de borst links. Bijl- of disselsporen van het afvlakken aan de achterzijde. De kern ligt rechtsboven in het werkblok. De achterste haarlok links is slechts deels uitgewerkt en weergegeven met behulp van zigzaggroefjes.

Staat: Afgebroken: pink en ringvinger van beide handen (gaatjes in de ringvingers (oude restauratie?)); een deel van de grond rechts; delen van het diadeem; kleine beschadigingen aan de kledingranden en het haar. Ontbreken: de uiteinden van de worgdoek. De houten pennen waarmee deze aan de voorzijde van het beeld waren vastgezet, zijn nog aanwezig. Onder de armen zijn nog resten van de uiteinden zichtbaar. Overlangse invoegingen in enkele brede scheuren, o.a. in het gelaat, door de voorzijde van het gewaad en naast de voet. In de bovenzijde van de rug een spijkergaatje. Meerdere spijker- en schroefgaten en een gebogen groef in het standvlak. Aan de voorzijde van het beeld, tussen de pennen en de resten van de uiteinden van de wurgdoek, een spijkergaatje. Moderne plug in het standvlak. Lichte scheuren aan de voorzijde, onderaan. Het uiteinde van haar rechterhaarlok zit los (zit beweging in).

Aanvullende informatie

Volgens de legende zou Cunera tot het gezelschap van de heilige Ursula hebben behoord, dat in de vierde eeuw naar Rome op bedevaart ging. Op de terugweg werd het gezelschap door de Hunnen vermoord. Alleen Cunera werd gered, door de vorst van Rhenen. De koningin werd echter jaloers op de deugdzame vrouw en wurgde haar, samen met een dienares, tijdens afwezigheid van de vorst. Het lijk werd in de stal begraven, maar toen men de paarden terugleidde naar de stal, wilden zij deze niet meer in. 's Avonds werden lichtjes in de stal waargenomen en men vond het lichaam van de heilige. Ze werd herbegraven aan de oever van de Rijn, op de plaats van het huidige Cuneraheuveltje te Rhenen. Bij haar graf zouden wonderen zijn geschied. Volgens de legende zou Willibrord haar relieken hebben verheven en overgebracht naar een kerk op de plaats van de huidige Cunerakerk. Bij opening van het graf zou men de worgdoek ongeschonden hebben aangetroffen. Deze doek wordt tegenwoordig in de coll. van Museum Catharijneconvent bewaard (inv.nr. OKM t65).

Inv. Rientjes: eerst als: heilige vrouw in biddende houding, Noord-Nederland, 1ste kw. 16de eeuw; later: Cunera, Gelders, Kleef-Kalkar, begin 16de eeuw.
Vogelsang 1911: biddende heilige, Noord-Nederlands, eerste kwart van de 16de eeuw. Vogelsang ziet sporen van beschildering. [Op de afb. in Vogelsang 1911 is in het gezicht van Cunera nog een deel van een spie met goed gesneden rechteroog zichtbaar. Deze is op de latere foto's van voor de restauratie verdwenen.]
Rhenen 1960: als vb. van Cunera.
Utrecht 1962 (Bouvy): Noord-Nederland, begin 16de eeuw.
Utrecht 1971: id.
Utrecht 1988: Noord-Nederland, ca. 1500.
Van Buuren 1997: id.
Utrecht 1997: id. Cunerabeelden elders: abdij van Berne te Heeswijk (cat.nr. C2, Noord-Brabant, ca. 1525), parochie H. Gregorius Terborg (cat.nr. C3, Kleef, (Dries Holthuis?), 1ste kw. 16de eeuw), Centraal Museum te Utrecht (Rijksmuseum Amsterdam, Utrecht, ca. 1510, inv.nr. N.M. 12006-8), Erzbischöfliches Diözesanmuseum te Keulen (inv.nr. ?).

Naast de in Utrecht 1997 genoemde, houten, middeleeuwse emplaren bevindt zich in de Stiftskirche te Kleef nog een Cunerabeeld (Meurer 1970, afb. 197-199, door hem toegeschreven aan Arnt van Zwolle).

Gerestaureerd door W. Mares te Maastricht in november 1975 (vermelding achterop drie foto's). Hij heeft toen de grote scheuren gedicht.

Literatuurverwijzingen

  • 2013, Mittelalterliche Bildwerke aus Utrecht 1430-1530, Preising, Dagmar
  • 2012, Vrouwen voor het voetlicht : zusters, martelaressen, poetsengelen & dominees, Kootte, T.G., p.18, afb.
  • 2012, Middeleeuwse beelden uit Utrecht 1430-1530, Leeflang, Micha, p. 208, afb.
  • 2012, Martelaressen, zusters, poetsengelen en dominees, Schriemer, Inge, p. 6, afb.
  • 2009, 2000 jaar vrouwen en geloof in Nederland, Berlis, Angela, p. 843, afb.
  • 2008, Die dwale van Sinte Cunera : wonderen met de wurgdoek, Staal, Casper, p. 140, afb.
  • 2007, Mijn virtuele tentoonstelling: dappere vrouwen in het Catharijneconvent, Höppener-Bouvy, H.M.E.
  • 2004, Hout- en steensculptuur van Museum Catharijneconvent, ca. 1200-1600, Vlierden, M. van, p. 15, 140, 143
  • 2004, Uit het goede hout gesneden : religieuze houtsculptuur uit het Museum Catharijneconvent Utrecht in dialoog met de Gruuthusecollectie, Parez, M., p. 37
  • 1997, Bedevaarten in Nederland, Staal, Casper, cat. nr. C1, afb. p. 62
  • 1997, Gouden legenden : heiligenlevens en heiligenverering in de Nederlanden, Mulder-Bakker, Anneke B., p. 109-125, m.n. p. 115 afb. 80, p. 125
  • 1988, Helse en hemelse vrouwen : schrikbeelden en voorbeelden van de vrouw in de christelijke cultuur, Caron, M.L., p. 89, cat. nr. 70; p. 114, afb.
  • 1971, Utrecht en zijn bisschoppen : het geestelijk en wereldlijk gezag van de bisschoppen van Utrecht tot 1528 en hun verhouding tot de stad Utrecht, cat. nr. 78
  • 1962, Beeldhouwkunst : Aartsbisschoppelijk Museum Utrecht, Bouvy, D.P.R.A., cat. nr. 78
  • 1960, Catalogus tentoonstelling Streekmuseum Rhenen, cat. nr. 50
  • 1911, Holzskulptur in den Niederlanden, 1: das Erzbischöfliche Museum zu Utrecht, Vogelsang, W., nr. 82, pl. VIII