Betreft:
Informatie Bruikleen Rembrandt – Doop van een Kamerling inz. Doop HKH Prinses Ariane 20 oktober 2007, Museum Catharijneconvent te Utrecht.
De Kloosterkerk heeft bij wijze van verrassing voor de Prins van Oranje en Prinses Máxima het werk Doop van een kamerling van Rembrandt van Rijn in bruikleen gevraagd van Museum Catharijneconvent om het tijdens de doopplechtigheid een prominente plaats in de kerk te geven. Reden daarvoor is dat in de preek het bijbelverhaal centraal staat over de Moorse kamerling die zich laat dopen door Filippus.
REMBRANDT HARMENSZ VAN RIJN
De Kloosterkerk heeft bij wijze van verrassing voor de Prins van Oranje en Prinses Máxima het werk Doop van een kamerling van Rembrandt van Rijn in bruikleen gevraagd van Museum Catharijneconvent om het tijdens de doopplechtigheid een prominente plaats in de kerk te geven. Reden daarvoor is dat in de preek het bijbelverhaal centraal staat over de Moorse kamerling die zich laat dopen door Filippus.
REMBRANDT HARMENSZ VAN RIJN
Leiden 1606-1669 Amsterdam

Doop van de kamerling
1626
Olieverf op paneel, 64 x 47,5 cm (78 x 63,5 cm met lijst)
Gemonogrammeerd en gedateerd rechtsonder: RHL (Rembrandt Harmensz Leidensis) 1626
Inv. nr. ABM s380
Herkomst
Dit schilderij werd in 1976 ontdekt door de conservator (en latere directeur) van Museum Catharijneconvent in Utrecht, Henri Defoer, tijdens een bezoek aan een dame in het oosten des lands die een beeld aan het museum wilde schenken. Puur bij toeval zag Defoer een schilderij boven de secretaire hangen, vroeg of hij het eens nader mocht bekijken, en kreeg onmiddellijk het idee dat het een schilderij van Rembrandt zou kunnen zijn. Later onderzoek bevestigde dit: na een voorzichtige schoonmaak bleek het werk een keurig signatuur te dragen. De eigenaresse was zo vriendelijk het tegen een redelijke prijs aan het museum te verkopen.1
Jeugdwerk
Dat het werk zo lang niet als een Rembrandt herkend werd, is ongetwijfeld te wijten aan de omstandigheid dat het hier een vroege Rembrandt betreft. De heldere kleuren en de enigszins houterige figuurcompositie uit zijn beginperiode werden door de meesten niet meteen geassocieerd met de meester. Van 1626 tot zijn definitieve vertrek naar Amsterdam in 1631 deelde Rembrandt zijn atelier in Leiden met Jan Lievens, die ongeveer van dezelfde leeftijd was en bij dezelfde Amsterdamse schilder, Pieter Lastman, in de leer was geweest. Lastman was een smakelijk verhalenverteller met verf, die veel nieuwe onderwerpen in de Hollandse schilderkunst van de Gouden Eeuw introduceerde, waarbij hij meestal 16de-eeuwse prenten als voorbeeld gebruikte. De Doop van de kamerling, waarvan hij vier versies schilderde, was er een van. Overeenkomsten zoals het motief van de paard-en-wagen tonen dat de leerling het werk van zijn leermeester als uitgangspunt nam. Uit röntgenfoto's blijkt dat bij Rembrandt, evenals bij Lastman, aanvankelijk een parasol op de wagen stond, maar dat hij deze bij nader inzien overschilderde en er een palmboom voor in de plaats zette. Zo ontworstelde het ontluikende genie zich stapje voor stapje aan zijn voorbeeld. Meer nog dan door details te veranderen, probeerde Rembrandt Lastman te overtreffen door de dramatiek in de compositie te verhogen.
Voorstelling
Middelpunt van het schilderij is de doop door de besprenkeling met wat water. Fillipus, een helper van de apostelen, doopt een kamerling (eunuch) uit Ethiopië. De man die gedoopt wordt stelt een belangrijke hoveling voor, die na een reis naar Jeruzalem in zijn reiswagen het boek Jesaja zat te lezen toen hij een ontmoeting had met de diaken Filippus. De kamerling begreep de tekst niet van het geschrift waarop Filippus plaatsnam in de wagen en hem aan de hand van het Oude Testament de boodschap van Christus verkondigde. Hierop besloot de kamerling zich tot het christendom te bekeren en zich te laten dopen (Handelingen 8:26-40). Rondom kijken de personen uit zijn gevolg belangstellend toe. Het hondje, dat ook al bij Lastman opdook, symboliseert wellicht de trouw aan Christus.
Noten:
Noten:
*Herkomst: ca. 1900-1976 particuliere verzameling, Utrecht/Nijmegen; 1976 Aartsbisschoppelijk Museum Utrecht (aangekocht met steun van o.a. de Vereniging Rembrandt); 1976 Rijksmuseum Het Catharijneconvent
* Utrecht/Zwolle 2002, p. 248
[1] H.L.M. Defoer, ‘Rembrandt van Rijn, de Doop van de kamerling,’ in: Oud-Holland 1977, p. 3-26; R. Schillemans, Bijbelschilderkunst rond Rembrandt. Utrecht 1989, p. 17-22.
Overige achtergrondinformatie
Museum Catharijneconvent is het nationale museum voor de christelijke kunst en cultuur. Het museum is gevestigd in een middeleeuws klooster en bevindt zich in het centrum van Utrecht. De collectie is rijk en gevarieerd en omvat circa 70.000 voorwerpen van de vroege Middeleeuwen tot en met heden. Uniek in de wereld is dat het museum zowel katholieke als protestantse voorwerpen in de collectie herbergt. Met name de collectie middeleeuwse sculpturen, handschriften, kerkelijk textiel en altaarstukken geniet internationale faam.
Het museum ontvangt per jaar ongeveer 80.000-100.000 bezoekers en is in september 2006 heropend met prachtige themazalen, waaronder de Schatkamer en Feest! Weet wat je viert. Daarnaast organiseert het museum met regelmaat prestigieuze tentoonstellingen. Op dit moment is Het geheim van Polen te zien met middeleeuwse meesterwerken uit het Nationaal Museum in Warschau.
NOOT VOOR DE REDACTIE
Voor nadere informatie en/of digitaal beeldmateriaal kunt u contact opnemen met Museum Catharijneconvent, Billie-Jo Krul, tel. 030 231 38 35, of via e-mail: pressoffice@catharijneconvent.nl
