Geen afbeelding beschikbaar
  • /media/adlib/BMH%20bs332_1.jpg
  • /media/adlib/BMH%20bs332_2.jpg
  • /media/adlib/BMH%20bs332_3.jpg
  • /media/adlib/BMH%20bs332_4.jpg
  • /media/adlib/BMH%20bs332_5.jpg
  • /media/adlib/BMH%20bs332_6.jpg
  • /media/adlib/BMH%20bs332_7.jpg

Jan van (ca.1470-voor 1527) Schayck

God de vader met wereldbol in linkerhand

-

God de Vader
Jan van Schayck, 1497
BMH bs332

De kruisingen in het netgewelf van de librije van de Utrechtse Domkerk zijn oorspronkelijk gedecoreerd met negen gewelfschotels. De acht hier getoonde schotels dragen de symbolen van de evangelisten Matteüs, Lucas, Johannes en Marcus en tonen God de Vader en de kerkvaders Hiëronymus, Augustinus en Gregorius. De verblijfplaats van de schotel met de vierde kerkvader, Ambrosius, is onbekend.
Voorstellingen die verwijzen naar de evangelies en kerkvaders uit het vroege christendom zijn erg toepasselijk in een librije. Hier wordt namelijk het kostbare boekenbezit van het kathedrale kapittel bewaard en geraadpleegd. De gedecoreerde gewelfschotel, die onder de kruising van de ribben wordt gehangen, ontstaat aan het eind van de vijftiende eeuw.
Jan van Schayck is werkzaam in Utrecht tussen 1494 en 1527, het jaar van zijn overlijden. Uit archiefdocumenten is bekend dat de beeldhouwer in 1497 wordt betaald voor deze gewelfschotels.

Trefwoorden
Jan van (ca.1470-voor 1527) Schayck

Objectspecificatie

Objectnaam
beeld
Materiaal
Baumberger steen, verf
Afmetingen
Nu te zien in
Klooster begane grond Grote Utrechtzaal
Verwervingsmethode
schenking
Verwervingsdatum
1872-09-30
Verwervingsbron
Objectnummer
BMH bs332

Objectbeschrijving

Op de door een gestileerde en golvende wolkenband afgeboorde gewelfschotel is God de Vader ten halve lijve afgebeeld. Hij heeft zijn rechterhand geheven en maakt daarmee een zegenend gebaar. Op zijn linkerhand rust de wereldbol. God heeft lange, tot op zijn schouders vallende, golvende haren en een lange, breed uitgolvende baard.

Hij draagt een gewaad met fijne, parallelle pijpplooien, die zelf weer smalle, verticale groeven vertonen. Een stola ligt gekruist over zijn borst. Zijn mantel ligt over zijn schouder en is ter hoogte van zijn armen even is teruggeslagen. De wereldbol is voorzien van een horizontale band, die de bol in twee gelijke helften verdeelt, waarvan de onderste helft op zijn beurt door een verticale band in twee gelijke helften wordt verdeeld.

Polychromie:
Over de gehele oppervlakte sporen van een rode grond.

Techniek:
Aan de achterzijde vlak. De achterzijde is afgewerkt met een spitsbeitel in brede, diagonale banen in meerdere richtingen. Hoogreliëf. Over het hele oppervlak sporen van een fijn tandijzer. De ruimte tussen duim en wijsvinger is, om breuk te voorkomen, niet helemaal opengehakt. De gewelfschotel is nooit rond geweest. De wolkenrand loopt tot om de breed uitstekende ellebogen. Hoofd en schouders waren ook oorspronkelijk vrij, zonder achtergrond. In de achterzijde van het reliëf verticaal boven elkaar twee ijzeren ogen, in lood gevat, waaraan de gewelfschotel kon worden opgehangen.

Staat:
De zegenende hand is opnieuw aangezet, aangevuld en de vingers zijn in betere positie gebracht. De bovenzijde van de wereldbol lijkt bijgewerkt (op de plaats van het verdwenen kruis).
Ontbreekt: het kruis op de wereldbol.
Afgebroken: Beschadigingen aan handen, stola, mantelrand, wolkenrand; aan de achterzijde onderaan is een stuk afgesprongen.
Het oppervlak is wat gesleten en beschadigd.

Aanvullende informatie

De gewelfschotel is er één uit een set van negen, die de kruisingen in het netgewelf van de nieuwe librije in de Utrechtse Dom decoreerden. Op de andere gewelfschotels zijn de vier kerkvaders en de vier evangelistensymbolen afgebeeld. Drie van de vier kerkvaders, Hiëronymus, Augustinus en Gregorius, bevinden zich in de coll. van het Centraal Museum te Utrecht (inv.nrs. 1812/001-003, Utrecht 1997, cat.nrs. 100-102). De verblijfplaats van de vierde is onbekend. De vier evangelistensymbolen bevinden zich in de coll. van het Victoria & Albert Museum te Londen (inv.nrs. A 14-1945 t/m A 17-1945; zie Williamson 1991, die, God de Vader uitgezonderd, alle reliëfs met elkaar in verband bracht en de herkomst bepaalde). Deze vier stukken komen uit de coll. van A.W.N. Pugin (1812-1852), de beroemde neogotische architect. De gewelfschotels met de afbeeldingen van de kerkvaders en evangelistensymbolen zijn rond. Aan de achterzijde zijn ze [net als BMH bh332] voorzien van twee ogen en langs de rand loopt [eveneens net als bij BMH bh332] een gestileerde wolkenband.

Utrecht 1997 (Klinckaert): Jan Eernstenszoon van Schayck was in Utrecht werkzaam tussen 1494 en 1523. Van Schayck werd in 1497 betaald voor "die sloetsteyn ende capitelen mit halfbeelden te maken" in de librije. De polychromie werd uitgevoerd door Ernst van Schayck en Dirck Scay.

Stamboek:
Inv.kaarten en -vel: Noord-Nederland, ca. 1520.

Leiden 1826: niet in bibl.
Haarlem 1878: 1450-1500.
Haarlem 1881: id.
Haarlem 1888: id.
Haarlem 1900: id.
Haarlem 1913: id. Later toegevoegd: Utrecht (?), met verwijzing naar andere stukken in het Centraal Museum en naar Bouvy.
Haarlem 1923: id.
Williamson 1991: brengt de vier evangelistensymbolen in het Victoria & Albert Museum in Londen in verband met de drie kerkvaders in het Centraal Museum te Utrecht. De evangelistensymbolen tonen nog sporen van vergulding. De wolkenranden zijn blauw. Alle stukken hebben ijzeren ringen in de achterzijden. In de 13de en 14de eeuw waren sluitstenen gewoon in gewelven. Zij vormden onderdeel van de ribben. Vanaf het eind van de 15de eeuw begon men gewelfschotels te maken, die los onder de kruising van de ribben werden gehangen. In navolging van de decoratie van het netgewelf in de schatkamer van de Dom te Keulen, waar ook negen gewelfschotels met kerkvaders en evangelistensymbolen aanwezig zijn, rond een centrale Maria met kind, vermoedt Williamson dat ook in de Utrechtse Dom het midden werd ingenomen door een Maria met kind. Door vergelijking met de nog aanwezige engelkapitelen in de librije van de Utrechtse Dom, gemaakt door Jan van Schayck in 1497, komt Williamson tot de conclusie dat de acht reliëfs tot dezelfde decoratie moeten behoren.
Barnard 1997: louter als illustratie. In het bijschrift: Jan van Schayck, 1497, oorspronkelijk aangebracht tegen het netgewelf van de librije van de Dom.
Centraal Museumkrant 1997 (hangmap): vermelding vondst door Jan Klinckaert, dat het stuk van Van Schayk is.
Utrecht 1997 (Klinckaert): De gewelfschotel met God de Vader maakt deel uit van de gewelfschotels met de voorstellingen van de kerkvaders Hiëronymus, Augustinus en Gregorius (Ambrosius ontbreekt) in het Centraal Museum te Utrecht en de voorstellingen van de vier evangelisten in het Victoria & Albertmuseum te Londen.

Vr. med. Paulus Reinhard: tijdens de restauratie is onder meer de zegenende hand hersteld en zijn de vingers hiervan beter in positie gebracht.

Van Vlierden: de rode grond zal net als bij de anders gewelfschotels een ondergrond zijn geweest voor vergulding en polychromie.

Door Archeoplan (Delft) in 2001 aangebracht op een epoxy honingraatpaneel met roestvrijstalen ophanging. Zie foto hangmap.

Eigendomsgeschiedenis

Utrecht 1997 (Klinckaert): de gewelfschotel maakte oorspronkelijk deel uit van de decoratie van het netgewelf in de nieuwe librije van de Utrechtse Dom (zie opm.). Tot 1826 waren alle negen gewelfschotels van dit ensemble in de collectie Petrus van Musschenbroek (1764-1823), advocaat en ex-kanunnik van het kapittel van St.-Marie in Utrecht. De collectie werd in 1826 in Leiden geveild (zie Leiden 1826, nrs. 19, 20 en 21, p. 205).

Brief Klinckaert 6-5-1996 (hangmap): mogelijk is de gewelfschotel met God de Vader via dhr. Nieuwenhuys in handen van Gompertsz gekomen. Hij schonk ook andere stukken, o.a. BMH bh330 en BMH bh331, die hij in 1872 kocht op een veiling te Amsterdam.

Literatuurverwijzingen

  • 2015, bouwsculptuur van de Utrechtse Dom : een andere kijk op de bouwgeschiedenis, Hartog, E. den, p. 327, afb. 43
  • 2013, Mittelalterliche Bildwerke aus Utrecht 1430-1530, Preising, Dagmar, p. 255-257, cat. nr. 41, afb.
  • 2013, bislang unerkannte nordniederländische Figurengruppe : die "Notgottes" im Suermond-Ludwig-Museum Aachen, Villwock, Ulrike, p. 194, tekst
  • 2013, Nieuwe beelden en bijzondere ontmoetingen : een tijdelijk beeldhouwatelier in het museum, Nood, Marije de, p. 39, afb.
  • 2012, Middeleeuwse beelden uit Utrecht 1430-1530, Leeflang, Micha, p. 255-257, cat. nr. 41, afb.
  • 2007, God in beeld, Staal, Casper, p. 169, afb. 14
  • 2004, Hout- en steensculptuur van Museum Catharijneconvent, ca. 1200-1600, Vlierden, M. van, p. 17, 34 kleurafb., 193, 203, 204, 208, 226
  • 1998, Museum Catharijneconvent : agenda / diary 1999, Koers, Niels H., afb. week 1
  • 1997, Beeldhouwkunst tot 1850, Klinckaert, J.W., p. 109, nt. 7
  • 1997, fascinerend jachtveld, Beijaert, Roy, 6, p. 12-13
  • 1923, Verkorte gids in het Bisschoppelijk Museum voor kerkelijke oudheid, kunst en geschiedenis vooral van Nederland en meer byzonder van het Haarlemsche Bisdom te Haarlem, St. Jansstraat 79 [1923], p. 8, cat. nr. 171
  • 1913, Gids in het Bisschoppelijk Museum voor kerkelijke oudheid, kunst en geschiedenis, vooral van Nederland en meer bijzonder van het Haarlemsche bisdom te Haarlem, St. Jansstraat No. 79 [1913], Graaf, Jacobus Joannes, p. 14, nr. 171
  • 1900, Gids in het Bisschoppelijk Museum voor kerkelijke oudheid, kunst en geschiedenis, vooral van Nederland en meer bijzonder van het Haarlemsche bisdom te Haarlem, St. Jansstraat No. 79 [1900], Graaf, Jacobus Joannes, p. 11
  • 1888, Gids in het Bisschoppelijk Museum voor kerkelijke oudheid, kunst en geschiedenis, vooral van Nederland en meer bijzonder van het Haarlemsche bisdom te Haarlem, Kruisweg No. 59 [1888], Graaf, Jacobus Joannes, p. 19, cat. nr. 69
  • 1881, Gids in het Bisschoppelijk Museum voor kerkelijke oudheid, kunst en geschiedenis, vooral van Nederland en meer bijzonder van het Haarlemsche bisdom te Haarlem Kruisweg No. 59 [1881], p. 16, cat. nr. 69
  • 1878, Gids in het Bisschoppelijk Museum voor kerkelijke oudheid, kunst en geschiedenis, vooral van Nederland en meer bijzonder van het Haarlemsche bisdom te Haarlem Kruisweg No. 59 [1878], p. 14, cat. nr. 69
  • Catharijnebrief : magazine van Museum Catharijneconvent Utrecht, 58, afb. p. 13